Vergeet dementie, onthou mens

door Hendrika

Toen papa’s vriendin voor de zoveelste keer klaagde dat hij toch wel veel begon te vergeten, herinnerde ik haar aan de laatste jaren van zijn moeder. Aderverkalking in haar hoofd, noemde de familie het. Mijn grootmoeder werd alsmaar stiller, zat passief in de zetel, herkende alsmaar minder mensen. Ik had het luchtig en achteloos gezegd. Ik besefte de draagwijdte van mijn woorden niet. Alsof het in het slechtste geval iets was voor een zeer verre toekomst.

Papa’s vriendin was gealarmeerd en zag overal voortekenen van een vreselijke toekomst. Maar ook ik begon wat meer aandacht te schenken aan mijn papa’s gedrag. Het trotse gezinshoofd van weleer, de man die door iedereen werd gerespecteerd, werd stilaan fragieler. Dat zag ik wel. En dan begon ik ook wel de eerste eigenaardigheden te zien.

Hoe hij het brood in de ijskast begon te leggen. Hij was slim. Hij wist misschien niet meer precies wat wel en wat niet in de ijskast hoorde, maar hij wist wel dat de ijskast de veiligste plek was voor bederfbare voedingswaren. En dus stopte hij voor alle zekerheid ook het brood in de frigo.

Hoe hij problemen begon te krijgen met zijn administratie. Die was altijd tiptop in orde geweest. Maar op één of andere manier begreep hij het niet meer helemaal. Hij zei dat niet met zoveel woorden, vroeg niet om hulp. Maar als we samen koffie dronken, opende hij herhaaldelijk de post die voor ons op tafel lag. “Ja papa, dat is de rekening van de elektriciteit. Je moet die overschrijving nog tekenen en naar de bank brengen”. Vijf minuutjes later opende hij weer diezelfde brief. Hij zocht bevestiging bij mij. “Ik zal die overschrijving naar de bank brengen, ik moet toch die richting uit”. Vanaf dan heb ik al zijn rekeningen op die manier opgevolgd. Ik ben er tot op de dag van vandaag trots op, dat ik dat zo discreet en respectvol heb aangepakt. Want het respect voor mijn papa was nog altijd groot, ook al wilde zijn brein niet meer zo goed mee.

Het ging langzaam slechter. Het was niet meer verantwoord dat hij nog heen en weer met de auto naar zijn LAT-vriendin reed. Het was niet meer verantwoord om hem lang alleen te laten. Dus bleef hij permanent bij zijn vriendin wonen. Ik zag hem nu minder, maar als ik op bezoek ging, was hij altijd blij om mij te zien en zeker blij om mijn dochter, zijn kleindochter, te zien. Ook hij werd alsmaar stiller, zat vooral passief in de zetel. We babbelden over de familie, over zijn beste vrienden die hij niet meer zag. Maar hij kende iedereen nog en dat is tot op het eind zo gebleven.

Als mensen naar mijn papa vroegen, zei ik eerlijk dat hij dementie had. Maar ik voegde er altijd snel aan toe wat hij allemaal wel nog kon. Ik wilde niet het beeld oproepen van iemand in een verre fase van dementie. Die trots, weet je wel. Die wilde ik hem niet afpakken.

Mijn papa was een slimme man, met een fijn gevoel voor humor. Toen hij op de dienst neurologie getest werd op dementie, werd hem naar de naam van zijn onderwijzer van het eerste leerjaar gevraagd. “Dat was meester Pierre”, klonk het snel en zelfzeker. Toen hij nadien onze verbazing zag omdat hij dat nog wist, lachte hij: “Ik weet dat niet meer, maar die dokter ook niet hé”.

Grappig misschien, maar ook typerend dat willen verstoppen van zijn probleem. Hij bleef tot in zijn laatste weken perfect in staat om een oppervlakkig, maar helemaal normaal gesprek te voeren met iemand die hem minder goed kende. Zodat die achteraf bijna verwijtend vroeg of ik niet overdreven had met die dementie.

Dementie is bij iedereen anders. Er zijn veel vormen van de ziekte, veel stadia. Ik ben blij dat mijn papa nooit in zo’n ver stadium is beland. Alle belangrijke mensen in zijn leven kende hij nog. Hij was altijd blij om ons te zien. En als hij over vroeger, over lang geleden kon vertellen, straalde zijn hele gezicht. Maar stilaan werd hij ook triester. Het besef dat het niet goed ging. Want intussen was hij ook fysiek aan het aftakelen. Hij belandde in het rusthuis en een val uit zijn bed was het begin van het einde. Hij moest naar het ziekenhuis en plots ging het snel. Zijn laatste heldere woorden vergeet ik nooit: “De tijd loopt voor iedereen”. Hij besefte maar al te goed zijn toestand.

Het verhaal van mijn papa als pleidooi voor het respectvol omgaan met mensen met dementie. Een pleidooi voor een veel betere omkadering voor het groeiend aantal mensen met deze ziekte. De slogan van het Expertisecentrum Dementie vat het perfect samen: ‘Vergeet dementie, onhou mens’.