De EU-strategie schiet tekort in de aanpak van Leeftijdsdiscriminatie

17-03-2026

De Europese Commissie heeft haar Europese Intergenerationele Rechtvaardigheidsstrategie voorgesteld, die zou moeten leiden tot eerlijke kansen, eerlijke beleidsvorming en een eerlijke leefomgeving voor alle generaties, maar duidelijk tekort schiet. Naast de inhoudelijke kritiek, klaagt ESO (European Senior Organisation) vooral het volkomen gebrek aan respect aan vanwege de diensten van de Commissie voor het georganiseerde middenveld, nochtans een van de pijlers van de Europese participatieve democratie. ESO heeft samen met andere middenveldorganisaties zijn bijdrage geleverd aan de verplichte consultatie van het middenveld. Maar daar heeft de verantwoordelijke administratie voor Educatie, Jeugd, Cultuur en Sport van de Commissie geen rekening mee gehouden. 

Om de ambitie van de Intergenerationele Rechtvaardigheidsstrategie volledig te realiseren, moet het ook worden versterkt door concrete stappen die het rechtenkader voor ouderen vandaag consolideren en uitbreiden. Nu onze samenlevingen de kans van een toenemende levensverwachting ervaren, moedigt ESO, samen met het EP Intergenerationeel Forum en AGE Platform Europe, de Commissie aan om werk te maken van het volgende:  

  • Prioriteit te geven aan de aanneming van de Horizontale Richtlijn inzake Gelijke Behandeling en aanvullende initiatieven te nemen om gelijke behandeling te waarborgen voor mensen van alle leeftijden, in al hun diversiteit. Dit moet onder meer het verzamelen van meer naar leeftijd uitgesplitste gegevens omvatten, het ontwikkelen van richtsnoeren en het herzien van bestaande wetgeving en praktijken, met name in het licht van digitalisering en grensoverschrijdende mobiliteit.
  • De Internationale Dag van de Ouderen te erkennen als een jaarlijkse gelegenheid op EU-niveau om de rechten van ouderen onder de aandacht te brengen, hun participatie te bevorderen en gegevens en goede praktijken tussen lidstaten te delen, en om de EU-Dag van Solidariteit tussen Generaties op 29 april consequenter te vieren.
  • Omvattend beleid te ontwikkelen om leeftijdsvriendelijke arbeidsmarkten te bevorderen, structurele belemmeringen voor de tewerkstelling van ouderen aan te pakken en de toegang tot levenslang leren te versterken.
  • Een kader op te zetten dat adequate minimumpensioenen en inkomenszekerheid gedurende de hele levensloop waarborgt, in lijn met de inspanningen van de Europese Commissie om armoede in de EU te voorkomen en te verminderen.
  • Duidelijke normen vast te stellen voor de erkenning van onbetaalde zorgarbeid in werkgelegenheids- en pensioenstelsels, zodat zorgtaken niet leiden tot langdurige economische nadelen.
  • Investeringen in de transformatie en opschaling van langdurige zorgdiensten te monitoren en te stimuleren, een verschuiving naar meer persoonsgerichte benaderingen te ondersteunen en thuis- en gemeenschapsgerichte zorg te versterken, in volledige overeenstemming met het VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (UNCRPD).
  • Een actieve en positieve rol te spelen in het internationale proces om een VN-verdrag inzake de rechten van ouderen op te stellen, en EU-richtsnoeren te ontwikkelen om leeftijdsdiscriminatie tegen te gaan in extern optreden, inclusief humanitaire hulp en ontwikkelingssamenwerking.
  • Een publieke bewustmakingscampagne te lanceren om leeftijdsstereotypen uit te dagen en solidariteit tussen generaties te bevorderen. 
  • De coördinatie tussen EU-beleidsdomeinen te versterken om betere resultaten gedurende de hele levensloop te bereiken, door de verbanden tussen domeinen zoals vervoer, huisvesting, regionaal beleid, toegankelijkheid en digitalisering te verkennen en te versterken. Dit moet worden ondersteund door de oprichting van een speciale Taskforce binnen de Europese Commissie om coherente en strategische actie rond vergrijzing te waarborgen.

     

    Bekijk de reactie van ESO en van het Intergenerationeel Forum van het Europees Parlement: ESO-European Senior Organisation en van  AGE Platform Europe

De Lijn moet een bijkomende besparing van 5,5 miljoen euro slikken

17-03-2026

De extra besparing van 35,5 miljoen bij De Lijn en opgelegd door de Vlaamse overheid is niet meer te rechtvaardigen ten opzichte van de burger/gebruiker. 

De besparingsplannen zijn nu voor elke (vervoer)regio bekend en zijn desastreus. 

Wat stelt S-Plus vast? 

-        Schrappen van essentiële buslijnen 

-        Afbouw van frequentie 

-        Schrappen aanbod in schoolvakanties 

-        Schrappen van extra Marktritten 

-        Extra schrapping van buslijnen op zaterdag en zondag 

-        Extra schrapping van avondritten 

-      Impact op Flex Bussysteem 

-      Basisonbereikbaarheid in sommige gemeenten/gebieden 

De Lijn wordt dus totaal uitgekleed door deze Vlaamse regering, met zware sociale gevolgen en impact op onze mobiliteit en milieu. Vervoersarmoede wordt daardoor nog versterkt in sommige gebieden. 
Om die reden wordt een ‘coalitie voor een sterk Openbaar Vervoer’ opgericht vanuit het brede middenveld. Deze coalitie heeft ondertussen een  ‘Open Brief’ gestuurd naar minister De Ridder over deze kwestie (zie hieronder). 

Meer nog, naar aanleiding van recente uitspraken van minister De Ridder in het Vlaams Parlement en in Ter Zake, waarin gesteld werd dat slechts 0,2% van de reizigers door de besparingen bij De Lijn getroffen zouden worden, reageert de Coalitie voor een Sterk Openbaar Vervoer met een nieuw initiatief. Volgens de coalitie verhult dit cijfer de reële en vaak ingrijpende gevolgen voor duizenden reizigers. 

Hoewel de minister het cijfer presenteerde als een indicatie van een beperkte impact, benadrukt de coalitie dat achter deze statistiek echte mensen met echte mobiliteitsnoden schuilgaan. “Het gaat niet over lege bussen,” klinkt het. “Het gaat over pendelaars, leerlingen, ouderen en mensen zonder alternatief die hun dagelijkse verplaatsing verliezen.” 

