Mag ik eens met wat poëzie beginnen? De meeste mensen houden daar wel niet van omdat zij die andere taal niet zo goed begrijpen. Maar kom, probeer eens, ik heb iets gekozen dat niet moeilijk is.
“Wij leven ’t heerlijkst in ons vèrst verleden:
de rand van het domein van ons geheugen,
de leugen van de kindertijd, de leugen
van wat wij zouden doen en nimmer deden.” (E. du Perron)
Zeg nu zelf, dat verre verleden, wat weet je daar nog van? Misschien een heleboel, maar zijn dat dan jouw herinneringen of zijn dat de verhalen van (groot)vader en/of (groot)moeder die in je geheugen zijn binnengesmokkeld? De psychologie heeft dat allemaal al onderzocht en dan blijkt dat wij wat we ons herinneren, vaak een beetje gefantaseerd hebben. Niet omdat we willen liegen of vals spelen, maar gewoon omdat dat geheugen niet zo onfeilbaar is.
Wat we ons herinneren hebben we vaak een beetje gefantaseerd
Het is dan ook prettig als mensen zich dat verre verleden als iets moois en liefs kunnen herinneren. Een periode waarin ze ongedwongen klein konden zijn en zich beschermd voelden door de volwassenen rondom zich. Gelukkig diegenen die zich zo’n verleden hebben kunnen bouwen. Maar er zijn ook genoeg anderen. Mensen die zich vooral negatieve zaken herinneren, een strenge ouder, een koude school, het gemis van wat andere kinderen wél kregen. En dàt is eigenlijk nauwelijks nog goed te maken.
Nu we intussen oud en grijs en misschien wijs zijn geworden, blijven we achter met de vraag wat we zouden doen en niet deden. Welke kansen hebben we gemist? Waardoor was ons leven mooier, rijker, boeiender geweest? Wie zich daarin wentelt, blijft alleen ontevredenheid over. Verdriet over het ongeleefde leven.
Maar als we alles op een rijtje zetten en kijken wat we allemaal hebben mogen meemaken, wat we allemaal hebben kunnen doen en hebben gekregen, dan stromen we vol van een stevige dankbaarheid en tevredenheid. Klaar voor wat nog voor ons ligt. Ja, toch?