Inkomensgarantie voor ouderen (IGO)

De inkomensgarantie voor ouderen is een uitkering voor mensen ouder dan de wettelijke pensioenleeftijd van 66 jaar. Toch zijn er nog heel wat mensen die hier recht op hebben en geen aanvraag doen, bvb. bij opname in een woonzorgcentrum. Ben je niet zeker of je recht hebt op de IGO? Raadpleeg dan de pensioenservice van Solidaris!

Om in aanmerking te komen voor de IGO moet je aan bepaalde voorwaarden voldoen. Omdat het een zeer uitgebreide wetgeving is inzake het laten meetellen van allerlei inkomsten en de vrijstellingen hierop, hebben we gekozen om slechts de voornaamste aan te halen in dit artikel. Voor de volledige wetgeving verwijzen we je naar de website van de Federale Pensioendienst (www.sfpd.fgov. be/nl/recht-op-pensioen/igo# voorwaarden). 

Je hebt recht op een IGO als je voldoet aan onderstaande voorwaarden:

  • Je bestaansmiddelen bedragen per maand minder dan:
    • 1611,96 euro voor alleen staanden (op 01.03.2026 aan index 183,17)
    • 1074,64 euro voor samen wonenden (op 01.03.2026 aan index 183,17) 
  • Je bent minstens 66 jaar (vanaf 2030 minstens 67 jaar) 
  • Je bent Belg (of je bevindt je op een gelijkgestelde situatie) 
  • Je hoofdverblijfplaats is in België 

De inkomens garantie voor ouderen is een uitkering voor 66-plussers met beperkte financiële middelen

Hoeveel krijg je? 

Dat is afhankelijk van je eigen bestaansmiddelen en gezinssituatie. Ben je samenwonend en bedragen je financiële middelen minder dan 1074,64 euro per maand? Dan ontvang je een IGO tot aan het bedrag van 1074,64 euro bruto per maand.

Ben je alleenstaand en be dragen je bestaansmiddelen minder dan 1611,96 euro per maand? Dan ontvang je een IGO tot aan dit bedrag van 1611,96 euro bruto per maand. Je wordt als alleenstaande gezien als je als enige gedomicilieerd bent op je hoofdverblijfplaats. 

Hoe vraag je jouw IGO aan? 

In de meeste pensioendossiers start het onderzoek automatisch vanaf je 66ste wettelijke pensioendatum. Op voorwaarde dat je pas op je pensioen zal gaan op je 66ste. Ga je vroeger op pensioen, om welke reden dan ook, dan moet je zelf een aanvraag doen vanaf je wettelijke leeftijd van 66 jaar. Je kan dan een aanvraag doen via My Pension, via het gratis nummer 1765 of door een afspraak te maken in je gemeente bij de sociale dienst of de pensioendienst van Solidaris. 

Waarmee houdt men rekening bij de berekening van je IGO? 

  • 90 % van het bruto jaarbedrag Belgische en buitenlandse wettelijke pensioen. Dit totaal wordt gedeeld door het aantal personen (= aantal samenwonenden waarvan de pensioenen en bestaansmiddelen meetellen en het aantal kinderen die recht geven op kinderbijslag). 
  • 75 % van de beroepsinkomsten op jaarbasis (zowel van jezelf als van je partner), van het resterende bedrag mag er 5000 euro in mindering wor den gebracht. 
  • 100 % van het bruto jaarbedrag van het vervangingsinkomen. 
  • 100 % van het bruto jaarbedrag van oorlogspensioenen en vergoedingen. 
  • 100 % van het bruto jaarbedrag van buitenwettelijke renten zoals het aanvullend pensioen. 
  • 100 % van het bruto jaarbedrag van de ontvangen onderhouds gelden van je ex-partner. 
  • Kapitalen, zowel gelden op zicht- als spaarrekeningen, obligaties, dividenden … (maar pro rata vastgestelde vrijstelling tot 18 600 euro). 
  • Verkoop van onroerend goed, erfenis, schenking, in een periode van de afgelopen 10 jaar voor datum van aanvraag van de IGO (uiteraard zijn er telkens verschillende vrijstel lingen, zoals de vrijstelling op het KI). 
  •  … 

Met wat wordt er geen rekening gehouden? 

  • Gezinsbijslag toegekend volgens een Belgische regeling. 
  • Uitkeringen OCMW’s, liefdadigheidsinstellingen, Vlaamse Zorgverzekering. 
  • Onderhoudsgelden tussen bloed- en aanverwanten in de rechte lijn. 
  • Tegemoetkomingen aan gehandicapten, het Persoonsgebonden Budget (PGB) en het Persoonlijk Assistentiebudget (PAB). 
  • Verwarmingstoelage voor gepensioneerden. 
  • Toelagen, uitkeringen of bij slagen voor het onderbrengen van jongeren in opvang gezinnen.
  • Oorlogsrenten zoals Front strepenrenten, gevangen schapsrenten … 
  • Uitkeringen van de Duitse overheid voor schadeloosstelling voor gevangenschap in de Tweede Wereldoorlog. 

Hoeveel je krijgt is afhankelijk van je eigen bestaansmiddelen en gezinssituatie

Wat is de invloed van je gezinssituatie? 

  • Woon je samen met je partner (gehuwd of wettelijk samen wonend)? Dan heb je recht op het basisbedrag (voor samenwonenden). Alles wordt gedeeld door 2. 
  • Woon je samen met kinderen of andere bloedverwanten? Van deze personen tellen de bestaansmiddelen niet mee:
    • minderjarige kinderen
    • meerderjarige kinderen die recht geven op kinderbijslag
    • bloed- of aanverwanten in de rechte lijn: (groot)ouders en (klein)kinderen 
  • Woon je enkel samen met personen uit een van de bovenstaande categorieën? Dan heb je recht op het verhoogde basisbedrag (voor alleenstaanden). Je bestaansmiddelen worden gedeeld door het aantal kinderen waarvoor je kinder bijslag krijgt. 
  • Woon je verder nog samen met je partner (gehuwd of wettelijk samenwonend) of andere personen? Dan heb je recht op het basisbedrag (voor samenwonenden). Het totaal wordt gedeeld door het aantal samenwonenden van wie de bestaansmiddelen meetellen + het aantal kinderen waarvoor je kinderbijslag krijgt. 
  • Woon je samen met één of meerdere andere personen (niet je huwelijks- of wettelijk samenwonende partner, geen bloed- of aanverwanten in de rechte lijn)? Dan vorm je geen gezin met deze personen, maar deel je wel de vaste kosten voor het samenwonen. Je hebt dan recht op het basisbedrag (voor samenwonenden), maar enkel jouw eigen pensioen en bestaansmiddelen (en die van je eventuele partner) tellen mee. 
  • Verblijft je of je partner (gehuwd of samenwonend) in een rust- en verzorgingstehuis, maar is dat niet de hoofdverblijfplaats? Dan heb je recht op het verhoogde basisbedrag (voor alleenstaanden). Als één van de partners (gehuwd of wettelijk samenwonend) in een rust- en verzorgingstehuis verblijft, maar het officiële adres nog het (oude) thuisadres is, dan wordt er wel rekening gehouden met de bestaansmiddelen van beide partners en eventueel andere personen die hetzelfde adres delen. 
  • Verblijf je in een rust- en verzorgingstehuis en is dat ook je hoofdverblijfplaats? Dan heb je recht op het verhoogd basisbedrag (voor alleenstaanden). In de berekening wordt alleen gekeken naar je eigen bestaansmiddelen. Er wordt geen rekening gehouden met de bestaansmiddelen van de personen die in hetzelfde rusthuis, verzorgingstehuis of psychiatrisch verzorgingstehuis zijn opgenomen. 
  • Woon je in een gemeenschap (als geestelijke of als leek)? Dan heb je recht op het basisbedrag (voor samenwonenden), maar wordt er in de berekening alleen gekeken naar je eigen bestaansmiddelen. 

Voor alle andere en meer gedetailleerde voorwaarden en verminderingen raden we je aan om de website van de Federale Pensioendienst te raadplegen www.sfpd.fgov.be/nl/ recht-op-pensioen/igo#Recht

Voor advies over je pensioen kan je terecht bij je ziekenfonds 
Gelieve deze nummers enkel te gebruiken met vragen over je pensioen
Antwerpen: 03 285 44 44 (Keuze 3, Keuze 2) of pensioeninfo.ant@solidaris.be 
Vlaams-Brabant en Brussel: 02 506 99 17 (enkel op maandag en donderdag van 13.30 tot 16 uur)
Limburg: 0492 23 18 75 of pensioen.lim@solidaris.be 
Oost-Vlaanderen: 09 333 55 00 of pensioendienst.ovl@solidaris.be 
West-Vlaanderen: 056 230 230 (optie 1) of dmw.wvl@solidaris.be

Dit is een artikel uit S-Plus Mag april - mei - juni 2026. Lees hier nog meer artikels.