Om deze reizigers een stem te geven, lanceert de coalitie een platform waar iedereen zijn of haar verhaal kan delen. Met deze verzameling getuigenissen wil de organisatie aantonen dat de impact van de dienstafbouw wel degelijk voelbaar en maatschappelijk relevant is. 

De website is toegankelijk via: https://hiertrekkenwijdelijn.lovable.app/ 

Lees hier de open brief van de Coalitie voor een sterk openbaar vervoer aan Vlaams minister van mobiliteit Annick De Ridder:

Brussel, 29 februari 2026 

Mevrouw de minister

Met een brede Coalitie voor een Sterk Openbaar Vervoer, bestaande uit organisaties en verenigingen die zich dagelijks inzetten voor een betrouwbaar, sociaal rechtvaardig en klimaatvriendelijk mobiliteitssysteem, richten wij ons tot u met deze open brief. We zijn zeer bezorgd en diep verontwaardigd over de recent aangekondigde besparingen bij De Lijn. 

De beslissing van de Septemberverklaring om op het aanbod van De Lijn 30 miljoen euro te besparen, dreigt uit te monden in een structurele afbouw van het openbaar vervoer in Vlaanderen. De gevolgen voor reizigers, personeel én het klimaat zijn onmiskenbaar en bijzonder zorgwekkend. 

De Lijn en de Vlaamse reizigers verwachten een door u beloofd toekomstgericht groeipad, broodnodige investeringen en een duidelijke visie om meer mensen richting duurzame mobiliteit te bewegen. In plaats daarvan wordt De Lijn bovenop de 30 miljoen euro van de Septemberverklaring geconfronteerd met een bijkomende besparing van 5,5 miljoen euro. 

Dit zijn geen abstracte budgetlijnen. Deze bedragen zullen voelbaar zijn in het dagelijks leven: minder ritten, minder betrouwbaarheid, minder kansen om de klimaatdoelstellingen te halen en meer vervoersarmoede. Elke geschrapte bus of tram betekent meer auto’s op de weg, meer filedruk, meer uitstoot en vooral minder mobiliteit voor wie geen alternatief heeft. 

Deze besparingsronde treft De Lijn midscheeps in haar maatschappelijke, sociale kernopdracht. De impact is het grootst voor reizigers die geen alternatief hebben en bij mensen in landelijke gebieden. Het personeel van De Lijn vangt intussen de frustraties op van deze reizigers in moeilijke omstandigheden. 

Openbaar vervoer is geen luxe. Het is een basisrecht én een hefboom voor gelijke kansen. Minder aanbod betekent langere wachttijden, meer gemiste aansluitingen en een mobiliteitssysteem dat steeds minder toegankelijk wordt voor scholieren, werknemers, ouderen en mensen met een beperking.  

Bovendien staat deze afbouw haaks op de klimaatambities die Vlaanderen officieel onderschrijft. Overheden wereldwijd benadrukken dat een sterke modal shift richting openbaar vervoer cruciaal is om de CO₂-uitstoot te verminderen. Elke nieuwe besparing vertraagt de noodzakelijke transitie naar duurzame mobiliteit en duwt Vlaanderen verder weg van zijn eigen klimaatverplichtingen. 

De vorige Vlaamse regeringen legden voor de basisbereikbaarheid budgetneutraliteit op. In de vervoersregioraden hebben de lokale besturen hun opdracht binnen die beperking loyaal uitgevoerd. Deze Vlaamse regering houdt haar woord niet en neemt nu eenzijdig schaarse middelen weg. Ze stelt de lokale besturen voor voldongen feiten. Het is dan ook begrijpelijk dat verschillende gemeenten naar de rechter stappen. Zij vragen zich terecht af of gemaakte afspraken en het decreet nog ernstig worden genomen. 

Wij delen die bezorgdheid. 

Onze coalitie weigert te aanvaarden dat De Lijn systematisch als inefficiënt wordt weggezet, terwijl het personeel onder steeds moeilijkere omstandigheden het beste van zichzelf geeft. Beleidsvoering zonder dialoog met de werkvloer, zonder inspraak van reizigers en zonder oog voor klimaatimpact is geen beleid. Het is dogmatiek. 

Mevrouw de minister, uw beleidskeuzes raken aan de kern van sociale rechtvaardigheid, bereikbaarheid en klimaatbeleid in Vlaanderen. Ze bepalen of openbaar vervoer een volwaardig alternatief mag en kan zijn, dan wel of het laatste vangnet wordt voor wie echt geen andere optie heeft. 

Wij vragen u uitdrukkelijk om een open en constructief overleg hierover. Reizigersorganisaties, personeel, lokale besturen en milieuorganisaties, kortom alle belanghebbenden, willen hierover zo snel mogelijk met u aan tafel zitten, om samen te zoeken naar oplossingen die het openbaar vervoer versterken in plaats van het af te bouwen. 

Met vriendelijke groeten 

Coalitie voor een Sterk Openbaar Vervoer

Wanneer winst primeert op waardigheid: Het dossier‑Orelia toont aan waarom S‑Plus op de barricades blijft staan

Wanneer winst primeert op waardigheid: Het dossier‑Orelia toont aan waarom S‑Plus op de barricades blijft staan

Het jongste inspectieverslag over de commerciële woonzorggroep Orelia is opnieuw een pijnlijk dossier dat blootlegt wat misloopt in een zorgsector waar winstlogica steeds vaker de bovenhand neemt op menselijke waardigheid. De Zorginspectie stelde vast dat Orelia meer dan 127.000 euro aan medicatiekortingen heeft achtergehouden—geld dat integraal was bedoeld voor de bewoners. Daarmee betaalden honderden ouderen in 2024 te veel voor medicijnen die ze dagelijks nodig hebben. In een sector die draait op kwetsbaarheid en vertrouwen is dat niets minder dan een moreel bankroet. 

Dit is geen technische fout of misverstand. Sinds 2006 is wettelijk vastgelegd dat woonzorgcentra deze kortingen moeten doorrekenen aan de bewoners. Toch belandde het geld elders. En dat in een periode waarin dezelfde groep al in opspraak kwam wegens het verschuiven van miljoenen zorgmiddelen naar gelieerde ondernemingen. De Zorginspectie waarschuwt nu dat de financiële gezondheid van Orelia zelfs de continuïteit van de zorg zou kunnen bedreigen.  

