“We moeten durven praten over het einde”

18-07-2026

Barbara Ceuleers over waardig leven, moeilijke keuzes en menselijke zorg.

Wat betekent het om waardig te leven - en te sterven? Het is geen eenvoudige vraag, maar wel één die steeds nadrukkelijker opduikt in onze samenleving. Journalist en auteur Barbara Ceuleers (42) gaat dit gesprek niet uit de weg. Integendeel: vanuit haar persoonlijke verhaal probeert ze een taboe bespreekbaar te maken.

Doodgewoon

 

“Ik schrijf niet als experte,” zegt ze zelf. “Ik schrijf als dochter. Als mens. Vanuit wat ik heb meegemaakt.” Vandaar ook de titel van mijn boek: Doodgewoon. 

Wie is Barbara? 
Barbara Ceuleers kennen we als journaliste bij VTM Nieuws, maar daarnaast groeide ze de voorbije jaren ook uit tot auteur. Haar eerste boek ontstond heel spontaan - als een soort dagboek met bedenkingen tijdens een in grijpende periode in haar leven. Toen haar vader de diagnose Alzheimer kreeg, begon ze haar gedachten neer te schrijven. Wanneer hij later de keuze maakte voor euthanasie, kregen die persoonlijke teksten een nieuwe betekenis. Ze groeiden uit tot een boek dat bij veel mensen herkenning oproept. Daar stellen we haar enkele vragen over. 

Tien jaar geleden werd de dood nog weggeduwd

Je stelt in Doodgewoon dat we anders naar sterven moeten kijken. Wat bedoel je daar juist mee? En, zijn we wel klaar als samenleving voor de kwetsbaarheid die je zichtbaar maakt? 
Waar over leven vaak openlijk gesproken wordt, blijft sterven voor velen moeilijk bespreekbaar. Toch merkt Barbara dat er stilaan een kentering is. “Tien jaar geleden werd de dood nog weggeduwd,” zegt ze “alsof erover praten het dichterbij zou brengen. Maar vandaag zie je dat mensen meer openstaan om erover na te denken.” Die openheid vindt ze cruciaal. Niet omdat iedereen dezelfde keuzes moet maken, wel omdat iedereen het recht heeft om na te denken over wat hij of zij belangrijk vindt. “Als je geboren wordt, heb je daar niets over te zeggen, maar het moment waarop je afscheid neemt … daar zouden we toch op z’n minst over mogen reflecteren. Meer regisseur kunnen zijn over dat moment. Wat wil ik? Wat wil ik niet? Dat gesprek moeten we durven voeren.” 

Generaties in verandering 
Die evolutie naar meer openheid ziet ze ook tussen generaties. Bij de oudste generatie blijft het thema vaak nog moeilijk bespreekbaar. “Bij mensen van 90 jaar en ouder merk je nog vaak dat ze het woord ‘dood’ niet eens willen uitspreken,” zegt ze. Maar bij jongere generaties – zelfs bij veertigers – groeit het bewustzijn. “Mensen zijn meer bezig met ‘wat als’. Dat vind ik net positief. Het betekent dat we vooruitdenken, dat we keuzes willen maken.” Barbara kijkt hoopvol naar de toekomst: “Misschien wordt het ooit even vanzelfsprekend om over je levenseinde te praten als over je pensioen of je woonplannen.” 

Vind je dat het huidige zorgsysteem voldoende ruimte laat voor de menselijkheid die je in Doodgewoon verdedigt? Wat kan er beleidsmatig of structureel beter, denk je? 
“Onze zorg staat onder enorme druk,” benadrukt Barbara. “Dit is geen verhaal van vingerwijzen. Integendeel: ik heb enorm veel respect voor iedereen die in de zorg werkt. Toch zie ik structurele tekorten, vooral rond kennis en opleiding. Het zou positief zijn, mochten thema’s zoals een waardig levenseinde en euthanasiewetgeving meer aandacht krijgen in de opleidingen.” 

Geen zwart-witverhaal 
Wat Barbara wil benadrukken, is dat het debat over waardig sterven geen zwart-witverhaal is. “Het is geen kwestie van ‘voor’ of ‘tegen’,” zegt ze. “Palliatieve zorg en euthanasie staan niet tegenover elkaar. Ze bestaan naast elkaar.” Voor haar gaat het om keuzevrijheid. Om een samenleving waarin mensen, binnen een duidelijk (wettelijk) kader, zelf kunnen nadenken over hun levenseinde. “Niemand wordt verplicht,” benadrukt ze. “Maar geef mensen wél de mogelijkheid om na te denken en keuzes te maken."