Aangekondigde pensioenhervorming: Wat wijzigt er voor iedereen?

Na lang wachten werd de pensioenhervorming op 28 mei 2026 gestemd, en op 1 juni 2026 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. We lijsten de wijzigingen op die gelden voor zowel werknemers, ambtenaren en zelfstandigen.

Wijzigingen met impact op de pensioendatum 

1. Voorwaarden vervroegd pensioen (vanaf 2027) 

De wettelijke pensioenleeftijd, de vereiste loopbaanduur en leeftijd om met vervroegd pensioen te gaan, blijven ongewijzigd. Je kan deze voor jouw situatie raadplegen op www.pensioenhervorming.be. 

Wat verandert er wel? 
Het aantal dagen dat je per jaar nodig hebt om een jaar te laten meetellen voor de loopbaanvoorwaarde van het vervroegd pensioen: voor vroegst mogelijke ingangsdatum vanaf 1 januari 2027 tellen voor de loopbaanvoorwaarde enkel nog de loopbaan jaren mee waarin je 156 gewerkte of gelijkgestelde dagen hebt. Door deze maatregel kan het dus zijn dat je pas later met pensioen kunt gaan. 

Voldoe je vóór 2027 al aan de voorwaarden om vervroegd met pensioen te gaan maar stel je het uit? Dan heeft deze wijziging geen invloed op je pensioendatum. Ook als, in dit geval, de vroegste pensioendatum 1 januari 2027 is, heeft deze wijziging geen invloed op jouw pensioendatum. Je voldoet dan immers al vóór 2027 aan de voorwaarden. 

Zijn er jaren waarin je net geen 156 dagen hebt? Deze jaren kunnen aangevuld worden met:

  • Maximum 5 reservedagen in totaal
  • balansdagen als je halftijds werkt met schommelende uurroosters 

Reservedagen 
Jaren waarin enkele dagen ontbreken om aan de vereiste 156 dagen te komen kunnen we aanvullen met maximum 5 reservedagen in totaal. We kunnen dus maximaal 5 jaar aanvullen met 1 dag of 1 jaar met 5 dagen. Deze reserve dagen worden automatisch op de meest voordelige manier ingezet. 

Balansdagen 
De regering heeft een maatregel genomen om burgers te beschermen die tijdens hun loopbaan halftijds werken met schommelende uurroosters, en die door deze schommelingen sommige jaren net minder dan 156 dagen hebben en andere jaren net iets meer. 

Goed om te weten: 

  • Je moet zelf niets doen. Deze beschermingsmaatregel zal automatisch toegepast worden wanneer we jouw pensioendatum berekenen. 
  • Net als de reservedagen worden de balansdagen automatisch op de meest voordelige manier ingezet. 
  • Heb je recht op deze beschermingsmaatregel? Dan gebruiken we eerst de balans dagen. Pas daarna gebruiken de 5 reservedagen.
2. Nieuwe mogelijkheid om vanaf 60 jaar met pensioen te gaan na een lange loopbaan met veel effectief gewerkte dagen (vanaf 2027) 

Naast de bestaande voorwaarden om vervroegd met pensioen te gaan, kan je vanaf 2027 op 60 jaar met pensioen gaan als je minstens 42 loopbaanjaren hebt met elk minstens 234 effectief gewerkte dagen. Lees op www.pensioenhervorming.be welke dagen meetellen. 

De 5 reservedagen worden niet gebruikt om aan deze voorwaarden te voldoen. De uitzondering waarbij voor het eerste loopbaanjaar 104 dagen voldoende zijn, geldt niet voor deze maatregel.

De nieuwe pensioenbonus is een procentuele vermeerdering van je pensioenbedrag, geen eenmalige betaling boven op het pensioen

Wijzigingen met impact op het pensioenbedrag 

1. Pensioenmalus (vanaf 2027) 

De malus is een vermindering van je bruto pensioenbedrag als je vervroegd met pensioen gaat en niet voldoet aan volgende 2 voorwaarden: 

  • 35 jaar loopbaan met minstens 156 gewerkte dagen én 
  • 7 020 gewerkte dagen op je volledige loopbaan

Dus ook als je voldoet aan de loopbaan- en leeftijdsvoorwaarden om vervroegd met pensioen te gaan, kan je een malus krijgen als je niet aan bovenstaande 2 voorwaarden voldoet. 

Kan je vóór 2027 al met pensioen maar stel je je pensioen uit tot 2027 of later? Dan krijg je geen malus. 

2. Nieuwe pensioenbonus (vanaf 2026) 

Je kan deze bonus beginnen opbouwen vanaf 1 januari 2026 als je pensioen pas ingaat in 2027 of later en als je jouw pensioen uitstelt tot na je wettelijke pensioendatum, en aan volgende 3 voorwaarden voldoet: 

  • Je hebt 35 jaar loopbaan met minstens 156 gewerkte dagen; 
  • Je hebt 7 020 gewerkte dagen op je volledige loopbaan; 
  • Je hebt nog geen enkel pensioen ontvangen. 

Opgelet: de reservedagen en balansdagen tellen niet mee om aan de voorwaarden van de bonus te voldoen. 

De nieuwe pensioenbonus is een procentuele vermeerdering van je pensioenbedrag (en niet een eenmalige betaling boven op het pensioen). Per jaar dat je je pensioen uitstelt na de wettelijke pensioenleeftijd verhoogt het pensioen met een bepaald percentage. Dit percentage hangt af van jouw geboortejaar. Zie www.pensioenhervorming.be 

3. Aanpassing perioden die meetellen voor gewaarborgd minimumpensioen 

Om recht te hebben op het gewaarborgd minimumpensioen moet je voldoen aan: 

  • De basisloopbaanvoorwaarde én 
  • Een bijkomende werk voorwaarde:
    • Als je geboren bent na 1970 moet je minstens 5 000 gewerkte of hieraan gelijkgestelde dagen kunnen aantonen.
    • Als je geboren bent vóór 1970, gelden er overgangsmaatregelen. 

Ziektedagen telden tot nu toe slechts gedeeltelijk mee voor de werkvoorwaarde van het minimumpensioen. De huidige regering is overeengekomen dat vanaf 2026: 

  • Afwezigheidsperioden voor medische redenen:
    • volledig worden gelijkgesteld met gewerkte dagen;
    • en dus volledig meetellen voor de werkvoorwaarde van 5 000 gewerkte dagen. 
  • Bepaalde perioden ook gelijkgesteld worden voor de werkvoorwaarde van het gewaarborgd minimumpensioen, zie www.pensioenhervorming.be. 

De perioden die meetellen voor het gewaarborgd minimumpensioen zijn aangepast

Wijzigingen die uw pensioenbedrag kunnen beïnvloeden na je pensionering 

1. Aanpassing van de toepassing van de indexering 

Vanaf 1 juli 2025 wordt je pensioen geïndexeerd 3 maanden nadat de spilindex overschreden wordt. 

De indexering van hogere pensioenen wordt tijdelijk aan gepast. Bij een overschrijding van de spilindex tussen 1 juli 2025 en 31 december 2029 wordt:

  • de indexering van de hoogste wettelijke pensioenen beperkt. Dit betekent dat:
    • als je totaal pensioen lager is dan 5 182,64 euro bruto, je een index krijgt van 2 %.
    • als je totaal pensioen tussen 5 182,64 euro en 5 250 euro bruto ligt, je een index krijgt, beperkt tot 5 286,17 euro bruto.
    • als je totaal pensioen 5 250 euro bruto of hoger is, je een forfaitaire verhoging krijgt van 36,17 euro bruto. 

De gehanteerde grensbedragen evolueren mee met de index. 

  • het absoluut maximumbedrag niet meer geïndexeerd. 
2. Absoluut maximum 

Als je een ambtenarenpensioen ontvangt, of een aanvullend pensioen van een werkgever dat beschouwd wordt als publieke sector, mag het totaalbedrag van jouw pensioenen het absoluut maximum van 8 290 euro bruto niet overschrijden. Om te bepalen of dit plafond overschreden werd, hielden we enkel rekening met de Belgische pensioenen. Sinds 1 juli 2025 moeten we eveneens rekening houden met buitenlandse, internationale en supranationale pensioenen.

Bron: website FPD www.pensioenhervorming.be

Voor advies over je pensioen kan je terecht bij je ziekenfonds 
Gelieve deze nummers enkel te gebruiken met vragen over je pensioen
Antwerpen: 03 285 44 44 (Keuze 3, Keuze 2) of pensioeninfo.ant@solidaris.be 
Vlaams-Brabant en Brussel: 02 506 99 17 (enkel op maandag en donderdag van 13.30 tot 16 uur) 
Limburg: 0492 23 18 75 of pensioen.lim@solidaris.be 
Oost-Vlaanderen: 09 333 55 00 of pensioendienst.ovl@solidaris.be 
West-Vlaanderen: 056 230 230 (optie 1) of dmw.wvl@solidaris.be

Dit is een artikel uit S-Plus Mag juli - augustus - september 2026. Lees hier nog meer artikels.