S‑Plus: op de barricades voor gezondheid en welzijn 

Hoe kan een oudere persoon volwaardig deelnemen aan een samenleving als hij of zij structureel te veel betaalt voor basiszorg? Hoe garanderen we welzijn als woonzorgcentramiddelen wegsluizen naar externe partners, terwijl bewoners steeds hogere dagprijzen en supplementen betalen?  

Het dossier is een fundamentele ondergraving van een essentiële publieke opdracht: ouderen verzorgen met respect, kwaliteit en veiligheid

De praktijken bij Orelia passen exact in het rijtje van evoluties die haaks staan op de visie van S‑Plus: ouderen moeten veilig, betaalbaar en waardig ouder kunnen worden - zonder dat commerciële structuren zorggeld naar aandeelhouders of gelieerde vennootschappen overhevelen. Wanneer een commerciële zorggroep haar financiële huishouding zo organiseert dat zorggeld elders terechtkomt, dan is dat meer dan boekhoudkundige creativiteit. Dat is een fundamentele ondergraving van een essentiële publieke opdracht: ouderen verzorgen met respect, kwaliteit en veiligheid. Voor S‑Plus, die expliciet opkomt voor de gezondheid, het welzijn en de belangen en rechten van ouderen, zijn dit geen randgevallen maar fundamentele systeemfouten. 

Waarom marktwerking in de zorg faalt 

Vanuit sociaal‑democratisch perspectief is de analyse helder: zorg is geen product en oudere bewoners zijn geen klanten in een winstmodel. De realiteit die Orelia blootlegt—het achterhouden van kortingen, het verschuiven van 28,8 miljoen euro naar gelieerde bedrijven, en een mogelijke bedreiging van de zorgcontinuïteit— toont wat er misloopt wanneer private structuren te veel ruimte krijgen zonder voldoende transparantie en controle. 

Precies daarom hamert S‑Plus er al jaren op dat ouderen recht hebben op goede, transparante, toegankelijke en betaalbare zorg, en dat Vlaanderen niemand mag laten achterblijven. 

Tijd voor een echt sociaal ouderenbeleid 

Het is positief dat minister Caroline Gennez een verder onderzoek heeft aangekondigd, maar onderzoek alleen volstaat niet. Dat de Vlaamse regering werk maakt van een uniforme en transparante boekhouding in de sector, is een urgente en broodnodige stap die S-Plus toejuicht. Want we hebben een systeem nodig dat transparantie en maatschappelijke verantwoording afdwingt. Als we willen dat zorggeld echt naar zorg gaat, dan moet het volgende gebeuren: 

  • Strikte regels tegen winstafroming in zorginstellingen, zeker wanneer publieke middelen betrokken zijn
  • Publieke controle worden versterkt. Niet enkel financieel, maar ook op governance en eigendomsstructuren
  • Een versterking van non‑profit en publieke initiatieven, zodat zorginstellingen niet gedwongen worden om commerciële shortcuts te zoeken.
  • Een beleid dat ouderen werkelijk centraal plaatst, zoals S‑Plus al decennialang verdedigt. 

Zorg als recht, niet als handelswaar 

De feiten rond Orelia zijn tekenend voor een Vlaanderen dat de laatste jaren meer en meer de deur openzet voor neo-liberale marktlogica

Het debat over ouderenzorg is vaak technisch, maar de essentie is normatief: welke samenleving willen we zijn? Een waarin zorginstellingen worden gemanaged als vastgoedportefeuilles? Of een waarin de laatste levensjaren van ouderen worden omringd met aandacht, veiligheid en betrouwbaarheid?  

De feiten rond Orelia zijn tekenend voor een Vlaanderen dat de laatste jaren meer en meer de deur open zet voor neo-liberale marktlogica. Als we deze realiteit laten passeren zonder structurele hervormingen, dan zijn we allemaal medeplichtig aan een systeem dat winst boven waardigheid plaatst.  

Het is tijd om terug te keren naar de basis: zorg is geen product. Zorg is een recht, gedragen door solidariteit, transparantie en menselijke waardigheid. Met rechten wordt niet gespeculeerd.

Perscontact
Steven Vanden Broucke
Stafmedewerker vrijwilligers en belangenbehartiging
Sint-Jansstraat 32, 1000 Brussel
T 02 515 02 03
Esteven.vandenbroucke@s-plusvzw.be 

Terugblik op Studiedag: impact Europees beleid op ouderen

18-03-2026

Op donderdag 5 maart nodigden Bruno Tobback (Europees Parlementslid S&D) samen met S-Plus, ABVV-senioren en ESO een aantal enthousiaste plussers uit in het Europees Parlement in Brussel voor de tweede studienamiddag over de impact van het Europese beleid op ouderen.

Europa lijkt voor velen een ver-van-mijn-bed-gebeuren, maar niets is minder waar. We vergeten dat de Europese integratie nog altijd zorgt voor welvaart en vooral vrede en wederzijds begrip tussen landen en volkeren. Een verwezenlijking die vandaag bedreigd wordt door de opkomst van populisme en extreemrechts.  Na de eerste studiedag, op 15 maart 2024 is er heel wat veranderd: na de Europese verkiezingen is extreemrechts in Europa sterker geworden, het conflict tussen Rusland en Oekraïne blijft aanslepen, Israël tracht Palestina op de knieën te krijgen en Trump holt gestaag de Amerikaanse democratie uit.   

Op deze studiedag gingen we dieper in op het ESO-werkprogramma 2024-2029 en legden we de linken naar de andere beleidsniveaus (Federaal, Vlaams en Brussel, lokaal) en de belangrijkste Europese instellingen.

Het welkomstwoord werd verzorgd door Bruno Tobback, Europees parlementslid namens Vooruit (S&D). Vervolgens werd besproken hoe het programma kon worden verwezenlijkt en met wie, en hoe de sprekers vanuit hun mandaat konden bijdragen aan de realisatie ervan. Rob Beenders, federaal minister bevoegd voor consumentenbelangen en gelijke kansen, ging in op thema’s zoals gelijke kansen, discriminatie en digitalisering in relatie tot de rechten van senioren. Magda De Meyer lichtte de link toe tussen de Vlaamse Ouderenraad en internationale instellingen. Vervolgens was Marc Angel (S&D) aan het woord, lid van de sociale commissie en de commissie interne markt en consumentenbelangen van het Europese Parlement. Hij sprak over zijn inzet voor gelijkheid, inclusie en sociale rechtvaardigheid. Ook Pascal Smet, Brussels parlementslid en lid van het Comité van de Regio’s, leverde een bijdrage.

