Aflevering 3: Verlies delen en veerkracht vinden

De S-Plus bevraging rond geestelijk welzijn die in 2021 door 1255 leden werd ingevuld toont aan dat 48,3 % van de leden nog zeer vaak tot vaak verdrietig is om het verlies van een dierbare. Daarnaast geeft 39,8 % aan het zeer vaak tot vaak moeilijk te hebben om fysieke beperkingen te aanvaarden. Vervolgens heeft 29,9 % zeer vaak tot vaak intense gevoelens van pijn, verdriet en golven van rouw. Stilstaan bij verlieservaringen en rouw is bijgevolg zinvol. 

Definitie 

Rouw kan omschreven worden als het geheel aan reacties die we geven op het verlies van een betekenisvolle relatie of betekenisvol iets, bijvoorbeeld het overlijden van een dierbare of het verliezen van een goede gezondheid. De reacties kunnen op verschillende manieren tot uiting komen, zijnde: 

  • lichamelijk: vermoeidheid, hoofdpijn, duizeligheid, lusteloosheid, spanning, misselijkheid en slaapproblemen.
  • emotioneel: verdriet, boosheid, angst, eenzaamheid, verwarring, leegte, machteloosheid, schuld, maar ook opluchting of tevredenheid over de uiteindelijke gang van zaken rond het levenseinde.
  • cognitief: concentratieproblemen, verminderde zelfwaardering, verwarring, dwangmatig denken en idealisering.
  • existentieel: verlies van levensperspectief, zinloosheid, aantasting zingevingskaders, verlies aan levensmoed en -lust.
  • gedragsmatig: huilen, teruggetrokkenheid, prikkelbaar, vermijden van personen en situaties en zoekgedrag. 

Verlies maakt deel uit van onze identiteit en leven. Het doel van rouw is om verlieservaringen te integreren in onze identiteit. Verlies en rouw zijn daarom belangrijk in ons leven, we veranderen er door. Rouw betreft een normale reactie en is geen ziekte. Als mens beschikken we over veerkracht om op een eigen unieke manier met verlies om te gaan.  

Verlieservaringen en veroudering 

Oudere volwassenen kunnen vanwege opeenstapelende verlieservaringen negatieve gevoelens beter relativeren en gemakkelijker omgaan met moeilijke situaties in vergelijking met jongeren

Met het ouder worden neemt de kans op verlieservaringen toe. Weliswaar zijn oudere volwassenen beter tegen verlieservaringen bestand dan jongeren. In dit kader wordt er ook gesproken over de ouderdomsparadox. Oudere volwassenen kunnen immers, tegen alle verwachtingen in vanwege opeenstapelende verlieservaringen, negatieve gevoelens beter relativeren en gemakkelijker omgaan met moeilijke situaties in vergelijking met jongeren.  

Met het ouder worden kunnen er op verschillende domeinen verlieservaringen voorkomen. Denk hierbij aan het volgende: 

  • fysieke veranderingen: gezondheid, fysieke capaciteiten, lichamelijke kracht, bewegingsvermogen, mobiliteit, gezichtsvermogen, gehoor, seksualiteit
  • psychische veranderingen: controle, autonomie, geborgenheid, zekerheid, veiligheid, idealen, persoonlijke waarde, sociale status
  • sociale veranderingen: rolpatronen, contacten, samenhorigheid, relaties met familie, relaties met vrienden, relaties met kennissen, engagement, productiviteit
  • spirituele veranderingen: zin van het bestaan, perspectieven, doelstellingen, zelfverwezenlijking, zelfbeeld, ‘hoop op’, waarden, betekenis
  • cognitieve veranderingen: problemen oplossen, communicatie, geheugen, denken, leren, lezen
  • praktische veranderingen: middelen, vaardigheden, huisvestiging, bezigheden, mobiliteit, regelmaat
  • persoonlijke veranderingen: onverwerkte verliezen, afgebroken relaties, verlies van werk, dromen, verlies van dierbaren, interesse, ambitie, projecten 

Hét rouwproces bestaat niet 

In de literatuur kan je verschillende rouwmodellen terugvinden. Denk bijvoorbeeld aan rouwtaken die volgens verschillende stadia lopen bij het verlies van een dierbare:  