Misschien wordt het ooit even vanzelfsprekend om over je levenseinde te praten als over je pensioen of je woonplannen

Heb je het gevoel dat wordt geluisterd naar je verhaal, en doet minister Verlinden het nodige om de uitbreiding van de wet op euthanasie te realiseren? 
“Jammer genoeg niet, nee”, zegt Barbara resoluut. “Minister Verlinden wil alleen werk maken van een uitbreiding als het gaat over mensen met vergevorderde dementie. Op die manier wordt het een beetje een lege doos.Voor mij is het belangrijk dat we de grijze zone aanpakken. Zorg ervoor dat de mensen die balanceren op de grens van wilsonbekwaamheid dan toch nog een afgewogen keuze kunnen maken. Het is toch niet aan ons om te bepalen hoe erg iemand moet lijden voor hij of zij de vraag mag stellen om het leven te eindigen? Bovendien ligt er een goed wetsvoorstel klaar, maar de minister vraagt nog extra onderzoek. Dat zijn vertragingsmechanismen om de eventuele uitbreiding van de wet naar de volgende legislatuur te duwen, meer niet."

Samen het gesprek voeren 
Wat blijft hangen na het gesprek met Barbara, is niet zozeer een standpunt, maar een uitnodiging. Een uitnodiging om te praten. Met je partner, je kinderen, je vrienden. Niet noodzakelijk zwaar of dramatisch, maar wel eerlijk. “Je moet dat niet aan de keukentafel doen tussen de soep en de patatten. Maar af en toe stilstaan bij wat echt belangrijk is - dat maakt ons als mens alleen maar sterker.” 

Bij S-Plus herkennen we die boodschap. Want verbondenheid, zorg voor elkaar en levenskwaliteit - ook op latere leeftijd - staan centraal in alles wat we doen. 

Of zoals Barbara het zelf mooi samenvat: “Het gaat uiteindelijk niet over sterven. Het gaat over hoe we willen leven - tot het einde."

Doodgewoon

Doodgewoon
Barbara Ceuleers zocht het uit, van A tot Z, van Alzheimer en artsen tot zelfbeschikking en ziekenhuizen. Ze sprak met experten, ervaringsdeskundigen, artsen en politici. Het werd een persoonlijk relaas, van een vader en zijn dochter. Van een dodelijke keuze. Van onmacht en onrecht. Maar vooral eentje van liefde. Want hij was bij haar geboorte; zij bij zijn dood.
Uitgeverij Ertsberg: € 22,50

Dit is een artikel uit S-Plus Mag juli - augustus - september 2026. Lees hier nog meer artikels.

De gouden blik

de gouden blik

Hoe kijken we vandaag naar ouder worden?  
Te vaak wordt het nog voorgesteld in clichés. Dat kan en moet anders.  

Op woensdag 7 oktober 2026brengt De Gouden Blik verandering. Tijdens een inspirerende studiedag in het Wintercircus in Gent staat één duidelijke boodschap centraal: Ouder worden is geen stereotype. Het is kracht, diversiteit en toekomst.

Deze studiedag brengt professionals, beleidsmakers en ouderen samen om beeldvorming over ouder worden kritisch te bekijken én te versterken.

Waarom je erbij wil zijn?

  • Laat je inspireren door een keynote van Jelte Bakker (Vintage Society) over wat er mogelijk is als we samen het beeld en de rol van ouderen naar een volgend niveau brengen.
  • Beleef een krachtige theatermonoloog van Chris Lomme
  • Ontdek vernieuwende projecten tijdens de showcases van de genomineerden
  • Ga zelf aan de slag in interactieve werkateliers
  • Breid je netwerk uit met professionals uit verschillende sectoren

Daarnaast worden de eerste Gouden Blik Awards uitgereikt aan initiatieven die stereotypen doorbreken en tonen hoe het wél kan. Met de aanwezigheid van Vlaams minister Caroline Gennez, die de studiedag opent en een award uitreikt, krijgt deze beweging ook een krachtig maatschappelijk en beleidsmatig gewicht.

Voor wie?
Voor iedereen die impact wil hebben op hoe we naar ouder worden kijken: professionals uit zorg, welzijn, cultuur en media, beleidsmakers én ouderen zelf.

Programma
 

programma

Praktisch
📅 Woensdag 7 oktober 2026 
📍 Wintercircus, Lammerstraat 13, 9000 Gent 
⏰ Van 9u00 tot 16u30  

Inschrijven
Inschrijven is verplicht en kost 160 euro.  
👉 Schrijf je hier in De Gouden Blik

Vragen
Voor vragen over de inhoud van de studiedag of jouw inschrijving, kan je mailen naar welkom@neosvzw.be. 

Mis deze kans niet om mee te bouwen aan een inclusieve en realistische beeldvorming over ouder worden.

De Gouden Blik is een initiatief van 

logo's

Intergouvernementele Werkgroep inzake Ouderen

23-06-2026

ESO neemt deel aan de Intergouvernementele Werkgroep inzake Ouderen

palais des nations

De Intergouvernementele Werkgroep inzake Ouderen (IGWG) heeft het mandaat gekregen om een juridisch bindend instrument — zoals een verdrag — over de mensenrechten van ouderen uit te werken. Het doel is om de volledige uitoefening van alle mensenrechten door ouderen te bevorderen, te beschermen en te waarborgen. 