Daarna volgde een discussie met het publiek en aansluitend verzorgde Jos Bertrand,voorzitter van ESO, de uitleiding en het slotwoord. Tot slot was er een drink- en netwerkmoment.

studiedag 3
studiedag 1
studiedag

Hoe willen we zorg ontvangen als we ouder worden

24-11-2025

In Ik werd kamer 235 beschrijft Lieve Flour haar leven in een woonzorgcentrum, met scherpe observaties en een warm pleidooi voor menselijkheid. Haar persoonlijke blik zet aan tot nadenken over respect, autonomie en verbondenheid. Ook Magda De Meyer, voorzitter van de Vlaamse ouderenraad en S-Plusser, deelt haar visie. Zij legt uit hoe woonzorgcentra meer op maat van bewoners kunnen worden ingericht en welke stappen het beleid kan zetten. Samen tonen ze hoe ouderenzorg anders en beter kan.

Recensie: Ik werd kamer 235 van Lieve Flour

Moet zorg in een woonzorgcentrum je echt overkomen of niet? In Ik werd kamer 235 neemt Lieve Flour de lezer mee naar het hart van een woonzorgcentrum, waar ze zelf als tachtiger noodgedwongen haar intrek nam. Vanuit haar nieuwe thuis – kamer 235 – beschrijft ze met open blik, scherpe observaties en een warm hart hoe het is om plots afhankelijk te worden van zorg.

Haar boodschap is vrij duidelijk: ze wil geen zorg ondergaan, maar ontvangen. Met respect, menselijkheid en ruimte voor haar eigen keuzes. Wat dit boek bijzonder maakt, is de combinatie van persoonlijke ervaring en maatschappelijke reflectie. Flour schrijft niet vanuit theorie, maar vanuit het leven zelf. Ze laat zien hoe kleine gebaren, zoals een kopje koffie of een vriendelijk woord, een wereld van verschil maken. Tegelijk schuwt ze de pijnlijke kanten niet: het verlies van autonomie, de soms kille regels, en het gevoel van onzichtbaarheid dat ouderen kunnen ervaren.

Zorg draait om meer dan regels en routines; het gaat om respect, verbondenheid en menselijkheid

De stijl is helder, toegankelijk en zonder franjes. Geen aanklacht, maar een uitnodiging tot verbetering. Flour benoemt wat goed gaat, prijst zorgverleners waar het verdiend is, maar stelt ook kritische vragen. Waarom voelt zorg soms als iets dat je moet ondergaan in plaats van ontvangen? Hoe kan het anders?

Wat opvalt, is haar zachte maar doordringende toon. Ze is nooit bitter, wel vastberaden. Ze wil gehoord worden, niet alleen voor zichzelf, maar voor alle bewoners die vaak in stilte leven. Thema’s als eenzaamheid, intimiteit, diversiteit en zingeving komen aan bod, telkens met respect en nuance. Het boek is dus geen aanklacht, maar een mild kritische uitnodiging tot verbetering.

Ze schrijft over de pijnpunten, maar deelt evengoed wat goed gaat, en geeft oprecht schouderklopjes aan wie dat verdient. Haar boodschap is eenvoudig en duidelijk. Zorg draait om meer dan regels en routines; het gaat om respect, verbondenheid en menselijkheid.

Ik werd kamer 235 is een boek voor zorgverleners, beleidsmakers, familieleden en iedereen die wil begrijpen hoe ouder worden in Vlaanderen écht voelt. Het is een pleidooi voor menselijkheid in de zorg, geschreven door iemand die het van binnenuit beleeft. Een aanrader, niet alleen om te lezen, maar om bij stil te staan.

Meer info
‘Ik werd kamer 235’ van Lieve Flour werd uitgegeven bij Politeia. Het boek is verkrijgbaar in de boekhandel of via www.politeia.be.

Magda De Meyer: "Inspraak moet blijven, ook al verandert je woonplaats."

In het boek wordt gesteld dat woonzorgcentra vaak gebouwd zijn voor het personeel, niet voor de bewoners. Klopt dit volgens jou? Hoe zou een woonzorgcentrum er volgens jou idealiter moeten uitzien?
Magda: “Veel woonzorgcentra ogen als ziekenhuizen, met weinig huiselijke sfeer. Door de hoge werkdruk is er vaak geen tijd voor een babbel of activiteit op maat. Dat voedt het beeld dat je autonomie verliest bij een verhuis naar een WZC. Hoewel sommige centra inspraak stimuleren, is dat zeker niet overal zo. Er zijn inspirerende voorbeelden, maar ook veel werk aan de winkel.”

“De bewoner écht centraal zetten betekent: zelf bepalen wanneer je opstaat, wie je ontvangt, wat je doet. Van koffie drinken tot lid worden van een vereniging, of meebeslissen over personeel. Inspraak moet blijven, ook al verandert je woonplaats.”

Regels zijn nodig, maar mogen autonomie niet ondermijnen

De regels beperken soms de autonomie van bewoners. Welke concrete veranderingen zouden volgens jou de levenskwaliteit van bewoners het meest verbeteren?
Magda: “Een nieuwe voordeur verandert niet wie je bent. Regels zijn nodig, maar mogen autonomie niet ondermijnen. We moeten evolueren van medische naar woon- en leefregelgeving. Inspectie moet ook luisteren naar bewoners: voelen zij zich gehoord?” 

Huidhonger, intimiteit en seksualiteit zijn belangrijk voor het welzijn van de mens. Maar in tal van WZC zijn ouderen daar blijkbaar niet (meer?) mee bezig. Hoe kijk jij hier tegen aan?
Magda: “Het klopt niet dat ouderen geen nood hebben aan intimiteit. Er rust een taboe op. Iedereen heeft behoefte aan aanraking, vriendschap, fantasieën. WZC moeten nadenken over privacy, houding tegenover koppels, en openheid rond geaardheid. Iedereen moet zichzelf kunnen zijn.”

Hoe kunnen bewoners zelf bijdragen aan een betere woonomgeving, ondanks de huidige beperkingen in WZC?
Magda: “Bewoners zijn meer dan zorgontvangers. Ze kunnen ideeën delen, tuinieren, kunst maken, een charter opstellen of een bewonersraad oprichten met echte beslissingsmacht. Via brieven, pers of sociale media kunnen ze druk uitoefenen op het beleid.”