Pensioenservice Solidaris

Aan pensioen denken roept vaak vragen op: waar heb ik recht op en hoe pak ik dat allemaal aan? Solidaris helpt je graag op weg met persoonlijk advies en begeleiding.

Wat doen we?

Wij bieden in elke provincie éénzelfde service aan de leden inzake de pensioendossiers. Wij geven info, advies en begeleiding over:

  • Algemene info pensioenen
  • Wettelijk pensioen
  • Vervroegd pensioen: hulp bij indienen aanvraag – link met sociale uitkeringen (DMW)
  • Overlevingspensioen en overgangsuitkering: hulp bij indienen aanvraag + cumul overlevingspensioen, toegelaten arbeid / rustpensioen en sociale uitkering
  • Minimumpensioen
  • Inkomensgarantie Ouderen (IGO): hulp bij indienen aanvraag - advies & begeleiding omtrent IGO
  • Aanvullend pensioen 2e pijler
  • Buitenlands pensioen: doorverwijzen vakbond
  • Pensioen bij scheiding (ook opname woonzorgcentrum)
  • Toegelaten arbeid in cumul met pensioen
  • Klachten richting Federale Pensioendienst

Doelgroep

Wij richten ons vooral tot de volgende doelgroepen:

  • Werknemers: zieken, weduwen of weduwnaars
  • Zelfstandigen: zieken, weduwen of weduwnaars
  • IGO-gerechtigden (+66)
  • Invaliden
  • Ambtenaren: enkel indien geconfronteerd met ziektedagen/ medisch pensioen, weduwen of weduwnaars
  • Gemengde loopbanen

Vakbonden

Met vragen over de volgende onderwerpen kan je terecht bij de vakbond:

  • SWT / brugpensioen
  • Opzegperiode
  • Uitstap- of eindeloopbaanregelingen
  • Werkloosheid
  • Buitenlandse pensioenen
  • Alle soorten arbeidsduurvermindering
  • Conflicten met werkgevers inzake pensioen

Bereikbaarheid

PENSIOENSERVICE SOLIDARIS ANTWERPEN
Sint-Bernardsesteenweg 200 | 2020 Antwerpen
+32 (0)3 285 44 44 (keuze 3, dan keuze 2)
pensioeninfo.ant@solidaris.be

PENSIOENSERVICE SOLIDARIS OOST-VLAANDEREN
Tramstraat 69 | 9052 Zwijnaarde
+32 (0)9 333 55 00
pensioenservice.ovl@solidaris.be

PENSIOENSERVICE SOLIDARIS LIMBURG
Capucienenstraat 10 | 3500 Hasselt
+32 (0)11 30 11 99 | +32 (0)492 23 18 75 | +32 (0)11 26 95 86
pensioen.lim@solidaris.be

PENSIOENSERVICE SOLIDARIS WEST-VLAANDEREN
Regio Brugge: 050 44 79 18 dmw.wvl@solidaris.be
Regio Kortrijk: 056 22 12 26 dmw.wvl@solidaris.be
Regio Midden: 051 26 51 95 dmw.wvl@solidaris.be
Regio Oostende 059 55 16 10 dmw.wvl@solidaris.be 

PENSIOENSERVICE SOLIDARIS VLAAMS BRABANT
Leo Laura, Ismaili Amal, dossierbeheerders Pensioenen
02 546 15 12 | sociale_dienst.bra@solidaris.be 

Wat zegt het regeerakkoord/paasakkoord over de pensioenhervormingen?

Het federaal regeerakkoord bevat een aantal maatregelen inzake pensioenen die uiteraard nog verder moeten uitgewerkt worden. Het ‘paasakkoord’, de programmawet over de pensioenmaatregelen, zet de invoering van bepaalde maatregelen in een stroomversnelling.

Wat staat er zoal in het regeerakkoord? We lezen over een andere pensioenbonus maar gekoppeld aan een pensioenmalus, de afschaffing van het pensioen van uit de echtgescheiden echtgenoten, een beperking van het overlevingspensioen (lees: afschaffing oud systeem), meer en langer werken … Bepaalde maatregelen zullen niet alleen van toepassing zijn in één stelsel maar wel degelijk toegepast worden in elk stelsel (werknemers, zelfstandigen en ambtenaren).

De bonus/de malus

11 april werd er een paasakkoord bereikt over de programmawet, waarin al enkele maatregelen van het regeerakkoord concreter werden gemaakt. 

Wat betreft de pensioenbonus was het snel duidelijk: de huidige bonus (sinds 01.07.2024 in het leven geroepen) wordt afgeschaft op 31 december 2025. Sinds 1 juli 2024 kon je een pensioenbonus opbouwen als je doo werkt na je ‘vroegst mogelijk pensioendatum’ die op My Pension vermeld stond. Staat er op My Pension geen vroegst mogelijke pensioendatum vermeld, dan voldoe je mogelijk niet aan de voorwaarden van het vervroegd pensioen (leeftijd en aantal jaren). De huidige pensioenbonus kon je opbouwen voor een maximum van 3 jaar en werd berekend a rato van het aantal gewerkte jaren (minder of meer dan 43) op het moment van je vervroegd pensioen. Maar helaas wordt deze afgeschaft vanaf 31 december 2025 en kan je dus slechts een bonus opbouwen van maximaal 1,5 jaren. Ook de oude bonus, die werd afgeschaft in 2015 en die nog altijd opgebouwd wordt door sommige mensen, zal afgeschaft worden op 31.12.2025.

In het paasakkoord worden al enkele maatregelen uit het regeerakkoord concreter gemaakt

Er zou een nieuwe bonus in de plaats komen, maar dan wel gekoppeld aan een pensioenmalus (vermindering van het
pensioen per jaar dat men vroeger zal stoppen). Uiteraard zullen er zeker voorwaarden gesteld worden om eventueel GEEN malus te krijgen bij het vervroegd pensioen (minstens 35 jaren gewerkt aan minstens 156 dagen en binnen die gestelde 35 jaren nog eens opnieuw 7020 dagen effectieve tewerkstelling). Maar uiteraard zijn de juiste details van deze uitzondering nog niet uitgewerkt en goedgekeurd.

Het voorstel van de nieuwe bonus vanaf 01.01.2026 is bedoeld voor mensen die doorwerken NA hun wettelijke pensioendatum (dus effectief na 66 jaar en vanaf 2030 na 67 jaar). Maar ook hier dient alles nog opnieuw besproken te worden in het federaal parlement, met de sociale partners, en gepubliceerd te worden.

De index

Aanpassing toepassing indexering 
Vanaf 1 juli 2025 zullen de pensioenen geïndexeerd worden 3 maanden nadat de spilindex is overschreden. Voorbeeld: als de spilindex overschreden wordt in september 2025, zullen de pensioenen pas in december 2025 geïndexeerd worden.

De discussie op dit moment is het feit dat de prijzen van de woonzorgcentra wel geïndexeerd worden de maand nadat de spilindex is overschreden.

De indexering van de hoge pensioenen wordt tijdelijk aangepast. Vanaf 1 juli 2025 wordt bij het overschrijden van de spilindex, de indexaanpassing van de hoge pensioenen beperkt:

  • Is je totaal pensioen lager dan 5183 euro bruto, dan krijgt je een index van 2 %
  • Is je totaal pensioen tussen 5183 euro bruto en 5250 euro bruto, dan zal de index je een bedrag opleveren van maximum 5286,17 euro bruto
  • Is je totaal pensioen 5250 euro bruto of meer dan ontvang je een forfaitaire verhoging van 36,17 euro. (Bron: Website FPD)

Er liggen nog andere maatregelen op tafel zoals de aanpassing van de Wijninckxbijdrage en solidariteitsbijdrage binnen de regeling van de aanvullende pensioenen. Gezien deze maatregelen nog niet in detail gekend zijn, worden deze hier niet verder besproken. Wij zullen zeker deze maatregelen verder uit de doeken doen in een volgend artikel, als de details allemaal gekend zijn en de publicatie in het Belgisch Staatsblad heeft plaatsgevonden.