  1. De realiteit van het verlies onder ogen zien en aanvaarden
  2. Omgaan met de pijn van het verlies en de pijn doorvoelen
  3. Zich aanpassen aan een leven zonder de persoon
  4. Het verlies een plek geven, herinneringen bewaren en weer leren genieten 

Ook bestaat er een rouwmodel gebaseerd op personen die geconfronteerd worden met kanker, bestaande uit deze stadia: 

  1. Ontkenning van het slechte nieuws
  2. Woede
  3. Onderhandelen om onder de verschrikkelijke werkelijkheid uit te komen
  4. Depressie van zodra de waarheid meer is doorgedrongen
  5. Aanvaarding van zodra de persoon zich bewust is van het feit dat men geen hoop meer hoeft te koesteren 

Rouwenden laten niet los maar leren hetgeen ze verliezen anders vast te houden

Wetenschappelijk denken over verlies en rouw heeft de laatste jaren een sterke ontwikkeling doorgemaakt. Zo is men gaan inzien dat een rouwproces in de realiteit niet noodzakelijk mooi afgelijnd loopt en dat stadia/fasen door elkaar kunnen optreden. Zo wordt ingezien dat rouwen variëteiten kent tussen mensen, onze hechting de kern van het rouwproces betreft, rouw niet te herleiden valt tot louter een emotionele verwerking, rouwen idealiter in interactie met anderen gebeurt, rouw geen eindpunt kent en rouw een zoektocht is naar betekenisgeving. Rouwenden laten niet los maar leren hetgeen ze verliezen anders vast te houden. Ondanks blijvende kwetsbaarheid en negatieve impact slagen mensen erin om aan de hand van de innerlijke veerkracht opvattingen te herzien en nieuwe betekenissen te vinden.  

Duale proces model: de manier om naar rouw te kijken 

Vandaag wordt er naar rouw gekeken vanuit een integratief model. In de realiteit wordt een persoon die rouwt geconfronteerd met verlieservaringen maar ook met momenten van herstel/de nieuwe toekomst. Dit model wordt voorgesteld aan de hand van een slinger die van de ene naar de andere kant gaat. De snelheid waarmee iemand heen en weer gaat verschilt  per persoon. De verliesgerichte kant gaat over de manier waarop de rouwende persoon omgaat met de verlieservaring zelf en de bijhorende emotionele verwerking ervan. De herstelgerichte kant houdt verband met de veranderingen die het verlies met zich meebrengt. Iemand die rouwt gaat ook verder met diens leven zonder de dierbare. In de figuur wordt het model voorgesteld.  

Handvatten/tips als hulp bij rouw 

Verschillende inzichten kunnen op diverse momenten helpen bij rouw. Een aantal handvatten en tips worden hier weergegeven.  

  • Praat over je gevoelens en gedachten of schrijf ze op.
  • Sluit jezelf niet teveel op.
  • Heb aandacht voor je emoties en uit deze op een gepaste manier, bv. door er creatief mee aan de slag te gaan.
  • Neem voldoende rust.
  • Zoek afleiding wanneer nodig.
  • Ga op zoek naar lotgenotencontact.
  • Neem de tijd die je nodig hebt.
  • Tracht de situatie te accepteren.
  • Vraag om (professionele) hulp wanneer nodig. 

 

Bronnen
Adriaensen, C. (2005). Als Ouderen Rouwen. Oudere mensen helpen bij verlies. Lannoo. 
Keirse, M. (2017). Helpen bij verlies en verdriet. Een gids voor het gezin en de hulpverlener. Lannoo. 
Klüber-Ross, E., and David, K. (2005). On Grief and Grieving. Finding the Meaning of Grief Through the Five Stages of Loss. Great Britain: Simon & Schuster Inc.
Stroebe, M., & Schut, H. (1999). The dual process model of coping with bereavement: Rationale and description. Death Studies, 23(3), 1-28.
Worden, W. (1992). Grief Counseling and Grief Therapy. Springer Publishing Company, Inc. Second Edition.