Welke stappen kan het beleid nog nemen om de kwaliteit van WZC te verbeteren?
Magda: “De Vlaamse overheid moet duidelijke kwaliteitscriteria opstellen, niet enkel medisch maar ook rond wonen en leven. Transparantie is cruciaal, bijvoorbeeld via bevragingen bij bewoners. Ook moet elk WZC een kwaliteitscoördinator krijgen, niet één voor meerdere centra.”

Tot slot: hoe kan S-Plus bijdragen om een kwalitatief ouderenbeleid in Vlaanderen te garanderen? 
Magda: “Als ouderenvereniging kunnen we ouderenzorg mensgerichter maken. We ondersteunen bewoners, mantelzorgers en kaarten mobiliteit en digitale exclusie aan. Betaalbaarheid blijft een strijdpunt: een gemiddeld pensioen volstaat vaak niet om een WZC te betalen.”

Dit is een artikel uit S-Plus Mag oktober - november - december 2025. Lees hier nog meer artikels.

Sterk en toegankelijk openbaar vervoer in Vlaanderen!

Vlaanderen verdient beter. Vlaanderen verdient openbaar vervoer dat werkt.

S-Plus roept de Vlaamse overheid en de minister van Mobiliteit, Annick De Ridder, op: investeer nu in een toekomstgericht vervoersbeleid dat het verschil maakt. Een beleid dat het klimaat dient, files vermindert en iedereen vlot op zijn bestemming brengt. Mobiliteit is geen luxe, het is een basisrecht.

Onze boodschap is duidelijk:

We eisen toegankelijk, efficiënt, comfortabel, stipt én betaalbaar openbaar vervoer. 

Vlaanderen blijft achter

S-Plus trekt aan de alarmbel. Terwijl mobiliteit vastloopt en de klimaatuitdagingen toenemen, blijft de Vlaamse overheid de auto bevoordelen. Bus en tram verdienen een centrale plaats, maar De Lijn krijgt onvoldoende middelen.

Een eenmalige financiële injectie en een beloofde dotatieverhoging in 2026 zijn niet genoeg. Wat we nodig hebben zijn structurele investeringen in infrastructuur, voertuigen en personeel. Alleen zo bouwen we een openbaar vervoersnetwerk dat werkt voor iedereen.

Geef de reiziger een stem

Lokale vervoersplannen worden vaak opgesteld zonder inspraak van gebruikers. Dat moet anders. Wij eisen structurele vertegenwoordiging van reizigers en middenveldorganisaties in de vervoerregioraden.

Herstel wat verloren ging – herbekijk flexvervoer

Flexvervoer faalt. Het is inefficiënt, onbetrouwbaar en sluit niet aan bij de noden van de mensen. Herstel de geschrapte lijnen en garandeer voldoende bushaltes, want scholieren, pendelaars, ouderen en mensen met een beperking staan nu letterlijk vaak in de kou.

Maak reizen vlotter en eenvoudiger

Tram en bus staan te vaak stil. Slimme verkeerslichten kunnen zorgen voor snellere en stiptere ritten. En met één geïntegreerd ticket voor trein, tram en bus maken we reizen toegankelijker voor iedereen.

Samen maken we het verschil

Een klantgericht mobiliteitsbeleid vraagt samenwerking. Vlaamse overheid, De Lijn, vervoerregioraden en lokale besturen: werk samen en bestrijd vervoersarmoede. Alleen zo realiseren we duurzame mobiliteit.

Doe mee met onze actie op 20 september 2025! 

Laat je stem horen. Samen kunnen we het verschil maken. Kom op voor een Vlaanderen met sterk en sociaal openbaar vervoer. Samen gaan we richting verandering. 

Voer mee actie voor een sterk en toegankelijk openbaar vervoer!

Iedereen heeft recht op vlot, betaalbaar en betrouwbaar vervoer. Toch blijven bussen en trams verdwijnen, worden haltes geschrapt en laat de Vlaamse overheid het openbaar vervoer links liggen. 

Genoeg is genoeg! Wij eisen een beleid dat mensen centraal zet, niet de auto. 

Waarom we op straat komen:

  • Herstel geschrapte lijnen
  • Investeer structureel in voertuigen, personeel en infrastructuur.
  • Geef reizigers inspraak in vervoersplannen.
  • Zorg voor één ticket voor trein, tram en bus. 

Wanneer en hoe laat: zaterdag 20 september om 11.30 uur (tot 13 uur) 
Locaties:

  • Provincie Limburg (alle gemeenten) – station Hasselt (Mgr. Broekxpl. recht tegenover station)
  • Provincie Vlaams-Brabant (alle gemeenten) – station Leuven – Martelaarsplein
  • Provincie Antwerpen (alle gemeenten) – Antwerpen Centraal – kant Astridplein
  • Provincie O-VL (alle gemeenten) – Gent sint-Pieters – nabij helling busstation
  • Provincie WVL (alle gemeenten) – station Brugge – voorkant 

Perscontact
Steven Vanden Broucke
Stafmedewerker vrijwilligers en belangenbehartiging
Sint-Jansstraat 32, 1000 Brussel
T 02 515 02 03
Esteven.vandenbroucke@s-plusvzw.be

Waarom sociale actie voor ouderen essentieel is

01-09-2025

Waarom sociale actie voor ouderen essentieel is: tegen leeftijdsdiscriminatie en voor een waardig leven

In Vlaanderen vormen ouderen een steeds grotere groep in onze samenleving. Toch botsen zij vaak op onzichtbare drempels die hun kansen en levenskwaliteit beperken. Leeftijdsdiscriminatie, of ageïsme, is een hardnekkig probleem dat velen treft. Het zorgt ervoor dat ouderen onterecht worden gezien als minder capabel, minder relevant of minder waard om mee te beslissen. Juist daarom is sociale actie voor S-Plus essentieel: om vooroordelen te doorbreken en de stem van ouderen te versterken.

Het verbeteren van de levenskwaliteit van ouderen is een kerndoel van S-Plus

Ageïsme leidt niet alleen tot uitsluiting op de werkvloer of in de gezondheidszorg, maar ook tot een verminderde maatschappelijke en politieke participatie. Het is essentieel dat ouderen actief kunnen meedenken en meebeslissen over beleid dat hun leven direct beïnvloedt. Door hen structureel te betrekken, bijvoorbeeld via inspraakraden, seniorenorganisaties en lokale initiatieven, versterken we hun rol als volwaardige partners in de samenleving. Dit draagt niet alleen bij aan betere beslissingen, maar verhoogt ook het gevoel van betrokkenheid en eigenwaarde van ouderen.