De eerste inhoudelijke zitting die gewijd is aan de bespreking van de inhoud van het toekomstige instrument zal plaatsvinden van 13 tot en met 17 juli 2026 in het Palais des Nations in Genève. 

Hoewel de voorlopige agenda nog niet is gepubliceerd, wordt verwacht dat de besprekingen zich zullen richten op de resultaten van de recente oproep om input over het conceptuele kader, de leidende principes en de structuur van het toekomstige verdrag. Tijdens de zitting zullen naar verwachting ook coördinatievergaderingen plaatsvinden voor deelnemende maatschappelijke organisaties. 

Meer info over het belang van een VN-Verdrag vind je hier:

Debat over Intergenerational Fairness in Practice

19-05-2026

Op woensdag 10 juni 2026 organiseren de Young European Socialists (YES) en de European Senior Organisation – PES-seniors (ESO) een debat met S&D-Europarlementariërs over de strategie voor intergenerationele fairness, in samenwerking met de Foundation for European Progressive Studies (FEPS). De voertaal is het Engels, maar er is vertaling voorzien naar het Nederlands en het Frans.

Waar: Europees Parlement in Brussel, in zaal 4Q2 (ingang via de esplanade achter het oude Luxemburg station op het Luxemburgplein).

Wanneer: woensdag 10 juni

Start: om 17 uur

Einde voorzien: 19 uur

Het programma vind je hier: 

 

Omwille van de veiligheidsvoorschriften is inschrijving verplicht. Je doet dit voor 20 mei, via de volgende link: https://forms.gle/3SkQN7Pefm1K8VFQ8  .

We hopen u daar te mogen welkom heten. 

1 Mei: Dag van de Arbeid

Op 1 mei 2026 stonden we stil bij de onmisbare rol van de ziekenfondsen. 

In een context waarin misverstanden en hardnekkige mythes het publieke debat vertroebelen, benadrukt Solidaris Ziekenfonds zijn essentiële rol: betaalbare zorg garanderen, mensen begeleiden en bijdragen aan een sterke, solidaire samenleving. Solidaris samen met zijn partner S-Plus  zijn vandaag relevanter dan ooit. Een goed voorbeeld is de hospitalisatieverzekering. Voor ouderen is een ziekenhuisopname een reële levensfase-uitdaging. 

Solidaris en S-Plus vormen samen een sterk netwerk rond ouderen. S-Plus zorgt voor een uitgebreid socio-cultureel aanbod en zet in op belangenbehartiging.  Een waardevolle aanvulling  op Solidaris dat instaat voor ziekteverzekering, preventie en zorgondersteuning. 

Solidaris en S-Plus tonen elke dag dat solidariteit geen abstract begrip is, maar een concrete meerwaarde in het leven van ouderen.

Lees hier de perstekst van 1 mei 2026

1 mei
1 mei

De EU-strategie schiet tekort in de aanpak van Leeftijdsdiscriminatie

17-03-2026

De Europese Commissie heeft haar Europese Intergenerationele Rechtvaardigheidsstrategie voorgesteld, die zou moeten leiden tot eerlijke kansen, eerlijke beleidsvorming en een eerlijke leefomgeving voor alle generaties, maar duidelijk tekort schiet. Naast de inhoudelijke kritiek, klaagt ESO (European Senior Organisation) vooral het volkomen gebrek aan respect aan vanwege de diensten van de Commissie voor het georganiseerde middenveld, nochtans een van de pijlers van de Europese participatieve democratie. ESO heeft samen met andere middenveldorganisaties zijn bijdrage geleverd aan de verplichte consultatie van het middenveld. Maar daar heeft de verantwoordelijke administratie voor Educatie, Jeugd, Cultuur en Sport van de Commissie geen rekening mee gehouden. 

Om de ambitie van de Intergenerationele Rechtvaardigheidsstrategie volledig te realiseren, moet het ook worden versterkt door concrete stappen die het rechtenkader voor ouderen vandaag consolideren en uitbreiden. Nu onze samenlevingen de kans van een toenemende levensverwachting ervaren, moedigt ESO, samen met het EP Intergenerationeel Forum en AGE Platform Europe, de Commissie aan om werk te maken van het volgende:  