Pensioenen zullen pas geïndexeerd worden 3 maanden nadat de spilindex is overschreden

Timing

Hieronder zie je alvast een schematische voorstelling van het af te leggen traject van de maatregelen inzake pensioenen. Dit is eigenlijk een stand van zaken op 01.05.2025. (bron FPD).

schema pensioen

Zoals je kan zien moeten deze maatregelen van het regeerakkoord/paasakkoord (met alle aanpassingen die voorzien zijn) nog een hele weg afleggen alvorens ze van toepassing zijn. Sommige maatregelen zullen of kunnen zelfs retroactief ingevoerd worden indien de publicatie na de voorziene ingangsdatum zou liggen.

Wij zullen jullie zeker op de hoogte houden indien wij over alle details beschikken van het regeerakkoord op het vlak van pensioenen.

Voor advies over je pensioen kan je terecht bij je ziekenfonds
Antwerpen: 03 285 44 44 (Keuze 3, Keuze 2) of pensioeninfo.ant@solidaris.be
Vlaams-Brabant en Brussel: 02 506 99 17 (enkel op maandag en donderdag van 13.30 tot 16 uur)
Limburg: 0492 23 18 75 of pensioen.lim@solidaris.be
Oost-Vlaanderen: 09 333 55 00 of pensioendienst.ovl@solidaris.be
West-Vlaanderen: 056 230 230 (optie 1) of dmw.wvl@solidaris.be

Dit is een artikel uit S-Plus Mag juli - augustus - september 2025. Lees hier nog meer artikels.

Minimumpensioen: nieuwe wetgeving van 1 januari 2025

Als je minstens twee derde van een volledige loopbaan hebt gewerkt, als werknemer, zelfstandige of een combinatie van beide, dan heb je recht op een gewaarborgd minimumpensioen. Met de pensioenhervorming werd een nieuwe wet gestemd die vanaf 1 januari 2025 van toepassing zal zijn.

Je rust- en overlevingspensioen kan bij de berekening opgetrokken worden tot een bepaald minimum, op voorwaarde dat er voldaan is aan de eisen van het gewaarborgd minimumpensioen. Bij de laatste pensioenhervorming zijn er bepaalde voorwaarden bijgekomen. Vanaf 1 januari 2025 is er:

  • Een bijkomende voorwaarde van effectieve tewerkstelling bovenop de loopbaanvoorwaarde;
  • Een opwaardering van deeltijdse tewerkstelling voor werknemers vóór 2002.

Opgelet, deze extra verstrengde voorwaarden zijn niet van toepassing indien je:

  • al met pensioen bent of gaat vóór 2025
  • geboren bent vóór 1963
  • geboren bent tussen 1963 en 1968 en op 1 januari 2025 een loopbaan van 30 jaar of 20 jaar aanneembare jaren dienst als ambtenaar kan voorleggen
  • onthaalouder bent of was en op pensioen zal gaan tussen 2023 en 2033
  • het gewaarborgd pensioen voor lichamelijke ongeschiktheid ontvangt (enkel bij ambtenaren)

Wanneer val je nu wel onder de overgangsmaatregel?

  • Indien je geboren bent tussen 1963 en 1968 en geen 30 jaar loopbaan of 20 aanneembare jaren dienst als ambtenaar kan voorleggen op 1 januari 2025
  • Indien je geboren bent in 1969

Misverstand

We willen graag een misverstand uit de wereld helpen: veel mensen denken dat ze na 30 jaar werken automatisch recht hebben op een minimumpensioen van 1500 euro (nu al 1773 euro bruto, per oktober 2024). Helaas is dit niet juist, want dit bedrag geldt alleen bij een volledige loopbaan van 45/45ste. Als je loopbaan bijvoorbeeld 40/45ste of 30/45ste bedraagt, ontvang je slechts 40/45ste of 30/45ste van dit bedrag. Toch een belangrijke nuance in de discussie over het gewaarborgd minimumpensioen.

Wanneer heb je recht op het gewaarborgd minimum rustpensioen en hoe wordt het berekend?

Als werknemer of met een gemengde loopbaan werknemer/zelfstandige wordt er rekening gehouden met:

  • De duur van je loopbaan
  • Het aantal dagen die meetellen voor het pensioen in elk kalenderjaar van je loopbaan

Bij een gemengde loopbaan telt je loopbaan als zelfstandige mee om het recht op een minimumpensioen te bepalen, maar deze periode heeft geen invloed op het pensioenbedrag zelf.

De specifieke voorwaarden voor het gewaarborgd minimumpensioen voor zelfstandigen kan je op de website voor zelfstandigen vinden.

Binnen de regeling voor werknemers wordt bovendien onderscheid gemaakt tussen:

  • Een minimumpensioen (MP) voor een voltijdse tewerkstelling
  • Een minimumpensioen (MP) voor een deeltijdse tewerkstelling

Voorwaarden voor het MP bij voltijdse tewerkstelling

  • Een loopbaan die ten minste 2/3de van een volledige loopbaan beslaat, met jaarlijks minstens 208 dagen die meetellen voor het pensioen.
  • Minstens 5000 effectief gewerkte dagen in de volledige loopbaan (nieuwe vereiste vanaf 1 januari 2025). Voor de berekening van deze dagen worden ook periodes in aanmerking genomen die als ambtenaar zijn gewerkt.

Let op: een loopbaan van 2/3de van een volledige loopbaan is de norm voor bijna alle werknemers, met uitzondering van
zeevarenden, mijnwerkers en vliegend personeel. Voor hen gelden andere loopbaanvoorwaarden (zie de website van de
Federale Pensioendienst).

Als je aan de voorwaarden voldoet, berekent de Pensioendienst je MP door het bedrag voor een volledige loopbaan te vermenigvuldigen met je eigen loopbaanbreuk als werknemer. Hierbij tellen zowel de jaren met minstens 208 dagen als die met minimaal 52 dagen per jaar mee.

Voorwaarden voor het minimumpensioen bij deeltijdse tewerkstelling

  • Een loopbaan van minstens2/3de van een volledige loopbaan, met per jaar een minimum van 156 dagen (in plaats
    van de 208 dagen bij voltijdse tewerkstelling).
  • Minstens 3120 effectief gewerkte dagen over de volledige loopbaan (nieuwe vereiste). Ook hier worden eventuele jaren als ambtenaar meegeteld.

Belangrijk: om te bepalen of je voldoet aan de voorwaarden en om het pensioenbedrag te berekenen, worden je jaren met deeltijdse tewerkstelling omgerekend naar voltijdse equivalenten. Dit betekent dat het aantal gewerkte dagen bij deeltijdse arbeid, op basis van het aantal gewerkte uren, wordt geconverteerd naar voltijdse dagen. Zo zullen 40 deeltijdse dagen bijvoorbeeld slechts meetellen als 20 voltijdse dagen.

Extra voorwaarden vanaf 1 januari 2025

Algemene voorwaarden:

  • Voltijds MP:
    • 5000 voltijdse gewerkte dagen als werknemer
    • 5000 voltijdse gewerkte dagen bij een gemengde loopbaan (werknemer, zelfstandige, ambtenaar)
    • 189 maanden indien je loopbaan uitsluitend uit ambtenaarschap bestaan
    • 64 kwartalen indien je uitsluitend als zelfstandige hebt gewerkt
  • Deeltijds MP:
    • 3120 voltijdse gewerkte dagen

Bekijk op www.s-plusvzw.be welke dagen allemaal meetellen bij de berekening van je pensioen. 

Actuele bedragen van het gewaarborgd minimumpensioen 

Hieronder vind je de bedragen voor het gewaarborgd minimumpensioen voor werknemers en voor gemengde loopbanen, geldig vanaf 1 mei 2024 (index 176,06).

Gewaarborgd minimumpensioen voor werknemers of gemengde loopbanen (volledige loopbaan)

Pensioen

Gewaarborgd minimumpensioen voor ambtenaren
De bedragen vanaf 1 mei 2024 (index 2,0807) voor het minimumrustpensioen zijn als volgt:

Pensioen 3

*Bij lichamelijke ongeschiktheid mag het gewaarborgd minimumpensioen nooit hoger zijn dan 75 % van het maximum van je laatste weddeschaal vóór pensionering.

Als je aan de voorwaarden voldoet, worden alle aanpassingen automatisch in je dossier doorgevoerd. Dit is ook zichtbaar op My Pension.

Let op, dit is slechts een beknopte samenvatting van de nieuwe wetgeving over minimumpensioenen die ingaat vanaf 1 januari 2025. Voor uitgebreide informatie verwijzen wij naar de website van de Federale Pensioendienst.

Voor advies over je pensioen kan je terecht bij je ziekenfonds
Antwerpen: 03 285 44 44 (Keuze 3, Keuze 2) of
pensioeninfo.ant@solidaris.be
Vlaams-Brabant en Brussel: 02 506 99 17 (enkel op maandag en donderdag van 13.30 tot 16 uur)
Limburg: 0492 23 18 75 of pensioen.lim@solidaris.be
Oost-Vlaanderen: 09 333 55 00 of pensioendienst.ovl@solidaris.be
West-Vlaanderen: 056 230 230 (optie 1) of dmw.wvl@solidaris.be

Dit is een artikel uit S-Plus Mag januari - februari - maart 2025. Lees hier nog meer artikels.