Het verbeteren van de levenskwaliteit van ouderen is een kerndoel van S-Plus. Dat betekent meer dan gezondheid en financiële zekerheid: het gaat ook om verbondenheid, zingeving en een veilige, waarderende leefomgeving. Initiatieven tegen eenzaamheid, voor toegankelijkheid en participatie zijn daarbij onmisbaar.

Door sociale actie te voeren tegen leeftijdsdiscriminatie en voor meer participatie, bouwen we aan een Vlaanderen waar ouderen niet aan de kant worden geschoven, maar waar ze volwaardig kunnen meedoen en zich thuis voelen. Dit versterkt niet alleen het individu, maar ook de gemeenschap als geheel.

Onze samenleving is rijker wanneer alle generaties met respect en aandacht samenleven. Daarom is het van groot belang om samen te werken aan een toekomst waarin ouderen waardig, actief en betrokken kunnen blijven. Zonder belemmeringen, vooroordelen of uitsluiting.

Word actievrijwilliger bij S-Plus!
Wij zoeken mensen die
- Overtuigingskracht hebben en op straat durven komen
- Anderen kunnen motiveren en inspireren
- Zorg willen dragen voor hun gemeenschap
- Samen willen werken

Voor onze actieteams in Leuven, Brussel, Hasselt, Genk, Gent, Brugge, Kortrijk, Antwerpen en Mechelen. Je maakt deel uit van de regionale werkgroep, samen met andere geëngageerde vrijwilligers. Samen organiseren jullie acties, versterken jullie netwerken en brengen jullie ouderenrechten op de kaart.

Wat vragen we? Enkele uurtjes van je tijd en de durf om zichtbaar op te komen voor S-Plus.

Wat bieden we? Ondersteuning met materiaal en vorming, onkostenvergoeding en fijne vrijwilligersmomenten.

Neem contact met ons op via info@s-plusvzw.be of 02 515 02 03

Dit is een artikel uit S-Plus Mag juli - augustus - september 2025. Lees hier nog meer artikels.

Bedankt, Herman De Loor!

31-07-2025

Als voorzitter van de S-Plusgroep in Zottegem en beleidsvrijwilliger zette Herman De Loor zich jarenlang in voor S-Plus. We praten met hem over zijn ervaring en waar we met S-Plus het verschil kunnen maken.

Herman de Loor

Hoe ben jij bij S-Plus, toen nog Vlaamse Federatie voor Socialistische Gepensioneerden, terechtgekomen? En hoe wist je van het bestaan af?
Herman: “Ik ben altijd zeer actief geweest binnen de socialistische beweging. Als jonge gast ben ik gestart bij de Jongsocialisten, waar ik later ook lid werd van het Nationaal Bestuur. Zo bleef ik mij verder engageren. Al snel sloot ik mij aan bij de BSP. Door mijn politieke engagement kwam ik vanzelf in contact met wat er leefde in Zottegem, en zo wist ik ook dat er een lokale afdeling van de VFSG actief was. Toen ik met pensioen ging, was het voor mij dan ook een logische stap om
daarbij aan te sluiten. Zo werd ik lid van de VFSG-afdeling Zottegem.”

Al onze leden zetten zich verdorie hard in om dagelijks het verschil te maken

Je staat bekend als een man van kordate aanpak. Nam jij meteen een bestuursfunctie op?
Herman: “Er werd mij meteen gevraagd om in het bestuur te komen, en ik heb dat dan ook gedaan. Ik liet toen het initiatief om alles te organiseren nog over aan de mensen die al jaren lid waren. Na verloop van tijd nam ik meer en meer zelf taken op.”

Hadden jullie een grote afdeling, en was er concurrentie met andere ouderenverenigingen?
Herman: “Ja, voornamelijk OKRA, toen de Kristelijke Beweging van Gepensioneerden (KBG). Die zijn in Zottegem nog altijd heel actief, maar vooral in de kleinere deelgemeenten. Van echte grote samenwerking kon je niet spreken. De toenmalige CVP zag ons vooral als concurrent voor de KBG. Dat zorgde er ook voor dat wij ons strijdvaardig op stelden natuurlijk.”

Wat was voor jullie afdeling toen belangrijk, waar zetten jullie op in?
Herman: “Onze mensen samenbrengen en informeren over de actualiteit, dat was vooral onze inzet. Maar we willen hen ook iets bijbrengen over de werking van de socialistische beweging.”

Hadden jullie dan veel contact met de partij?
Herman: “Sowieso met het ziekenfonds, maar zeker ook met de partij. Met mijn ervaring als volksvertegenwoordiger en burgermeesterschap had ik natuurlijk wel goede contacten ook.” 

Politiek zit in je bloed, dat weten we. Hoe lang ben je al actief in de S-Plus beleidswerkgroep?
Herman: “Ja, dat is van thuis uit, hé. Bij mijn zonen is dat ook zo. Van ‘s morgens tot ‘s avonds ging het over politiek. Deelnemen aan de beleidswerkgroep paste perfect in dat plaatje. Ik heb dan ook meteen toegezegd toen ik werd gevraagd om lid te worden.”

Heb je met de beleidswerkgroep het verschil kunnen maken?
Herman: “Ja, daar ben ik van overtuigd. Anders zet je je daar niet voor in. Ik denk maar aan onze memoranda die we bij elke verkiezingen opstellen. Het is belangrijk dat we onze stem laten horen, anders worden we aan de kant geschoven. Daarom blijf ik me op verschillende vlakken nog inzetten als socialist in de brede zin. Vandaag ben ik nog voorzitter van de coöperatieve vennootschap Werkerswelzijn, die eigenaar is van het Zottegemse Volkshuis."

Je bent ook jaren S-Plusvertegenwoordiger geweest bij de Vlaamse Ouderenraad. Welke thema’s lagen je het meeste aan het hart?
Herman: “Ik heb dat 10 jaar gedaan vanuit diezelfde socialistische gedrevenheid. Ik zat in de commissie wonen en mobiliteit. Met hart en ziel heb ik daar mijn inbreng gedaan, met steun van S-Plus. Die steun is niet onbelangrijk, want Okra is een grote speler, en dat voel je constant. Daarnaast ben ik blij dat S-Plus Magda De Meyer als nieuwe voorzitter van VLORA heeft kunnen voordragen. Zo zie je dat we als vereniging toch een verschil kunnen maken.”