  • Prioriteit te geven aan de aanneming van de Horizontale Richtlijn inzake Gelijke Behandeling en aanvullende initiatieven te nemen om gelijke behandeling te waarborgen voor mensen van alle leeftijden, in al hun diversiteit. Dit moet onder meer het verzamelen van meer naar leeftijd uitgesplitste gegevens omvatten, het ontwikkelen van richtsnoeren en het herzien van bestaande wetgeving en praktijken, met name in het licht van digitalisering en grensoverschrijdende mobiliteit.
  • De Internationale Dag van de Ouderen te erkennen als een jaarlijkse gelegenheid op EU-niveau om de rechten van ouderen onder de aandacht te brengen, hun participatie te bevorderen en gegevens en goede praktijken tussen lidstaten te delen, en om de EU-Dag van Solidariteit tussen Generaties op 29 april consequenter te vieren.
  • Omvattend beleid te ontwikkelen om leeftijdsvriendelijke arbeidsmarkten te bevorderen, structurele belemmeringen voor de tewerkstelling van ouderen aan te pakken en de toegang tot levenslang leren te versterken.
  • Een kader op te zetten dat adequate minimumpensioenen en inkomenszekerheid gedurende de hele levensloop waarborgt, in lijn met de inspanningen van de Europese Commissie om armoede in de EU te voorkomen en te verminderen.
  • Duidelijke normen vast te stellen voor de erkenning van onbetaalde zorgarbeid in werkgelegenheids- en pensioenstelsels, zodat zorgtaken niet leiden tot langdurige economische nadelen.
  • Investeringen in de transformatie en opschaling van langdurige zorgdiensten te monitoren en te stimuleren, een verschuiving naar meer persoonsgerichte benaderingen te ondersteunen en thuis- en gemeenschapsgerichte zorg te versterken, in volledige overeenstemming met het VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (UNCRPD).
  • Een actieve en positieve rol te spelen in het internationale proces om een VN-verdrag inzake de rechten van ouderen op te stellen, en EU-richtsnoeren te ontwikkelen om leeftijdsdiscriminatie tegen te gaan in extern optreden, inclusief humanitaire hulp en ontwikkelingssamenwerking.
  • Een publieke bewustmakingscampagne te lanceren om leeftijdsstereotypen uit te dagen en solidariteit tussen generaties te bevorderen. 
  • De coördinatie tussen EU-beleidsdomeinen te versterken om betere resultaten gedurende de hele levensloop te bereiken, door de verbanden tussen domeinen zoals vervoer, huisvesting, regionaal beleid, toegankelijkheid en digitalisering te verkennen en te versterken. Dit moet worden ondersteund door de oprichting van een speciale Taskforce binnen de Europese Commissie om coherente en strategische actie rond vergrijzing te waarborgen.

     

    Bekijk de reactie van ESO en van het Intergenerationeel Forum van het Europees Parlement: ESO-European Senior Organisation en van  AGE Platform Europe

De Lijn moet een bijkomende besparing van 5,5 miljoen euro slikken

17-03-2026

De extra besparing van 35,5 miljoen bij De Lijn en opgelegd door de Vlaamse overheid is niet meer te rechtvaardigen ten opzichte van de burger/gebruiker. 

De besparingsplannen zijn nu voor elke (vervoer)regio bekend en zijn desastreus. 

Wat stelt S-Plus vast? 

-        Schrappen van essentiële buslijnen 

-        Afbouw van frequentie 

-        Schrappen aanbod in schoolvakanties 

-        Schrappen van extra Marktritten 

-        Extra schrapping van buslijnen op zaterdag en zondag 

-        Extra schrapping van avondritten 

-      Impact op Flex Bussysteem 

-      Basisonbereikbaarheid in sommige gemeenten/gebieden 

De Lijn wordt dus totaal uitgekleed door deze Vlaamse regering, met zware sociale gevolgen en impact op onze mobiliteit en milieu. Vervoersarmoede wordt daardoor nog versterkt in sommige gebieden. 
Om die reden wordt een ‘coalitie voor een sterk Openbaar Vervoer’ opgericht vanuit het brede middenveld. Deze coalitie heeft ondertussen een  ‘Open Brief’ gestuurd naar minister De Ridder over deze kwestie (zie hieronder). 

Meer nog, naar aanleiding van recente uitspraken van minister De Ridder in het Vlaams Parlement en in Ter Zake, waarin gesteld werd dat slechts 0,2% van de reizigers door de besparingen bij De Lijn getroffen zouden worden, reageert de Coalitie voor een Sterk Openbaar Vervoer met een nieuw initiatief. Volgens de coalitie verhult dit cijfer de reële en vaak ingrijpende gevolgen voor duizenden reizigers. 

Hoewel de minister het cijfer presenteerde als een indicatie van een beperkte impact, benadrukt de coalitie dat achter deze statistiek echte mensen met echte mobiliteitsnoden schuilgaan. “Het gaat niet over lege bussen,” klinkt het. “Het gaat over pendelaars, leerlingen, ouderen en mensen zonder alternatief die hun dagelijkse verplaatsing verliezen.” 

Om deze reizigers een stem te geven, lanceert de coalitie een platform waar iedereen zijn of haar verhaal kan delen. Met deze verzameling getuigenissen wil de organisatie aantonen dat de impact van de dienstafbouw wel degelijk voelbaar en maatschappelijk relevant is. 

