Smartphone

Wie mij kent, weet dat ik geen smartphone bezit. Velen beschouwen mij dan ook als een wat simpele ziel, die niet mee is met zijn tijd. Wat onbekend met de nieuwe sociale media, en wellicht bang om zich erin te verdiepen.

Toch weet, wie mij een beetje kent, dat ik mij niet snel een smartphone zal aanschaffen: mijn echtgenote heeft er één, en als ze ergens met een programma (een app in het jargon) sukkelt, dan vraagt ze mijn hulp. Zo lang ik haar kan helpen, beschouw ik mezelf als ‘mee met de tijd’.

Maar ik houd er niet van mee te springen in een carrousel, waarbij ikzelf de koopwaar blijk te zijn.

Ik verbaas mij er soms over dat niet meer mensen doorhebben, dat niet zijzelf de gebruikers zijn van al die slimme toepassingen, maar eerder 'het gebruikte', de koopwaar zeg maar.
Neen, ik zal dus niet snel dingen kopen waar een ‘smart’ voor staat: het is maar de vraag voor wie het ding ‘smart’ is…

Lang voor er van corona sprake was, wist onze kleindochter mij te vertellen dat ze de i-phone van haar papa kreeg. Het kind is 9 jaar, en de vraag rijst waarom ze zo’n toestel nodig heeft: maar opa, iedereen in haar klas heeft er één. Alleen zij nog niet. Ze krijg alleen het toestel, een kaartje zit er pas aan te komen als ze 12 wordt.

Ik heb de vraag niet herhaald; een smartphone zonder kaartje is maar lullig, tenzij je er spelletjes op speelt, wat het gros van de gebruikers blijkt te doen. Dit weet ik uit een kortlopend onderzoekje dat ikzelf uitvoerde op de trein. Als niet gebruiker (ik schreef bijna: niet verslaafde) kan je anderen immers bespieden zonder dat het opvalt.

Hoe dan ook, mijn kleindochter kent het verschil tussen de “I” en de niet “I” dingen: waar een I voor staat is van Apple weet ze me te vertellen. Wij hebben geen dingen van Apple wegens te duur, en te snel verouderd, versleten voor de maturiteit is bereikt, wegens onvervangbare batterij. Ik denk dan vaak, probeer eens een ander apparaat te verkopen, dat op de schroothoop kan, als de batterij einde leven is…
Maar ik dwaal af.

Onze kleindochter was dus met haar i-phone bij ons te gast. Naar gewoonte in die pre corona tijden, was ik de kok van dienst. Ik probeer er telkens iets speciaals van te maken als de kinderen, en de kleinkinderen komen, dus de tafel was mooi gedekt, en een speciaal driegangenmenuutje was halverwege. Wat mij al opviel was dat na het voorgerecht (tussen de soep en de patatten zeg maar) iedereen van het gezelschap (ook mijn vrouw dus) naar het mobiele apparaat greep.  Je voelt je toch wat uitgesloten dan. Met wie af wat zijn ze bezig? En is dat een leuker gezelschap dan de in levende lijve aanwezige personen?

Terwijl ik het volgende gerechtje op tafel plaatste, zag ik mijn kleindochter met haar I-phone bezig. Wat ben je aan het doen? Vroeg ik.  Ik neem een foto vertelde ze mij.  Van wat dan wel? Wilde ik weten.  Van mijn bordje, zei ze. Om maandag aan mijn vriendinnen te tonen op school. Haar mama lachte, ik keek wat verdwaasd rond, en toen vertelde mijn dochter mij: ik heb ook een foto genomen.

Het enige verschil met mijn kleindochter is, dat de vriendinnen van mijn dochter niet tot maandag moeten wachten om te weten wat ze gegeten heeft. Zo'n I-phone is verdomde snel, als er maar een kaartje in zit.

5/1/2021

Auteur: Jan Steenwinckel (62) jarenlang bij KBC gewerkt als kantoordirecteur en hoofd commerciële ondersteuning. Ook werd hij hoofddelegee van BBTK bij KBC. Samen met zijn echtgenote woont hij in Laarne.