Ik heb graag mensen met levenservaring die zaken naar voren brengen, en dat vind ik terug bij S-Plus en de beleidswerkgroep

Hoe zag je jezelf als lid van die commissie? Man van het conflict of eerder van de consensus?
Herman: “Als man van de consensus. VLORA heeft me ooit gevraagd om voorzitter te worden van de commissie. Maar ik had het te druk. En mijn prioriteit lag bij S-Plus en, natuurlijk, Zottegem.”

Maakt S-Plus voldoende het verschil volgens jou?
Herman: “Zeker. Al onze leden zetten zich verdorie hard in om dagelijks het verschil te maken. Dat is geen grote politiek, hé. Dat gaat over kleine zaken, vooral op lokaal vlak. De ervaring die ze lokaal opdoen, maar dan verwoorden op de hogere politieke niveaus. Dat is belangrijk.”

Wat denk van de invoering van de regionale beleidswerkgroepen?
Herman: “Het is belangrijk dat mensen uit de praktijk hun inbreng kunnen doen. Niet alleen theorie. Daar ben ik vooral voorstander van. Dus voor mij zeker een meerwaarde.”

Je bent al jaren bij S-Plus betrokken. Wat is het belangrijkste moment geweest?
Herman: “Ik wil niks over het hoofd zien. Alles lijkt mij belangrijk. Zeker alles wat op de S-Plustafel naar voren kwam, heb ik helpen uitdragen. Ook al was dat soms tegen mijn eigen mening. Maar ik volgde en steunde de standpunten die bij de meerderheid werden gestemd. Ik heb graag mensen met levenservaring die zaken naar voren brengen, en dat vind ik terug bij S-Plus en de beleidswerkgroep. Waarmee ik niet wil zeggen dat experten onbelangrijk zijn. Maar liefst niet te veel regelneverij.”

Hoe bedoel je? 
Herman: “Daar ben ik echt tegen, ook in het parlement. Ik heb dikwijls gezegd dat ze daarmee moeten stoppen. Te veel regels lost niets op, integendeel. Houd het eenvoudig, want anders krijg je veel te veel procedurefouten die volgens mij niet nodig zijn.”

Herman, het siert je dat je een stap opzij zet, en de kans wil geven aan anderen. Wat wil je deze mensen nog meegeven?
Herman: “Omring je vooral met mensen die lokaal veel ervaring hebben, die de lokale problemen kennen. Daar kan je echt het verschil maken. Blijf met je voeten op de grond. Ik heb niks tegen grote theorieën, dat kan helpen, maar ik wil vooral mensen zien die de handen uit de mouwen steken en zaken concreet vooruithelpen.” 

Dank je wel Herman, voor je jarenlange inzet.

Dit is een artikel uit S-Plus Mag juli - augustus - september 2025. Lees hier nog meer artikels.

Zorgen voor morgen

16-06-2025

Auteurs Daan Duppen en Dirk Doucet zijn gerontologen die dagelijks werken aan het verbeteren van de zorg voor ouderen en kwetsbare mensen. Dit boek is geschreven voor iedereen die zich bezighoudt met ouder worden en waarde hecht aan de kwaliteit van het leven. Of je nu zelf ouder wordt, een naaste hebt die zorg nodig heeft, of werkt in de zorg of het beleid, dit boek biedt een heldere visie en concrete oplossingen. 

Voor veel mensen draait kwaliteitsvol ouder worden om gezondheid, maar het sociale aspect is minstens zo belangrijk: mensen hebben elkaar nodig. Het liefst blijven ouderen in hun eigen huis wonen, maar als dat niet meer mogelijk is, bestaan er
2 bekende alternatieven: assistentiewoningen of woonzorgcentra. Wanneer kwetsbaarheid toeneemt, komen zorgprofessionals en mantelzorgers in beeld. Ook daar zijn nog stappen te zetten om de zorg en ondersteuning te verbeteren. De overheid doet grote investeringen, maar uiteindelijk ligt de verantwoordelijkheid bij het individu om tijdig in actie te komen en kansen te grijpen – liefst nog vóór afhankelijkheid een rol speelt.

Voor wie oplossingen zoekt is het belangrijk te begrijpen wat fysieke, psychische, cognitieve en contextuele kwetsbaarheid betekent. Voor veel ouderen is aangepast thuis wonen de beste optie. Als dat niet haalbaar is, wijzen de auteurs op het tekort aan lokale dienstencentra. Ze halen ook inspirerende cohousing-projecten aan, die een waardevol alternatief bieden voor ouderen die nog zelfstandig kunnen leven.

Als ouderen de regie over hun leven willen behouden, moeten ze tijdig actie ondernemen – een boodschap die doorheen het boek meerdere keren terugkomt

Als ouderen de regie over hun leven willen behouden, moeten ze tijdig actie ondernemen – een boodschap die doorheen het boek meerdere keren terugkomt, aangevuld met praktische aanbevelingen. Thema’s zoals wilsbekwaamheid en euthanasie worden besproken, net als uitdagingen van volledige zorgafhankelijkheid in een woonzorgcentrum. De auteurs tonen in een historisch overzicht welke verbeteringen in de ouderenzorg zijn gekomen, met een sterke focus op wonen als eerste prioriteit, en pas daarna de zorg.

Het boek belicht verschillende woonvormen, met hun voor en nadelen, en vooral hoe ze nog beter gerealiseerd kunnen
worden. Het welzijn van kwetsbare ouderen ligt niet alleen in de handen van de overheid, maar van de hele samenleving. Wat er nog ontbreekt en hoe dit verbeterd kan worden, komt uitgebreid aan bod in het hoofdstuk ‘Zorg in en door de
samenleving’. 

Ook maatschappelijke participatie krijgt aandacht. Ouderen raken te snel geïsoleerd, wat leidt tot eenzaamheid en achteruitgang. Een buurtzorghuis zou hierin een cruciale rol kunnen spelen, een oplossing die wordt besproken in het laatste hoofdstuk. Wie voorzorgsmaatregelen treft – zoals een gezonde levensstijl, wonen in een vertrouwde buurt, zich omringen door bekende buren en een vertrouwde mantelzorger – vergroot de kans op een waardig en zelfstandig leven, tot het einde toe.