De website is toegankelijk via: https://hiertrekkenwijdelijn.lovable.app/ 

Lees hier de open brief van de Coalitie voor een sterk openbaar vervoer aan Vlaams minister van mobiliteit Annick De Ridder:

Brussel, 29 februari 2026 

Mevrouw de minister

Met een brede Coalitie voor een Sterk Openbaar Vervoer, bestaande uit organisaties en verenigingen die zich dagelijks inzetten voor een betrouwbaar, sociaal rechtvaardig en klimaatvriendelijk mobiliteitssysteem, richten wij ons tot u met deze open brief. We zijn zeer bezorgd en diep verontwaardigd over de recent aangekondigde besparingen bij De Lijn. 

De beslissing van de Septemberverklaring om op het aanbod van De Lijn 30 miljoen euro te besparen, dreigt uit te monden in een structurele afbouw van het openbaar vervoer in Vlaanderen. De gevolgen voor reizigers, personeel én het klimaat zijn onmiskenbaar en bijzonder zorgwekkend. 

De Lijn en de Vlaamse reizigers verwachten een door u beloofd toekomstgericht groeipad, broodnodige investeringen en een duidelijke visie om meer mensen richting duurzame mobiliteit te bewegen. In plaats daarvan wordt De Lijn bovenop de 30 miljoen euro van de Septemberverklaring geconfronteerd met een bijkomende besparing van 5,5 miljoen euro. 

Dit zijn geen abstracte budgetlijnen. Deze bedragen zullen voelbaar zijn in het dagelijks leven: minder ritten, minder betrouwbaarheid, minder kansen om de klimaatdoelstellingen te halen en meer vervoersarmoede. Elke geschrapte bus of tram betekent meer auto’s op de weg, meer filedruk, meer uitstoot en vooral minder mobiliteit voor wie geen alternatief heeft. 

Deze besparingsronde treft De Lijn midscheeps in haar maatschappelijke, sociale kernopdracht. De impact is het grootst voor reizigers die geen alternatief hebben en bij mensen in landelijke gebieden. Het personeel van De Lijn vangt intussen de frustraties op van deze reizigers in moeilijke omstandigheden. 

Openbaar vervoer is geen luxe. Het is een basisrecht én een hefboom voor gelijke kansen. Minder aanbod betekent langere wachttijden, meer gemiste aansluitingen en een mobiliteitssysteem dat steeds minder toegankelijk wordt voor scholieren, werknemers, ouderen en mensen met een beperking.  

Bovendien staat deze afbouw haaks op de klimaatambities die Vlaanderen officieel onderschrijft. Overheden wereldwijd benadrukken dat een sterke modal shift richting openbaar vervoer cruciaal is om de CO₂-uitstoot te verminderen. Elke nieuwe besparing vertraagt de noodzakelijke transitie naar duurzame mobiliteit en duwt Vlaanderen verder weg van zijn eigen klimaatverplichtingen. 

De vorige Vlaamse regeringen legden voor de basisbereikbaarheid budgetneutraliteit op. In de vervoersregioraden hebben de lokale besturen hun opdracht binnen die beperking loyaal uitgevoerd. Deze Vlaamse regering houdt haar woord niet en neemt nu eenzijdig schaarse middelen weg. Ze stelt de lokale besturen voor voldongen feiten. Het is dan ook begrijpelijk dat verschillende gemeenten naar de rechter stappen. Zij vragen zich terecht af of gemaakte afspraken en het decreet nog ernstig worden genomen. 

Wij delen die bezorgdheid. 

Onze coalitie weigert te aanvaarden dat De Lijn systematisch als inefficiënt wordt weggezet, terwijl het personeel onder steeds moeilijkere omstandigheden het beste van zichzelf geeft. Beleidsvoering zonder dialoog met de werkvloer, zonder inspraak van reizigers en zonder oog voor klimaatimpact is geen beleid. Het is dogmatiek. 

Mevrouw de minister, uw beleidskeuzes raken aan de kern van sociale rechtvaardigheid, bereikbaarheid en klimaatbeleid in Vlaanderen. Ze bepalen of openbaar vervoer een volwaardig alternatief mag en kan zijn, dan wel of het laatste vangnet wordt voor wie echt geen andere optie heeft. 

Wij vragen u uitdrukkelijk om een open en constructief overleg hierover. Reizigersorganisaties, personeel, lokale besturen en milieuorganisaties, kortom alle belanghebbenden, willen hierover zo snel mogelijk met u aan tafel zitten, om samen te zoeken naar oplossingen die het openbaar vervoer versterken in plaats van het af te bouwen. 

Met vriendelijke groeten 

Coalitie voor een Sterk Openbaar Vervoer

Wanneer winst primeert op waardigheid: Het dossier‑Orelia toont aan waarom S‑Plus op de barricades blijft staan

Wanneer winst primeert op waardigheid: Het dossier‑Orelia toont aan waarom S‑Plus op de barricades blijft staan

Het jongste inspectieverslag over de commerciële woonzorggroep Orelia is opnieuw een pijnlijk dossier dat blootlegt wat misloopt in een zorgsector waar winstlogica steeds vaker de bovenhand neemt op menselijke waardigheid. De Zorginspectie stelde vast dat Orelia meer dan 127.000 euro aan medicatiekortingen heeft achtergehouden—geld dat integraal was bedoeld voor de bewoners. Daarmee betaalden honderden ouderen in 2024 te veel voor medicijnen die ze dagelijks nodig hebben. In een sector die draait op kwetsbaarheid en vertrouwen is dat niets minder dan een moreel bankroet. 

