Wie de kunst van het verliezen beheerst...

Meer dan 1 op de 3 slachtoffers van zelfdoding in Vlaanderen is ouder dan 65. Bij de 60-plussers, gaat het zelfs om bijna de helft van de slachtoffers, volgens de cijfers van het Agentschap Zorg en Gezondheid. Toch leeft het idee dat psychotherapie geen baat meer zou hebben bij ouderen. Luc Van de Ven, ouderenpsycholoog, spreekt dit tegen. In zijn boek ‘Troost’ probeert hij aan de hand van verschillende psychologische thema’s moeilijke onderwerpen rond het ouder worden aan te kaarten en ziet hij uitdagingen voor professionele hulpverleners bij het begeleiden van ouderen met psychologische problemen.

Merk je als ouderenpsycholoog dat er meer vraag is naar therapie?

Luc Van de Ven: “We merken dat de drempel naar psychologen verlaagd is bij ouderen, ze zetten makkelijker de stap in vergelijking met 20 à 30 jaar geleden. Ook verwijzen huisartsen sneller door naar klinische psychologen. We kunnen dus wel stellen dat er een beweging aan de gang is, hoewel we nog tal van voorbeelden tegenkomen waar de situatie te ver is en er een opname in de psychiatrie nodig is. Dit had in een aantal gevallen vermeden kunnen worden als er vroegtijdig ingegrepen was.”

Zijn psychologische problemen nog steeds een taboe voor ouderen waardoor ze niet tijdig aan de bel trekken?

Luc Van de Ven: “Het zit complex in elkaar. Hoogbejaarden zijn nog opgegroeid met de visie ‘spreken is zilver en zwijgen goud.’ Toch zien we een veranderende beweging rond het praten over problemen, vooral bij vrouwen want mannen vinden dat nog steeds een teken van zwakte. Bij jongsenioren merken we dat er meer vraag komt naar koppel-relatietherapie, oudere senioren hebben nog eerder schaamte om hiervoor hulp te zoeken. De drempel ligt voor hen wat hoger, maar hier wordt dus zowel door professionelen als door senioren zelf aan gewerkt.”

Met welke problemen komen de meeste ouderen bij jou?

Luc Van de Ven: “Er zijn toch een aantal grote thema’s die bij mij aan bod komen, zoals de belasting voor partners van personen met dementie, maar vaak komen mensen ook bij mij met relatieproblemen, ze zijn net met pensioen en zitten op elkaars lip bijvoorbeeld. Ook individuele therapie, zoals bemoeilijkte rouw, is iets dat ik tegenkom in de praktijk. Jammer genoeg is niet alles oplosbaar of te genezen.  Soms zit je in een realiteit die onveranderbaar is. Wat ik wel kan doen, is mensen er mee laten omgaan,  ze begeleiden in de veranderende situatie.”

Je bent zelf 60+, word je persoonlijk geconfronteerd met de moeilijke facetten van het ouder worden?

Luc Van de Ven: “Uiteraard. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld ook voor een cardioloog, ook die kan aan hartfalen lijden. Zo word ik dagelijks geconfronteerd met het ouder worden. De confrontatie in de therapie is niet noodzakelijk negatief. Soms haal je er ook persoonlijke troost uit. Je komt als therapeut vaak verhalen tegen van mensen of families die je kunnen helpen. Je kan leren uit die situaties. Je hoort verhalen hoe het echt niet moet, maar de dag nadien ontmoet je dan weer een familie waar veel tederheid en mildheid leeft. Hierin vind je dan weer troost.”

In 2014 schreef je het boek ‘Troost’.

Luc Van de Ven: “Inderdaad, met dit boek wilde ik voor een breed publiek, zowel voor mensen die niet in de sector werken als voor professionele hulpverleners, de verschillende psychologische thema’s bundelen waar ouderen meer geconfronteerd kunnen worden. Ik wil dat de lezer vooral een aantal dingen onthoud.  Eerst en vooral dat verlies een centraal begrip is bij ouder worden. Wie kan bevredigend oud worden? Dat is diegene die kan verliezen, diegene die de kunst van het verliezen beheerst. En daar moeten de meeste mensen aan wennen. Ook het belang van een vertrouwenspersoon voor een oudere is iets dat ik de lezer wil meegeven. Is er in het leven van de oudere een vertrouwenspersoon, waar hij of zij alles kan tegen zeggen? Uit onderzoek blijkt namelijk dat je zowel op fysiek als psychologisch vlak sterker in het leven staat als je zo een persoon hebt. Meestal is dat iemand van de familie of een intieme vriend, maar het kan ook een hulpverlener zijn en dit in alle geledingen van de zorg. Tot slot wil ik in mijn boek ook het belang van de context aankaarten. Probeer het hele plaatje te zien als professionele hulpverlener, alleen dan kan je makkelijker ingrijpen in de situatie van de oudere.”

1/3 slachtoffers van zelfdoding zijn 65 plussers. Hoe komt het volgens jou dat dit cijfer zo hoogt ligt?

Luc Van de Ven: “In elk geval is gebleken dat mannen boven 75 jaar dubbel zoveel kans hebben op suïcide dan alle mannen en vrouwen op andere leeftijden in Vlaanderen. We kunnen natuurlijk gissen naar de reden waarom het cijfer voor deze groep zo hoog ligt. Minder makkelijk praten, het op kroppen… kunnen redenen zijn. Het is ook opvallend dat in Nederland het percentage suïcide lager ligt dan in Vlaanderen en dat West-Vlaanderen er in Vlaanderen met kop en schouders bovenuit steekt.”

Nochtans lijkt het dat het professioneel opvangnet voor ouderen boven de 65 jaar toch als minder belangrijk wordt beschouwd. Er is ook geen terugbetaling voor psychologische zorg voor 65-plussers.

Luc Van de Ven: “Dat is erg. Uiteraard begrijp ik wel dat wanneer we het financiële plaatje en de tekorten van de verschillende regeringen bekijken, ze niet alles kunnen doen, maar deze keuze is natuurlijk intriest. Het lijkt wel of het psychisch welzijn van mensen niet meer belangrijk is eens ze op pensioen zijn. Dat is een denkfout, want het reikt vaak ook verder dan enkel die ene persoon. Bijvoorbeeld: 3 dochters rond 40 à 50 jaar moeten bijspringen omdat hun mama depressief is en te veel alcohol drinkt. Op deze manier kunnen ze niet meer werken en laten ze hun eigen gezin in de steek. Ze krijgen hierdoor zelf een burn out en kunnen niet meer functioneren en worden uiteindelijk zelf patiënt. Het niet ingrijpen op de situatie van die ene dame kan effect hebben op meerdere personen die wel nog mee produceren in onze maatschappij. Psychologische zorg voor ouderen is dus zeker van belang.”