Heel onlangs hoorde ik in een discussie iemand, die zichzelf wel als redelijk progressief beschouwt, zeggen dat ‘we moeten meegaan met onze tijd’. Onmiddellijk stelde ik me vragen bij zijn links en progressief zijn. Als je meegaan met je tijd onvermijdelijk vindt, dan eindigt elke poging om er iets aan te veranderen.
Alles beweegt en verandert, maar we mogen niet geloven dat dat altijd in de goede richting gaat
Deze keer ging het over de toenemende digitalisering, parkeerautomaten waar je niet langer met munten kan betalen. Alweer een vooruitgang die de mensheid stukken gelukkiger maakt toch? Alleen moeten we niet elke verandering als een stap vooruit zien. Alsof de wereld altijd verder in de goede richting evolueert, wat wil zeggen dat morgen beter wordt dan vandaag en overmorgen dan nog beter. Wie al een tijdje op deze bol rondzwerft, weet wel beter. Alles beweegt en verandert, maar we mogen niet geloven dat dat altijd in de goede richting gaat. Het is niet omdat iets technologisch kan, omdat men er zelfs geld mee bespaart (en meestal dus ook werkgelegenheid), dat we het moeten toejuichen.
Het is onze taak als mens, de wereld menselijker te maken
We moeten blijven geloven in de strijd om de wereld beter te maken, rechtvaardiger, met meer kansen voor iedereen. Een andere wereld maken. De Nederlandse dichter Hans Lodeizen schreef (met wel wat andere bedoelingen): ‘o – mijn vriend – deze wereld is niet de echte’. Dat geloof ik vandaag nog altijd. Dat we niet moeten méégaan, maar ons best moeten doen om de dingen anders te sturen, dat het onze taak als mens is, de wereld menselijker te maken. Als de wereld sneller, ingewikkelder, technischer, praktisch wordt, dan moeten we ervoor vechten dat hij menselijker en rechtvaardiger wordt. Doen we dat niet, dan mogen we het woord socialist niet meer gebruiken.