Dit is geen technische fout of misverstand. Sinds 2006 is wettelijk vastgelegd dat woonzorgcentra deze kortingen moeten doorrekenen aan de bewoners. Toch belandde het geld elders. En dat in een periode waarin dezelfde groep al in opspraak kwam wegens het verschuiven van miljoenen zorgmiddelen naar gelieerde ondernemingen. De Zorginspectie waarschuwt nu dat de financiële gezondheid van Orelia zelfs de continuïteit van de zorg zou kunnen bedreigen.  

S‑Plus: op de barricades voor gezondheid en welzijn 

Hoe kan een oudere persoon volwaardig deelnemen aan een samenleving als hij of zij structureel te veel betaalt voor basiszorg? Hoe garanderen we welzijn als woonzorgcentramiddelen wegsluizen naar externe partners, terwijl bewoners steeds hogere dagprijzen en supplementen betalen?  

Het dossier is een fundamentele ondergraving van een essentiële publieke opdracht: ouderen verzorgen met respect, kwaliteit en veiligheid

De praktijken bij Orelia passen exact in het rijtje van evoluties die haaks staan op de visie van S‑Plus: ouderen moeten veilig, betaalbaar en waardig ouder kunnen worden - zonder dat commerciële structuren zorggeld naar aandeelhouders of gelieerde vennootschappen overhevelen. Wanneer een commerciële zorggroep haar financiële huishouding zo organiseert dat zorggeld elders terechtkomt, dan is dat meer dan boekhoudkundige creativiteit. Dat is een fundamentele ondergraving van een essentiële publieke opdracht: ouderen verzorgen met respect, kwaliteit en veiligheid. Voor S‑Plus, die expliciet opkomt voor de gezondheid, het welzijn en de belangen en rechten van ouderen, zijn dit geen randgevallen maar fundamentele systeemfouten. 

Waarom marktwerking in de zorg faalt 

Vanuit sociaal‑democratisch perspectief is de analyse helder: zorg is geen product en oudere bewoners zijn geen klanten in een winstmodel. De realiteit die Orelia blootlegt—het achterhouden van kortingen, het verschuiven van 28,8 miljoen euro naar gelieerde bedrijven, en een mogelijke bedreiging van de zorgcontinuïteit— toont wat er misloopt wanneer private structuren te veel ruimte krijgen zonder voldoende transparantie en controle. 

Precies daarom hamert S‑Plus er al jaren op dat ouderen recht hebben op goede, transparante, toegankelijke en betaalbare zorg, en dat Vlaanderen niemand mag laten achterblijven. 

Tijd voor een echt sociaal ouderenbeleid 

Het is positief dat minister Caroline Gennez een verder onderzoek heeft aangekondigd, maar onderzoek alleen volstaat niet. Dat de Vlaamse regering werk maakt van een uniforme en transparante boekhouding in de sector, is een urgente en broodnodige stap die S-Plus toejuicht. Want we hebben een systeem nodig dat transparantie en maatschappelijke verantwoording afdwingt. Als we willen dat zorggeld echt naar zorg gaat, dan moet het volgende gebeuren: 

  • Strikte regels tegen winstafroming in zorginstellingen, zeker wanneer publieke middelen betrokken zijn
  • Publieke controle worden versterkt. Niet enkel financieel, maar ook op governance en eigendomsstructuren
  • Een versterking van non‑profit en publieke initiatieven, zodat zorginstellingen niet gedwongen worden om commerciële shortcuts te zoeken.
  • Een beleid dat ouderen werkelijk centraal plaatst, zoals S‑Plus al decennialang verdedigt. 

Zorg als recht, niet als handelswaar 

De feiten rond Orelia zijn tekenend voor een Vlaanderen dat de laatste jaren meer en meer de deur openzet voor neo-liberale marktlogica

Het debat over ouderenzorg is vaak technisch, maar de essentie is normatief: welke samenleving willen we zijn? Een waarin zorginstellingen worden gemanaged als vastgoedportefeuilles? Of een waarin de laatste levensjaren van ouderen worden omringd met aandacht, veiligheid en betrouwbaarheid?  

De feiten rond Orelia zijn tekenend voor een Vlaanderen dat de laatste jaren meer en meer de deur open zet voor neo-liberale marktlogica. Als we deze realiteit laten passeren zonder structurele hervormingen, dan zijn we allemaal medeplichtig aan een systeem dat winst boven waardigheid plaatst.  

Het is tijd om terug te keren naar de basis: zorg is geen product. Zorg is een recht, gedragen door solidariteit, transparantie en menselijke waardigheid. Met rechten wordt niet gespeculeerd.