De pensioenbonus

Iedereen zal al wel vernomen hebben via de verschillende mediakanalen, dat de Federale Overheid de pensioenbonus terug in het leven geroepen heeft om iedereen aan te zetten tot langer doorwerken.

We leggen jullie hieronder uit hoe die pensioenbonus precies in zijn werk gaat en wat dit eventueel kan opbrengen als je beslist wat langer door te werken NA je vroegst mogelijke pensioendatum vanaf 1 juli 2024. De bonus is van toepassing in elke stelsel (werknemers, zelfstandigen en ambtenaren).

Omdat de bonus nieuw is, zal er gewerkt worden met een overgangsperiode:

  • De bonus kan pas worden opgebouwd vanaf 1 juli 2024 
    en
  • Het pensioen mag pas ten vroegste vanaf 1 januari 2025 ingaan, anders is er geen recht op de bonus

Wie al gepensioneerd is, heeft geen recht op de nieuwe bonus. Was je al met pensioen en genoot je van de oude bonus, dan blijft die behouden.

De pensioenbonus is er voor werknemers, zelfstandigen en ambtenaren

Hoe bouw je de bonus op?

  • Je moet je pensioen uitstellen en verder werken
  • De bonus kan gedurende max 3 jaar opgebouwd worden
  • De opbouw stopt zodra het pensioen ingaat 

Wat is het bedrag van de bonus?

Het bedrag van de bonus hangt af van het aantal loopbaanjaren op de vroegste pensioendatum en hoe lang er verder gewerkt wordt.

  • Wie 1 dag verder werkt krijgt een bonus van 1 dag
  • Wie 3 maanden langer werkt, krijgt een bonus voor 3 maanden

Er zijn 2 verschillende berekeningen voor de bonus. De ‘gewone loopbaan’ en de ‘lange loopbaan’.

Gewone loopbaan:
als je minder dan 43 jaar loopbaan hebt op de vroegste pensioendatum dan begint de bonus op te bouwen aan het basisbedrag. Het bedrag stijgt per jaar dat er verder gewerkt wordt. Daarnaast wordt er ook gekeken naar de manier van uitbetalen van de bonus. Dit kan éénmalig of per maand.

Hoeveel bedraagt de pensioenbonus als je voltijds verder werkt en kiest voor een eenmalige betaling bij een ‘gewone loopbaan’?

Voor het eerste jaar dat je verder werkt na je vroegste pensioendatum krijg je in totaal 3 775 euro netto voor een voltijdse functie. Voor het tweede jaar dat je verder werkt na je vroegste pensioendatum krijg je in totaal 7 550 euro netto voor een voltijdse functie. Voor het derde jaar dat je verder werkt na je vroegste pensioendatum krijg je in totaal 11 325 euro netto voor een voltijdse functie.

Na 3 jaar voltijds verder te werken na de vroegste pensioendatum heb je in totaal een pensioenbonus van 22 650 euro netto opgebouwd.

Hoeveel bedraagt de pensioenbonus als je voltijds verder werkt en kiest voor een maandelijkse betaling bij een ‘gewone loopbaan’?

Het eerste jaar dat je voltijds verder werkt na je vroegste pensioendatum levert je 15,60 euro netto op, die je iedere maand bovenop je pensioen zal ontvangen. Het tweede jaar dat je voltijds verder werkt na je vroegste pensioendatum levert je 31,20 euro netto op, die je iedere maand bovenop je pensioen zal ontvangen. Het derde jaar dat je voltijds
verder werkt na je vroegste pensioendatum levert je 46,80 euro netto op, die je iedere maand bovenop je pensioen zal ontvangen. Na 3 jaar voltijds verder te werken na de vroegste pensioendatum zal je iedere maand bovenop je pensioen een extra nettobedrag van 93,60 euro ontvangen.

Lange Loopbaan:
als je 43 loopbaanjaren of meer hebt op je vroegste pensioendatum, dan bouw je de bonus onmiddellijk aan het hoogste bedrag op. Hoeveel bedraagt de pensioenbonus als je voltijds verder werkt en kiest voor een eenmalige betaling bij een ‘lange loopbaan’? Voor het eerste jaar dat je verder werkt na je vroegste pensioendatum krijg je in totaal 11 325 euro netto voor een voltijdse functie. Voor het tweede jaar dat je verder werkt na je vroegste pensioendatum krijg je in totaal 11 325 euro netto voor een voltijdse functie. Voor het derde jaar dat je verder werkt na je vroegste pensioendatum krijg je in totaal 11 325 euro netto voor een voltijdse functie. Na 3 jaar voltijds verder te werken na de vroegste pensioendatum heb je in totaal een pensioenbonus van 33 975 euro netto opgebouwd.

Hoeveel bedraagt de pensioenbonus als je voltijds verder werkt en kiest voor een maandelijkse betaling bij een ‘lange loopbaan’? Het eerste jaar dat je voltijds verder werkt na je vroegste pensioendatum levert je 46,80 euro netto op, die je iedere maand bovenop je pensioen zal ontvangen. Het tweede jaar dat je voltijds verder werkt na je vroegste pensioendatum levert je 46,80 euro netto op, die je iedere maand bovenop je pensioen zal ontvangen. Het derde jaar dat je voltijds verder werkt na je vroegste pensioendatum levert je 46,80 euro netto op, die je iedere maand bovenop je pensioen zal ontvangen. Na 3 jaar voltijds verder te werken na de vroegste pensioendatum zal je iedere maand bovenop je pensioen een extra nettobedrag van 140,40 euro ontvangen.

Werk je deeltijds? Vermenigvuldig de voltijdse pensioenbonus met de juiste arbeidsduur (80 %, 50 % …) om het bonusbedrag te berekenen. 

Opgepast, er is ook een plafond ingebouwd. De som van al je pensioenen, zowel wettelijk als aanvullend, en de bonus mag niet meer bedragen dan 7.969,68 euro bruto pensioen per maand of 95.636,10 euro bruto per jaar. (index 172,61 vanaf 01.11.2023) 

De controle zal gebeuren in 3 stappen:

  1. Alle pensioenbedragen (wettelijke, aanvullende en bonus) worden omgezet in een maandelijks bedrag.
  2. Alle maandelijkse bedragen worden dan samen opgeteld, pensioensparen individueel tellen ze niet mee.
  3. Daarna wordt er gecontroleerd of het plafond niet overschreden wordt.

Er zijn uiteraard nog wat detailvoorwaarden gekoppeld aan deze bonus (gelijkstelling van max 30 dagen bij ziekte tijdens doorwerken, minstens 1 dag tewerkstelling in een kwartaal alvorens start ...).

Wij adviseren op dit moment om een afspraak te maken bij de Pensioendienst van Solidaris bij jou in de buurt om alles nog eens te overlopen. Een groot voordeel van de nieuwe bonus is dat hij vanaf december 2024 (vooropgesteld door de FPD) zeker ook per dag zichtbaar zou moeten zijn op My Pension. Het duurt immers enkele maanden om het programma My Pension.be en de andere rekenprogramma’s aan te passen.

Voor advies over je pensioen kan je terecht bij je ziekenfonds
Antwerpen: 03 285 44 44 (Keuze 3, Keuze 2) of pensioeninfo.ant@solidaris.be
Vlaams-Brabant en Brussel: 02 506 99 17 (enkel op maandag en donderdag van 13.30 tot 16 uur)
Limburg: 0492 23 18 75 of pensioen.lim@solidaris.be
Oost-Vlaanderen: 09 333 57 90
West-Vlaanderen: 056 230 230 (optie 1) of dmw.wvl@solidaris.be 

Auteur: Herman Hombroek
Bron: Website FPD

Gewaarborgd minimumpensioen voor onthaalouders

In januari 2023 werd de pensioenregeling voor personen die onthaalouder waren of zijn tussen 1 januari 2003 en 31 december 2032 aangepast. Volgens het nieuwe wetsvoorstel zullen de jaren vanaf 2003 meer invloed hebben op de pensioenberekening, waardoor het voor onthaalouders makkelijker wordt om te voldoen aan de vereiste loopbaanvoorwaarden voor het gewaarborgd minimumpensioen.

Opgelet, dit is de toepassing van de vorige voorwaarden van het gewaarborgd minimumpensioen, de hervorming van de toelatingsvoorwaarden tot het gewaarborgd minimumpensioen moet nog ter stemming voorgelegd worden op 4 april 2024.

Waarom wordt het recht op het gewaarborgd minimumpensioen voor onthaalouders soepeler? 

