Shoppen

door Jan Steenwinckel

De soldenperiode is bijna voorbij, en ik ben nog niet naar de stad geweest. Voor mijn echtgenote is de soldenperiode altijd een speciaal deel van het jaar geweest. Ze wordt een beetje wild van het gegeven dat zaken die ze niet nodig heeft, nu plots veel goedkoper worden.

Samen met blijkbaar veel andere vrouwen, schijnt ze niet te kunnen begrijpen dat iets aankopen wat je niet nodig hebt, zelfs als het 50% goedkoper is, nog altijd een verlieslatende bezigheid is. 

Maar haar doorslaand argument was: ik heb wel nieuwe kleren nodig.

Na 40 jaar huwelijk wist ik dus haar opmerking correct te vertalen:  “wil je met mij mee naar de stad om in de klerenwinkels wat tijd en geld op te doen?”

Nu ben ik altijd al een koele minnaar van klerenwinkels geweest, maar daarin rondlopen tijdens soldenperiodes is een ware geseling.  Om de een of andere reden sta ik altijd in de weg: houd ik me op bij een rek waarvan ik denk “dit ziet toch niemand graag”, dan schijnen alle aanwezig dames te veronderstellen dat ik iets gezien heb, en het bewaak voor mijn vrouw.  Het gevolg is dat ze allemaal in dat ene rek beginnen te zoeken. 

Aan de pashokjes voel ik me onbewust een voyeur.  Dat ligt niet alleen aan mij, maar wat je daar allemaal te zien krijgt, en dan doel ik niet op naakte, of half naakte lichaamsdelen: aan de pashokjes zie je pas hoe weinig respect vele dames hebben voor de kleding die ze zo zorgvuldig koesteren: past het niet, dan mag het op de grond en vertrappeld worden...  

Mij zie je dus meestal aan de buitenkant van de winkel staan, samen met nog een aantal mannen, als waren we gestraft. Een kledingwinkel die een wachthoekje voor mannen maakt, wacht wellicht een mooie toekomst. Ik heb dergelijke winkels enkel in Nederland al gezien.

Dus ik probeerde er nog onderuit te komen: funshoppen mag niet: corona weetjewel?

Je kunt wel meekomen om de zakken te helpen dragen.  We gaan elk apart binnen, dat weten ze toch niet antwoordde ze.

Ik dus mee naar de stad, met lemen schoenen. Je moet wat over hebben voor mekaar, en ze had immers dringend nieuwe kleren nodig.

De winkels die ze bezocht waren eerder klein, dus ging ze akkoord dat ik buiten bleef wachten. Blijkbaar kan ik ook in haar weg lopen. Een man moet zijn plaats kennen. En die was vandaag buiten.   Ik had al wat gesprekjes gehad met lotgenoten, en we hadden al diverse winkels gedaan.  Nog steeds had ze het ultieme kledingstuk niet gevonden.

Hier gaan we nog even binnen, en dan gaan we naar huis had ze me gezegd. Het viel me op dat ze zeer lang binnen bleef: alle mannen waarmee ik buitenstond waren al met hun partner verder getrokken, ook diegenen die na mij toekwamen.  Je voelt je toch een beetje in de steek gelaten dan.  Ze moet wel veel gepast hebben, en haar garderobe kunnen aanvullen dacht ik nog. Ze zal content zijn.
Maar toen ze buitenkwam had ze niets bij.  Zo lang binnen, en toch niets gekocht? 

Neen, ze ze, ze hadden niets naar mijn zin, en eigenlijk heb ik niets nodig.

Zo hebben we toch een coronamiddag op een aangename manier doorgebracht probeerde ik mezelf positief op te laden.