Het is alweer bijna lente. De krokussen hebben hun kopjes al opgestoken en de narcissen en hyacinten laten niet lang op zich wachten. De padden zijn hun jaarlijkse trek begonnen. Ergens weten zij dat ze op tocht moeten gaan om voor kleine padjes te zorgen. Ook al is de tocht gevaarlijk, ze kunnen niet anders dan vertrekken. Weten ze veel dat hun liefdesreis tijdelijk in een koude emmer zal eindigen? Via de oude paddenverhalen hebben zij waarschijnlijk wel geleerd dat dat een deel van het voorspel is.
De machtigen maken het de kleinen en zwakken moeilijk, net als in de mensenmaatschappij
De vogels laten ook van zich horen. Wat is er aangenamer dan ’s morgens wakker te worden met het gefluit, getsjilp en gefladder van die levendige gasten. Jammer genoeg zijn veel van die kleinere vogels wat verdreven door de zwarte exemplaren die niet zo goed zijn in het zingen. De natuur heeft ook daar moeten buigen voor wat wij beschaving noemen. De machtigen maken het de kleinen en zwakken moeilijk, net als in de mensenmaatschappij.
Het kraakt en sleept wat meer, maar ik herhaal: we zijn er nog!
En dan, ja, dan het blije nieuws: we zijn er nog! U die dit leest en ik die dit schrijf, wij hebben de winter nog eens achter ons gelaten en straks kunnen we weer vertellen hoeveel lentes we tellen. Wat hebben we meer nodig? Dit alles nog eens te mogen beleven, het losbarsten van de groei op de velden en in de bomen. Natuurlijk, het loopt allemaal niet meer zo vlot en gemakkelijk. Het kraakt en sleept wat meer, maar ik herhaal: we zijn er nog! Wat er ook in onze weg komt, laten we tenminste hiervan genieten. Elk jaar begint alles opnieuw, onvermijdelijk. Maar het heeft enkel zin, als wij er zelf nog bij zijn. Daarom moeten we zoveel als we kunnen het leven omarmen. Met dit tekstje krijg je van mij alvast een grote knuffel!