Vóór 2003 bouwden onthaalouders geen pensioen op omdat ze geen sociale bijdragen betaalden. Sinds 2003 is de wetgeving veranderd en kunnen onthaalouders nu ook pensioen opbouwen. Maar mensen die het grootste deel van hun loopbaan vóór 2003 als onthaalouder werkten en nu dichter bij de pensioenleeftijd komen, kunnen niet voldoen aan de vereiste 30 loopbaanjaren voor het gewaarborgd minimumpensioen. Om dit probleem op te vangen wordt de toegang tot het gewaarborgd minimumpensioen voor onthaalouders versoepeld.

Volgens het nieuwe wetsvoorstel zullen de jaren vanaf 2003 meer invloed hebben op de pensioenberekening

Deze wijzigingen gelden alleen als je:

  • tussen 1 januari 2003 en 31 december 2032 minstens 156 voltijdse dagen per jaar als onthaalouder hebt gewerkt en je met pensioen ging of gaat tussen 1 januari 2023 en 2 januari 2033.
  • Echter, de perioden vóór 2003 waarin je als onthaalouder werkte, tellen niet mee voor je pensioen omdat je geen
    bijdragen betaalde. Deze perioden worden ook niet meegerekend om te bepalen of je voldoet aan de voorwaarden voor het gewaarborgd minimumpensioen. De gewijzigde regelgeving probeert dit te compenseren. Het aantal jaren waarin je minstens 156 voltijdse dagen als onthaalouder hebt gewerkt tussen 1 januari 2003 en 31 december 2032 wordt verhoogd.
  • Deze verhoging wordt berekend door het aantal jaren van minstens 156 voltijdse dagen als onthaalouder te vermenigvuldigen met een breuk. De teller van deze breuk is 45, de noemer is het aantal jaren tussen 1 januari 2003 en 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waar je de wettelijke pensioenleeftijd bereikt. Dit verhoogde aantal jaren bepaalt of je voldoet aan de loopbaanvoorwaarden voor het verkrijgen van het gewaarborgd minimumpensioen.

Overlevingspensioen

De wijzigingen in de wetgeving hebben ook gevolgen voor je overlevingspensioen als je overleden huwelijkspartner onthaalouder was. Deze maatregel is van toepassing als

  • je overleden huwelijkspartner al met pensioen was en dat rustpensioen is ingegaan tussen januari 2023 en januari 2033.
  • je partner nog niet met pensioen was en overleden is vóór 1 januari 2033, en je overlevingspensioen ingaat na 31 december 2022.

Het recht op het gewaarborgd minimumpensioen voor onthaalouders wordt soepeler

Moet je een aanvraag doen?

1. Mijn pensioen werd onderzocht vóór 2023 maar niet uitbetaald
Wens je jouw pensioen op te nemen na 31 december 2022, dan moet je opnieuw een aanvraag indienen.

  • Doe je een aanvraag tussen 1 januari 2023 en 30 juni 2023, dan kan je pensioen met terugwerkende kracht ten vroegste ingaan vanaf 1 januari 2023.
  • Doe je een aanvraag na 30 juni 2023, dan kan je pensioen ten vroegste ingaan de maand volgend op de aanvraag.

2. Mijn pensioen werd vóór 2023 onderzocht en uitbetaald
Dan heb je geen recht op een herziening. Deze nieuwe regel geldt alleen voor pensioenen die ingaan tussen 1 januari 2023 en 31 december 2032.

3. Mijn pensioen startte in 2023, of later 
Dan moet je niets doen. De Federale Pensioendienst onderzoekt automatisch of deze wetswijziging een invloed heeft op je pensioen. Je ontvangt hierover nog een brief in de loop van 2024.

Opgelet, de nieuwe hervorming van de toetreding tot het minimumpensioen zal pas gestemd worden op 4 april 2024 en wordt daarna gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

Voor advies over je pensioen kan je terecht bij je ziekenfonds
Antwerpen: 03 285 44 44 (Keuze 3, Keuze 2) of pensioeninfo.ant@solidaris.be
Vlaams-Brabant en Brussel: 02 506 99 17 (enkel op maandag en donderdag van 13.30 tot 16 uur)
Limburg: 0492 23 18 75 of pensioen.lim@solidaris.be
Oost-Vlaanderen: 09 333 57 90
West-Vlaanderen: 056 230 230 (optie 1) of dmw.wvl@solidaris.be

Bron: Federale Pensioendienst
Herman Hombroek

Dit is een artikel uit S-Plus Mag april - mei - juni 2024. Lees hier nog meer artikels.

Inkomensgarantie voor ouderen (IGO)

We hebben afgelopen maanden gemerkt dat er heel wat mensen zijn met vragen inzake de Inkomensgarantie voor ouderen (IGO). We leggen uit wat dit juist betekent en welke de voornaamste voorwaarden zijn om in aanmerking te komen.

De inkomensgarantie voor ouderen is een uitkering voor 65-plussers met beperkte financiële middelen. Om hiervoor in aanmerking te komen dien je aan bepaalde voorwaarden te voldoen. Omdat het een zeer uitgebreide wetgeving is inzake het laten meetellen van allerlei inkomsten en de vrijstellingen hierop, hebben we gekozen om slechts de voornaamste aan te halen in dit artikel. Voor de volledige wetgeving verwijzen we je naar de website van de Federale Pensioendienst.

Je hebt recht op een IGO als je voldoet aan onderstaande voorwaarden: 

  • Je bestaansmiddelen bedragen per maand minder dan: 
    • 1 519,01 euro voor alleenstaanden (op 01.11.2023 aan index 172,61)
    • 1012,67 euro voor samenwonenden (op 01.11.2023 aan index 172,61)
  • Je bent minstens 65 jaar (vanaf 2025 minstens 66 jaar en vanaf 2030 minstens 67 jaar)
  • Je bent Belg (of je bevindt je op een gelijkgestelde situatie)
  • Je hoofdverblijfplaats is in België

De inkomensgarantie voor ouderen is een uitkering voor 65-plussers met beperkte ­financiële middelen

Hoeveel krijg je? 

Dat is afhankelijk van je eigen bestaansmiddelen en gezinssituatie. Ben je samenwonend en bedragen je financiële middelen minder dan 1012,67 euro per maand? Dan ontvang je een IGO tot aan het bedrag van 1012,67 euro bruto per maand. 

Ben je alleenstaand en bedragen je bestaansmiddelen minder dan 1 519,01 euro per maand? Dan ontvang je een IGO tot aan dit bedrag van 1 519,01 euro bruto per maand. Je wordt als alleenstaande gezien als je als enige gedomicilieerd bent op je hoofdverblijfplaats. 

Hoe vraag je jouw IGO aan? 

In de meeste pensioendossiers start het onderzoek automatisch vanaf je 65ste wettelijke pensioendatum. Op voorwaarde dat je pas op je pensioen zal gaan op je 65ste. Ga je vroeger op pensioen, om welke reden dan ook, dan moet je zelf een aanvraag doen vanaf je wettelijke leeftijd van 65 jaar. Je kan dan een aanvraag doen via My Pension, via het gratis nummer 1765 of door een afspraak te maken in je gemeente bij de sociale dienst of de pensioendienst van Solidaris.

Waarmee houdt men rekening bij de berekening van je IGO?

  • 90 % van het bruto jaarbedrag Belgische en buitenlandse wettelijke pensioenen. Dit totaal wordt gedeeld door het aantal personen (= aantal samenwonenden waarvan de pensioenen en bestaansmiddelen meetellen en het aantal kinderen die recht geven op kinderbijslag).
  • 75 % van de beroepsinkomsten op jaarbasis (zowel van jezelf als van je partner), van het resterende bedrag mag er 5000 euro in mindering worden gebracht.
  • 100 % van het bruto jaarbedrag van het vervangingsinkomen.
  • 100 % van het bruto jaarbedrag van oorlogspensioenen en vergoedingen.
  • 100 % van het bruto jaarbedrag van buitenwettelijke renten zoals het aanvullend pensioen.
  • 100 % van het bruto jaarbedrag van de ontvangen onderhoudsgelden van je ex-partner.
  • Kapitalen, zowel gelden op zicht- als spaarrekeningen, obligaties, dividenden … (maar pro rata vastgestelde vrijstelling tot 18 600 euro). 
  • Verkoop van onroerend goed, erfenis, schenking, in een periode van de afgelopen 10 jaar voor datum van aanvraag van de IGO (uiteraard zijn er telkens verschillende vrijstellingen, zoals de vrijstelling op het KI). 
  • … 

Hoeveel je krijgt is afhankelijk van je eigen bestaansmiddelen en gezinssituatie

Wat is de invloed van je gezinssituatie?