Perscontact
Steven Vanden Broucke
Stafmedewerker vrijwilligers en belangenbehartiging
Sint-Jansstraat 32, 1000 Brussel
T 02 515 02 03
Esteven.vandenbroucke@s-plusvzw.be 

Terugblik op Studiedag: impact Europees beleid op ouderen

18-03-2026

Op donderdag 5 maart nodigden Bruno Tobback (Europees Parlementslid S&D) samen met S-Plus, ABVV-senioren en ESO een aantal enthousiaste plussers uit in het Europees Parlement in Brussel voor de tweede studienamiddag over de impact van het Europese beleid op ouderen.

Europa lijkt voor velen een ver-van-mijn-bed-gebeuren, maar niets is minder waar. We vergeten dat de Europese integratie nog altijd zorgt voor welvaart en vooral vrede en wederzijds begrip tussen landen en volkeren. Een verwezenlijking die vandaag bedreigd wordt door de opkomst van populisme en extreemrechts.  Na de eerste studiedag, op 15 maart 2024 is er heel wat veranderd: na de Europese verkiezingen is extreemrechts in Europa sterker geworden, het conflict tussen Rusland en Oekraïne blijft aanslepen, Israël tracht Palestina op de knieën te krijgen en Trump holt gestaag de Amerikaanse democratie uit.   

Op deze studiedag gingen we dieper in op het ESO-werkprogramma 2024-2029 en legden we de linken naar de andere beleidsniveaus (Federaal, Vlaams en Brussel, lokaal) en de belangrijkste Europese instellingen.

Het welkomstwoord werd verzorgd door Bruno Tobback, Europees parlementslid namens Vooruit (S&D). Vervolgens werd besproken hoe het programma kon worden verwezenlijkt en met wie, en hoe de sprekers vanuit hun mandaat konden bijdragen aan de realisatie ervan. Rob Beenders, federaal minister bevoegd voor consumentenbelangen en gelijke kansen, ging in op thema’s zoals gelijke kansen, discriminatie en digitalisering in relatie tot de rechten van senioren. Magda De Meyer lichtte de link toe tussen de Vlaamse Ouderenraad en internationale instellingen. Vervolgens was Marc Angel (S&D) aan het woord, lid van de sociale commissie en de commissie interne markt en consumentenbelangen van het Europese Parlement. Hij sprak over zijn inzet voor gelijkheid, inclusie en sociale rechtvaardigheid. Ook Pascal Smet, Brussels parlementslid en lid van het Comité van de Regio’s, leverde een bijdrage.

Daarna volgde een discussie met het publiek en aansluitend verzorgde Jos Bertrand,voorzitter van ESO, de uitleiding en het slotwoord. Tot slot was er een drink- en netwerkmoment.

studiedag 3
studiedag 1
studiedag

Hoe willen we zorg ontvangen als we ouder worden

24-11-2025

In Ik werd kamer 235 beschrijft Lieve Flour haar leven in een woonzorgcentrum, met scherpe observaties en een warm pleidooi voor menselijkheid. Haar persoonlijke blik zet aan tot nadenken over respect, autonomie en verbondenheid. Ook Magda De Meyer, voorzitter van de Vlaamse ouderenraad en S-Plusser, deelt haar visie. Zij legt uit hoe woonzorgcentra meer op maat van bewoners kunnen worden ingericht en welke stappen het beleid kan zetten. Samen tonen ze hoe ouderenzorg anders en beter kan.

Recensie: Ik werd kamer 235 van Lieve Flour

Moet zorg in een woonzorgcentrum je echt overkomen of niet? In Ik werd kamer 235 neemt Lieve Flour de lezer mee naar het hart van een woonzorgcentrum, waar ze zelf als tachtiger noodgedwongen haar intrek nam. Vanuit haar nieuwe thuis – kamer 235 – beschrijft ze met open blik, scherpe observaties en een warm hart hoe het is om plots afhankelijk te worden van zorg.

Haar boodschap is vrij duidelijk: ze wil geen zorg ondergaan, maar ontvangen. Met respect, menselijkheid en ruimte voor haar eigen keuzes. Wat dit boek bijzonder maakt, is de combinatie van persoonlijke ervaring en maatschappelijke reflectie. Flour schrijft niet vanuit theorie, maar vanuit het leven zelf. Ze laat zien hoe kleine gebaren, zoals een kopje koffie of een vriendelijk woord, een wereld van verschil maken. Tegelijk schuwt ze de pijnlijke kanten niet: het verlies van autonomie, de soms kille regels, en het gevoel van onzichtbaarheid dat ouderen kunnen ervaren.

Zorg draait om meer dan regels en routines; het gaat om respect, verbondenheid en menselijkheid

De stijl is helder, toegankelijk en zonder franjes. Geen aanklacht, maar een uitnodiging tot verbetering. Flour benoemt wat goed gaat, prijst zorgverleners waar het verdiend is, maar stelt ook kritische vragen. Waarom voelt zorg soms als iets dat je moet ondergaan in plaats van ontvangen? Hoe kan het anders?