Zoals Ann Peuteman schrijft in haar nawoord: "De auteurs geven hun lezers niet alleen broodnodige informatie over een levensfase waar velen weinig over (willen) weten, ze zetten hen ook op weg om het heft in eigen handen te nemen."

Meer info
Zorgen voor morgen’ van Daan Duppen en Dirk Doucet (Pelckmans Uitgevers) is o.a. verkrijgbaar bij de Standaard Boekhandel voor € 20, het e-boek voor € 10,99.

Dit is een artikel uit S-Plus Mag april - mei - juni 2025. Lees hier nog meer artikels.

S-Plus ongerust over het nieuw Europees voorstel voor het behoud van het rijbewijs

Op 24 maart stelde de Europese Unie, met succes, een ingrijpende hervorming voor van de voorwaarden voor het behoud van het rijbewijs. Dat initiatief maakt deel uit van het ambitieuze ‘Vision Zero’-project, dat tot doel heeft het aantal verkeersdoden op de Europese wegen tegen 2050 volledig tot nul te reduceren. In tegenstelling tot wat op sociale media wordt beweerd, is er geen vaste leeftijd vastgesteld voor het automatisch intrekken van het rijbewijs.  

S-Plus vindt het ‘Vision Zero’-project bewonderenswaardig en duidelijke maatregelen zijn zeker nodig. Wel mogen we niet uit het oog verliezen dat de nieuwe richtlijnen moet zorgen voor een evenwicht tussen verkeersveiligheid en persoonlijke onafhankelijkheid. Want deze kwestie raakt diep aan de waardigheid en het dagelijks leven van miljoenen oudere Europeanen. 

Geldigheidsduur van het rijbewijs 

Het voorstel van Europarlementariër Karima Delli beoogt de invoering van een verplichte medische controle om de vijftien jaar voor alle bestuurders, ongeacht hun leeftijd. Deze universele aanpak heeft tot doel regelmatig de fysieke en cognitieve vaardigheden te controleren die nodig zijn om veilig te rijden, zonder specifiek op ouderen te richten. 

De geldigheidsduur van het rijbewijs wordt gelijkgeschakeld over de lidstaten heen. Indien het rijbewijs ook als nationaal identiteitsbewijs geldt (wat voor België niet van toepassing is), dan is de geldigheidsduur 10 jaar. Lidstaten krijgen de vrijheid om te bepalen welke stappen nodig zijn om een nieuw rijbewijs aan te vragen (bv. examens of verklaring op eer). Een oogtest en een cardiovasculaire evaluatie zouden wel onderdeel uitmaken van de procedure. 
Lidstaten zullen bovendien vrij zijn om vanaf 65 jaar een kortere geldigheidsduur op te leggen. België was hier in het verleden geen voorstander van, al is de politieke realiteit in ons land ondertussen wel anders met nieuwe regeringen op regionaal en federaal niveau. Hoe België zich hiertegen zal verhouden, blijft dus nog een open vraag. 

Digitaal rijbewijs 

Daarnaast wordt tegen 2030 het rijbewijs digitaal via de smartphone. Het wordt in alle lidstaten erkend en moet tegen 2030 de norm worden. Bestuurders zullen wel nog een fysiek rijbewijs kunnen aanvragen. België overweegt om het digitale rijbewijs al in 2029 in te voeren. 

Mobiliteit en onafhankelijkheid van ouderen in het geding 

Voor veel ouderen, vooral in landelijke of voorstedelijke gebieden die slecht bereikbaar zijn met het openbaar vervoer, is de auto veel meer dan alleen een vervoermiddel. Het is een essentieel instrument voor hun zelfstandigheid, dat hen toegang geeft tot medische zorg, winkels en een actief sociaal leven. 

Het vooruitzicht van een intrekking van het rijbewijs zonder individuele beoordeling geeft dan ook aanleiding tot gerechtvaardigde bezorgdheid. De Franse vereniging ‘40 millions d’automobilistes’ heeft zich terecht krachtig verzet tegen elke maatregel die bestuurders uitsluitend op basis van hun leeftijd stigmatiseert, en wijst erop dat uit de statistieken blijkt dat jonge bestuurders oververtegenwoordigd zijn in ernstige ongevallen. 

Technologische vooruitgang en mobiliteit 

De autotechnologie ontwikkelt zich tegenwoordig op een razendsnel tempo. Steeds vaker zien we dat auto’s uitgerust worden met allerlei hightech gadgets en systemen die het rijden veiliger, efficiënter en comfortabeler maken. Denk bijvoorbeeld aan zelfrijdende auto’s, die steeds meer terrein winnen en die steeds beter in staat zijn om zelfstandig te navigeren. Ook zijn er steeds meer auto’s met verbeterde rijassistentiesystemen die de bestuurder ondersteunen bij het rijden, bijvoorbeeld door te waarschuwen voor gevaarlijke situaties op de weg of door automatisch de snelheid aan te passen aan de omstandigheden. Deze innovaties kunnen ervoor zorgen dat mensen met een licht verminderde rijvaardigheid langer veiliger kunnen blijven rijden. 

Graag een evenwichtige aanpak van de verkeersveiligheid 

Voor S-Plus moet dit debat gevoerd worden, want het gaat veel verder dan alleen de regelgeving en raakt aan onze collectieve opvatting over ouder worden. Hoe kunnen we het respect voor de autonomie van ouderen verzoenen met de noodzaak van verkeersveiligheid?  

De ervaring van landen die al periodieke beoordelingssystemen hebben ingevoerd, toont aan dat een genuanceerde en respectvolle aanpak kan werken. De uitdaging bestaat er nu in een harmonieus Europees kader uit te werken dat de verkeersveiligheid garandeert en tegelijkertijd de waardigheid en onafhankelijkheid van senioren in hun dagelijkse mobiliteit behoudt. 

Akkoord nog niet definitief 

Om het als Europese verordening doorgevoerd te krijgen, moet het akkoord door de Europese tripartite (de Europese Raad, de Europese Commissie en het Europees parlement) goedgekeurd worden. Van zodra de Europese verordening in voege treedt, heeft elke lidstaat vier jaar de tijd om de richtlijnen te vertalen in nationale wetgeving. Dat betekent dat we tegen 2030 grote veranderingen kunnen verwachten. 

S-Plus maakt alvast zijn bezorgdheden over aan de betrokken ministers in de Vlaamse en federale regering.  

Abonneer op Steven Vanden Broucke