  • Woon je samen met je partner (gehuwd of wettelijk samenwonend)? Dan heb je recht op het basisbedrag (voor samenwonenden). Alles wordt gedeeld door 2.
  • Woon je samen met kinderen of andere bloedverwanten? Van deze personen tellen de bestaansmiddelen niet mee: 
    • minderjarige kinderen
    • meerderjarige kinderen die recht geven op kinderbijslag
    • bloed- of aanverwanten in de rechte lijn: (groot)ouders en (klein)kinderen
  • Woon je enkel samen met personen uit een van de bovenstaande categorieën? Dan heb je recht op het verhoogde basisbedrag (voor alleenstaanden). Je bestaansmiddelen worden gedeeld door het aantal kinderen waarvoor je kinderbijslag krijgt.
  • Woon je verder nog samen met je partner (gehuwd of wettelijk samenwonend) of andere personen? Dan heb je recht op het basisbedrag (voor samenwonenden). Het totaal wordt gedeeld door het aantal samenwonenden van wie de bestaansmiddelen meetellen + het aantal kinderen waarvoor je kinderbijslag krijgt.
  • Woon je samen met één of meerdere andere personen (niet je huwelijks- of wettelijk samenwonende partner, geen bloed- of aanverwanten in de rechte lijn)? Dan vorm je geen gezin met deze personen, maar deel je wel de vaste kosten voor het samenwonen. Je hebt dan recht op het basisbedrag (voor samenwonenden), maar enkel jouw eigen pensioen en bestaansmiddelen (en die van je eventuele partner) tellen mee.
  • Verblijf je of je partner (gehuwd of samenwonend) in een rust- en verzorgingstehuis, maar is dat niet de hoofdverblijfplaats? Dan heb je recht op het verhoogde basisbedrag (voor alleenstaanden). Als één van de partners (gehuwd of wettelijk samenwonend) in een rust- en verzorgingstehuis verblijft, maar het officiële adres nog het (oude) thuisadres is, dan wordt er wel rekening gehouden met de bestaansmiddelen van beide partners en eventueel andere personen die hetzelfde adres delen.
  • Verblijf je in een rust- en verzorgingstehuis en is dat ook je hoofdverblijfplaats? Dan heb je recht op het verhoogd basisbedrag (voor alleenstaanden). In de berekening wordt alleen gekeken naar je eigen bestaansmiddelen. Er wordt geen rekening gehouden met de bestaansmiddelen van de personen die in hetzelfde rusthuis, verzorgingstehuis of psychiatrisch verzorgingstehuis zijn opgenomen.
  • Woon je in een gemeenschap (als geestelijke of als leek)? Dan heb je recht op het basisbedrag (voor samenwonenden), maar wordt er in de berekening alleen gekeken naar je eigen bestaansmiddelen. Voor alle andere en meer gedetailleerde voorwaarden en verminderingen raden we je aan om de website van de Federale Pensioendienst te raadplegen. 

Herman Hombroeck

Voor advies over je pensioen kan je terecht bij je ziekenfonds 
Antwerpen: 03 285 44 42 
Vlaams-Brabant en Brussel: 02 506 99 17 
Limburg: 0492 23 18 75 of pensioen@devoorzorg.be 
Oost-Vlaanderen: 09 333 57 90 
West-Vlaanderen: 056 230 230 (optie 1)

Dit is een artikel uit S-Plus Mag januari - februari - maart 2024. Lees hier nog meer artikels.

Van hervorming naar hervorming

Het pensioenlandschap zal zonder twijfel de komende jaren een grondige verandering ondergaan. De regering heeft al tot twee maal toe hervormingen goedgekeurd binnenskamers maar op de start van de praktische uitvoering (publicatie in het Belgisch Staatsblad) en de uitvoeringsbesluiten is het nog steeds wachten.

Wat mogen of kunnen we verwachten inzake de 2de hervorming (juli 2023)? 
Het blijven doorwerken tot aan de wettelijke pensioenleeftijd wordt financieel aantrekkelijker gemaakt. 

Op dit moment en nog tot februari 2025 is de wettelijke pensioenleeftijd nog altijd 65 jaar. De meeste Belgen wachten echter niet tot hun wettelijke pensioenleeftijd om met pensioen te gaan. In België kan je nog steeds op vervroegd pensioen gaan met een loopbaanvoorwaarde van 42 jaar en de leeftijd van minstens 63 jaar. Ook voor de lange loopbanen zijn er bepaalde uitzonderingen gemaakt (43 loopbaanjaren met leeftijd 61 en 44 loopbaanjaren met leeftijd 60 jaar). 

Wie langer doorwerkt dan zijn vroegste pensioendatum heeft recht op een bonus

Deze voorwaarden blijven behouden wanneer de wettelijke pensioenleeftijd in de toekomst stijgt naar 66 jaar (2025) en 67 jaar (2030). De minimum loopbaanjaren van 42 jaar blijven van toepassing op een leeftijd van 63 jaar. 

Als je vroeger stopt met werken ten opzichte van de wettelijke pensioenleeftijd, zal je logischerwijze ook minder pensioen krijgen. Per jaar dat je vroeger stopt, zal het wettelijke pensioen afnemen met minstens 1/45ste. Is dat een groot verschil? Voor sommigen niet, voor anderen dan weer wel maar vele mensen kiezen toch voor de ‘vrijheid’ van het vervroegd pensioen in plaats van meer pensioen te krijgen. Maar dat verschil wil de regering nu groter gaan maken door het (opnieuw) invoeren van de pensioenbonus.

De pensioenbonus 
Wie langer doorwerkt, bouwt niet alleen zijn wettelijk pensioen verder op maar heeft ook recht op een bonus. Die kan oplopen tot maximaal 23 000 euro (22 645 zou het correcte bedrag zijn) voor 3 jaar langer werken dan de vroegste pensioendatum. Dit bedrag zou dan in één keer uitbetaald worden maar je kan ook kiezen om het in een lijfrente om te zetten zodat je maandelijks een bedrag bovenop je wettelijk pensioen krijgt en dit tot zolang je leeft. Voor de bonus zal er geen onderscheid gemaakt worden tussen de 3 grote pensioencategorieën: bedienden, zelfstandigen of ambtenaren. De bonus kan enkel opgebouwd worden voor wie langer doorwerkt maar minder dan 45 loopbaanjaren heeft en dit gedurende maximum 3 jaar. Indien je zou beslissen in deze periode van 3 jaar toch te stoppen, dan zal pro rata een berekening gemaakt worden van de opgebouwde bonus. Je bent niet verplicht om die 3 jaar nog door te werken. Andere uitzonderingen zijn er voor de lange loopbanen (omdat zij al aan 43 of 44 jaar zitten) en voor wie deeltijds werkt (berekening pro rata volgens het aantal gewerkte dagen). Voor de juiste detailberekening is het nog eventjes wachten op de publicatie en de uitvoeringsbesluiten. Eén zaak is echter al zeker inzake de bonus: de bonus zal beginnen te lopen op 01.01.2024. Wie dus begin 2023 op vervroegd pensioen kon gaan maar nog steeds aan het werk is zal pas vanaf 01.01.2024 een start kennen van de opbouw van de pensioenbonus. De opbouw van de bonus kan je volgen via My Pension met alle mogelijke financiële extra’s. 

Veel mensen kiezen voor een vervroegd pensioen in plaats van langer te werken

Andere pensioenmaatregelen die hervormd worden 
Afschaffing van de perequatie voor de ambtenaren.De pensioenen van de ambtenaren zullen minder snel stijgen en niet meer zo fors al voorheen. Er zal gewerkt worden met een vastgesteld plafond. Wie erboven zit, zal een forfaitaire enveloppe krijgen. Wie eronder zit, zal nog wel een stijging krijgen van het pensioen maar beperkt tot max 0,3 % op jaarbasis. 

Hogere belastingen voor de aanvullende pensioenen. Vanaf 2028 (!) komt er een verhoging van de ‘Wijninckxbijdrage’ van 3 % naar 6 %. Dat is een bijdrage voor werknemers en CEO’s die in combinatie met hun wettelijk pensioen boven het maximale ambtenarenpensioen uitkomen. Er komt jaarlijks voor deze kleine groep van mensen een berekening hiervoor, zolang ze het aanvullend pensioen opbouwen. 

Minimumpensioenen. Het zijn vooral de beslissingen die reeds bij de laatste hervorming in juli 2022 werden genomen die wat gefinaliseerd worden. De belangrijkste beslissing is de toegang tot het minimumpensioen. Van de 30 te bewijzen jaren moeten er minstens 20 jaar bijzitten van effectieve tewerkstelling. Ook sommige gelijkstellingsjaren tellen mee, zoals ziekte. De periodes van gelijkstelling worden zelfs nog uitgebreid met moederschapsrust, vaderschapsverlof, adoptieverlof en pleegouderverlof. Ook de thematisch verloven, zorgkrediet … zitten erin vervat. Opgepast, het zijn enkel de gewerkte (of gelijkgestelde) jaren die zullen meetellen voor de berekening van het bedrag. Als je slechts 25 jaar gewerkt hebt dan zal je ook maar 25/45ste ontvangen van het minimumpensioen. Heb je altijd halftijds gewerkt dan zal je ook maar de helft van het minimumpensioen ontvangen. 