Wat opvalt, is haar zachte maar doordringende toon. Ze is nooit bitter, wel vastberaden. Ze wil gehoord worden, niet alleen voor zichzelf, maar voor alle bewoners die vaak in stilte leven. Thema’s als eenzaamheid, intimiteit, diversiteit en zingeving komen aan bod, telkens met respect en nuance. Het boek is dus geen aanklacht, maar een mild kritische uitnodiging tot verbetering.

Ze schrijft over de pijnpunten, maar deelt evengoed wat goed gaat, en geeft oprecht schouderklopjes aan wie dat verdient. Haar boodschap is eenvoudig en duidelijk. Zorg draait om meer dan regels en routines; het gaat om respect, verbondenheid en menselijkheid.

Ik werd kamer 235 is een boek voor zorgverleners, beleidsmakers, familieleden en iedereen die wil begrijpen hoe ouder worden in Vlaanderen écht voelt. Het is een pleidooi voor menselijkheid in de zorg, geschreven door iemand die het van binnenuit beleeft. Een aanrader, niet alleen om te lezen, maar om bij stil te staan.

Meer info
‘Ik werd kamer 235’ van Lieve Flour werd uitgegeven bij Politeia. Het boek is verkrijgbaar in de boekhandel of via www.politeia.be.

Magda De Meyer: "Inspraak moet blijven, ook al verandert je woonplaats."

In het boek wordt gesteld dat woonzorgcentra vaak gebouwd zijn voor het personeel, niet voor de bewoners. Klopt dit volgens jou? Hoe zou een woonzorgcentrum er volgens jou idealiter moeten uitzien?
Magda: “Veel woonzorgcentra ogen als ziekenhuizen, met weinig huiselijke sfeer. Door de hoge werkdruk is er vaak geen tijd voor een babbel of activiteit op maat. Dat voedt het beeld dat je autonomie verliest bij een verhuis naar een WZC. Hoewel sommige centra inspraak stimuleren, is dat zeker niet overal zo. Er zijn inspirerende voorbeelden, maar ook veel werk aan de winkel.”

“De bewoner écht centraal zetten betekent: zelf bepalen wanneer je opstaat, wie je ontvangt, wat je doet. Van koffie drinken tot lid worden van een vereniging, of meebeslissen over personeel. Inspraak moet blijven, ook al verandert je woonplaats.”

Regels zijn nodig, maar mogen autonomie niet ondermijnen

De regels beperken soms de autonomie van bewoners. Welke concrete veranderingen zouden volgens jou de levenskwaliteit van bewoners het meest verbeteren?
Magda: “Een nieuwe voordeur verandert niet wie je bent. Regels zijn nodig, maar mogen autonomie niet ondermijnen. We moeten evolueren van medische naar woon- en leefregelgeving. Inspectie moet ook luisteren naar bewoners: voelen zij zich gehoord?” 

Huidhonger, intimiteit en seksualiteit zijn belangrijk voor het welzijn van de mens. Maar in tal van WZC zijn ouderen daar blijkbaar niet (meer?) mee bezig. Hoe kijk jij hier tegen aan?
Magda: “Het klopt niet dat ouderen geen nood hebben aan intimiteit. Er rust een taboe op. Iedereen heeft behoefte aan aanraking, vriendschap, fantasieën. WZC moeten nadenken over privacy, houding tegenover koppels, en openheid rond geaardheid. Iedereen moet zichzelf kunnen zijn.”

Hoe kunnen bewoners zelf bijdragen aan een betere woonomgeving, ondanks de huidige beperkingen in WZC?
Magda: “Bewoners zijn meer dan zorgontvangers. Ze kunnen ideeën delen, tuinieren, kunst maken, een charter opstellen of een bewonersraad oprichten met echte beslissingsmacht. Via brieven, pers of sociale media kunnen ze druk uitoefenen op het beleid.”

Welke stappen kan het beleid nog nemen om de kwaliteit van WZC te verbeteren?
Magda: “De Vlaamse overheid moet duidelijke kwaliteitscriteria opstellen, niet enkel medisch maar ook rond wonen en leven. Transparantie is cruciaal, bijvoorbeeld via bevragingen bij bewoners. Ook moet elk WZC een kwaliteitscoördinator krijgen, niet één voor meerdere centra.”

Tot slot: hoe kan S-Plus bijdragen om een kwalitatief ouderenbeleid in Vlaanderen te garanderen? 
Magda: “Als ouderenvereniging kunnen we ouderenzorg mensgerichter maken. We ondersteunen bewoners, mantelzorgers en kaarten mobiliteit en digitale exclusie aan. Betaalbaarheid blijft een strijdpunt: een gemiddeld pensioen volstaat vaak niet om een WZC te betalen.”

Dit is een artikel uit S-Plus Mag oktober - november - december 2025. Lees hier nog meer artikels.

Abonneer op Steven Vanden Broucke