Aanpassing van de ZIV-Bijdrage: deze bijdrage bedraagt 3,55 % van het brutobedrag van je pensioen indien het wettelijk pensioen en het aanvullend pensioen per maand hoger zijn dan 1.990,87 euro (of 2.359 euro voor een gezinspensioen). Dat zou ertoe kunnen leiden dat bepaalde personen een bedrag van gemiddeld 320 euro per jaar meer pensioen overhouden, omdat zij vroeger een relatief hoog wettelijk pensioen hadden en een beperkte tweede pijler, waardoor het bedrag van de tweede pijler bijna volledig naar het betalen van de ZIV ging. Dit zal nu door dit systeem worden rechtgezet. Personen met een wettelijk pensioen dat hoger is dan 1.990,87 euro bruto blijven de 3,55 % ZIV betalen.

Voor advies over je pensioen kan je terecht bij je ziekenfonds 
Antwerpen: 03 285 44 42 
Vlaams-Brabant en Brussel: 02 506 99 17 
Limburg: 0492 23 18 75 of pensioen.lim@solidaris.be 
Oost-Vlaanderen: 09 333 57 90 
West-Vlaanderen: 056 230 230 (optie 1)

Dit is een artikel uit S-Plus Mag oktober-november-december 2023. Lees hier nog meer artikels.

Heb ik recht op een overlevingspensioen of een overgangsuitkering?

De federale pensioendienst is enkele maanden geleden een nieuwe campagne gestart inzake overlevingspensioen en overgangsuitkering. Ze willen het verschil tussen beide duidelijk maken en aantonen welke financiële ondersteuningsmaatregelen er bestaan.

Laten we alvast beginnen met één GROTE voorwaarde: je moet minstens 1 jaar getrouwd zijn (of tot de uitzonderingen behoren). Wettelijk of feitelijk samenwonen of andere vormen van samenwonen komen niet in aanmerking voor een overlevingspensioen of overgangsuitkering.

Het overlevingspensioen en de overgangsuitkering zijn beiden steunmaatregelen

Het overlevingspensioen en de overgangsuitkering zijn beiden steunmaatregelen. Naast de emotionele last van het wegvallen van een huwelijkspartner komt er vaak nog een administratieve last en een financieel verlies bovenop. Door deze campagne hoopt de federale pensioendienst dat mensen duidelijk weten welke hun mogelijkheden zijn en op welke financiële ondersteuning ze kunnen rekenen.

Wie krijgt een overlevingspensioen?

Ben je minstens 1 jaar getrouwd geweest bij het wegvallen van je huwelijkspartner, dan kan je in aanmerking komen voor een overlevingspensioen, op voorwaarde dat je in 2023 zelf de leeftijd hebt van 49 jaar. Was je huwelijkspartner reeds op pensioen en jijzelf ook, dan bestaat er een systeem van cumulatie waarbij je het overlevingspensioen mag cumuleren met je eigen rustpensioen tot een opgelegd maximum berekend bedrag.

Was je huwelijkspartner nog niet op pensioen, dan zal het overlevingspensioen berekend worden op hetzelfde systeem als een rustpensioen, maar op basis van de loopbaan van je overleden huwelijkspartner. Je moet dan een keuze maken tussen het overlevingspensioen of je eigen inkomsten uit een tewerkstelling.

Heb je een sociale uitkering (invaliditeit, werkloosheid) bij het wegvallen van je huwelijkspartner dan mag je 12 al dan niet opeenvolgende maanden je uitkering cumuleren met het overlevingspensioen, doch het overlevingspensioen zal dan gedurende deze 12 maanden beperkt worden. Nadien moet je opnieuw kiezen tussen het overlevingspensioen of je sociale uitkering.

Als je huwelijkspartner reeds op pensioen was dan is het overlevingspensioen gelijk aan het rustpensioen. Was je partner nog niet op pensioen dan dient het overlevingspensioen berekend te worden op dezelfde manier als een rustpensioen op basis van de loopbaan van je overleden huwelijkspartner. De formule die wordt toegepast voor de berekening van je maximale cumul met je eigen rustpensioen is verschillend voor werknemers, zelfstandigen en ambtenaren.

Wat is een ‘overgangsuitkering’?

Deze uitkering is een tijdelijke uitkering voor iedere huwelijkspartner die geen 49 jaar is in 2023. Het al dan niet hebben van kinderen is bepalend voor de duurtijd van de uitkering. Er moet wel voldaan worden aan de voorwaarde van 1 jaar huwelijk. Bij deze vorm van uitkering is het niet belangrijk of je overleden partner al dan niet al op pensioen was bij het overlijden.

De duurtijd van de overgangsuitkering is sinds oktober 2021 aangepast door de federale pensioendienst. Hieronder kan je een overzicht terugvinden van de eventuele looptijd van de overgangsuitkering

Hoe vraag je een overlevingspensioen aan?

Indien je huwelijkspartner reeds gepensioneerd was op het moment van het overlijden, dan moet je geen aanvraag indienen en zal alles automatisch opgestart worden.

Ben je jonger dan 49 jaar in 2023 bij het overlijden van je huwelijkspartner, dan heb je recht op de overgangsuitkering

In alle andere situaties moet je een aanvraag indienen. Opgelet, indien je je aanvraag doet na 12 maanden na het overlijden, dan zal je overlevingspensioen pas ingaan op de eerste dag van de maand volgend op je aanvraag. Was je huwelijkspartner reeds gepensioneerd dan zal je overlevingspensioen ingaan op de eerste dag van de maand na het overlijden.

Was hij of zij nog niet gepensioneerd dan is er opnieuw een verschil van ingangsdatum naargelang je overleden huwelijkspartner een werknemer of ambtenaar was. Als hij een werknemer was, dan start het overlevingspensioen de eerste dag van de maand van het overlijden. Als hij ambtenaar was, dan start het overlevingspensioen op de eerste dag van de maand na het overlijden.

De duurtijd van de overgangsuitkering is sinds oktober 2021 aangepast door de federale pensioendienst. Hieronder kan je een overzicht terugvinden van de eventuele looptijd van de overgangsuitkering:

Gezinssituatie

Duur van de overgangsuitkering

Geen kind ten laste

18 maanden

Enkel kind(eren) ten laste van 13 jaar (1) 
of ouder

36 maanden

Minstens 1 kind ten laste jonger dan 13 jaar (1)

48 maanden

Minstens 1 kind ten laste met een handicap (2)

48 maanden

Een kind werd geboren binnen de 300 dagen
na het overlijden

48 maanden

(1) Kinderen die in het kalenderjaar van overlijden 13 jaar worden, beschouwen we voor het hele jaar als 13-jarige.
(2) Het gaat hier om een kind, ongeacht de leeftijd:

  • waarvoor je in principe kinderbijslag krijgt;
  • en dat erkend is als gehandicapt. Een kind is erkend als gehandicapt als het voor minstens 66 % getroffen is door ontoereikende of verminderde lichamelijke of geestelijke geschiktheid wegens 1 of meer aandoeningen.

Hoe vraag je een overgangsuitkering aan?

De aanvraag moet gebeuren binnen de termijn die naargelang jouw situatie van toepassing is (18 – 36 – 48 maanden).

Doe je je aanvraag binnen de 12 maanden, dan heb je recht op de volledige periode die je is toegekend op basis van je gezinssituatie (18-36-48 maanden). Doe je je aanvraag na 12 maanden na het overlijden maar binnen de jouw toegekende periode (18-36-48 maanden) dan krijg je de toegekende periode maar met de vermindering van de maanden die reeds verstreken zijn. Dus het is heel belangrijk om de aanvraag te doen binnen de 12 maanden na het overlijden.

Wanneer de periode die jou op basis van je gezinssituatie toegekend is voorbij is, zal de overgangsuitkering stoppen en zal je moeten teren op je eigen inkomsten op dat moment. (werk, sociale uitkering …). Heb je geen tewerkstelling op dat moment dan krijg je onmiddellijk toegang tot de werkloosheid zonder de wachttijd te moeten respecteren. De federale pensioendienst heeft een website ontwikkeld waar alles wat je moet doen en weten bij een overlijden, gebundeld wordt: www.wezijnervoorjou.be.

Dit is een artikel uit S-Plus Mag april-mei-juni 2023.

dsfsqfdsqfdsfdsqdfsqdfsqdsqdfsfdsfd
    
Abonneer op Herman Hombroek