Moeten we bang zijn om oud te worden?

Moeten we bang zijn om oud te worden? Die vraag stelt Knack-journaliste Ann Peuteman zich in haar nieuwste boek ‘Grijsgedraaid’. In haar zoektocht naar antwoorden baseert ze zich op diverse ervaringen en gesprekken met bekende en minder bekende 80-plussers. Ze stelt vast dat het leven verandert op een bepaalde leeftijd, maar ook dat het anders kan.

Afhankelijker en fragieler

“Het idee om ‘Grijsgedraaid’ te schrijven, kreeg vorm na een interview met een oude schooldirectrice. Ze vertelde hoe ze jarenlang respect en autoriteit had opgebouwd. Ook na haar pensioen bleven mensen haar om raad vragen. Rond haar 80ste keerde dat plots, toen ze afhankelijker werd en er fragieler begon uit te zien”, vertelt Ann Peuteman."

Blik van anderen

Ook andere mensen met wie Ann sprak, ervaarden een soort anticlimax toen ze ouder werden. “Tijdens het schrijven van dit boek vertelde theatermaakster Eva Bal me dat ze niet schrikt van haar spiegelbeeld, maar wel van hoe andere mensen haar zien. Dat is me uit de getuigenissen het meest bijgebleven, omdat we daar volgens mij iets aan kunnen doen.”

Om die reden schreef Ann ‘Grijsgedraaid’: “Om onze zienswijze op 80-plussers aan te kaarten. Het is alsof we ze steevast als 1 blok zien, met allemaal dezelfde smaak en dezelfde dingen die hen gelukkig maken. We leggen ze zaken op ‘voor hun eigen bestwil’, want we zien ze het liefst rustig en lekker veilig.”

Het is niet genoeg

“Door de vooruitgang van de wetenschap leven we alsmaar langer, maar we hebben niet nagedacht over wat we moeten doen met die extra jaren. Hoe zorgen we ervoor dat we, ondanks fysieke en soms mentale beperkingen, echt van die tijd kunnen genieten?”, vraagt Ann zich af. “Ik heb het niet over fysieke zorg of voeding, dat is bij de meeste 80-plussers in orde. Ex-minister Paula D’Hondt vertelde: ‘Ik ken niemand van mijn leeftijd die niet goed verzorgd wordt. Gewassen, gevoed, gekapt en gekleed.’ Maar dat is niet genoeg, dat zou het voor mij ook niet zijn.”

We focussen heel erg op efficiëntie, zowel financieel als qua timing. Maar daardoor maken we het 80-plussers heel moeilijk om nog zin te hebben in het leven, in de dubbele betekenis van dat woord. We zeggen: doe jij nu maar rustig, je hoeft het je allemaal niet meer aan te trekken.”

Moeilijk om jezelf te blijven

“De mensen met wie ik sprak, vertelden me dat ze nog altijd dezelfde persoon zijn. Maar dat het moeilijker is om zichzelf te blijven, omdat ze hun vrijheid en beslissingsrecht verliezen. Ze mogen bijvoorbeeld niet meer eten of zich wassen hoe en wanneer ze dat vroeger deden. Hun auto wordt afgenomen, ze mogen hun geld niet meer beheren, en nieuwe relaties zijn al helemaal uit den boze.

Kinderen kunnen we fouten laten maken, maar bij ouderen moeten we dat nog leren.

Veel mensen die ik in de loop der jaren sprak kunnen haarscherp analyseren waar het probleem ligt, maar ze kaarten het niet aan, omdat ze hun geliefden niet tot last willen zijn. Want ‘wat als ze niet meer komen?’ De mensen die hen betuttelen, die hun zaken opleggen ‘voor hun eigen bestwil’, zijn meestal de mensen die ze het liefste zien. En die willen ze niet kwetsen.”

Het recht op foute beslissingen

“Het is niet eenvoudig om aan te geven waar de grens ligt tussen verzorgen en betuttelen. We moeten ons afvragen wat 80-plussers zelf willen, want vaak walsen we over hen heen – met goede bedoelingen. Het is een beetje zoals met meerderjarige kinderen. We kunnen uitleggen waarom wij denken dat een bepaalde keuze beter is, maar als de ander dat niet wil, moeten we ons daar ook bij kunnen neerleggen. Kinderen kunnen we fouten laten maken, maar bij ouderen moeten we dat nog leren. 80-plussers zijn geen pubers, je hoeft ze niet op te voeden of te beschermen tegen zichzelf. Ze hebben het recht om foute beslissingen te maken, net zoals wij.”

Het kan beter

Wat heeft ‘Grijsgedraaid’ voor Ann zelf betekend? “Ik hoopte met dit boek mijn angst om ouder te worden te beslechten, maar dat is niet echt gelukt. (lacht) Wat me hoopvol stemt, zijn de reacties. Die komen zowel van oudere mensen als van mensen die zijn beginnen nadenken over hoe het beter kan. Ik merk dat onze samenleving er wel iets aan wil doen, zeker omdat we zelf later in die positie zullen zitten.”

“Ik merk ook een enorme openheid in de zorgsector, van mensen die erover willen praten en oplossingen willen zoeken. Ik vind het bijzonder jammer en onrechtvaardig dat we door een aantal trieste verhalen iedereen over dezelfde kam scheren, want er zitten ook veel mensen in die sector die met weinig middelen en mankracht toch prachtige prestaties neerzetten.”

Zoals een leeftijdsgenoot

Hoe kunnen verzorgers en mantelzorgers erover waken dat ze op dezelfde golflengte zitten als de mensen die ze verzorgen? “Ik stel me altijd de vraag of ik ook zo zou omgaan met een leeftijdsgenoot. Zou ik zo praten? Zou ik dit regelen en doen zonder overleg? Verder geef ik volgende raad: plaats jezelf in de positie van een 80-plusser. Stel: je wordt elke dag gewassen, je krijgt je boterhammen, er komt elke dag een verpleger. Is dat genoeg? Zou je daar gelukkig van worden?”

80-plussers in de vriendenkring

“Als ik met 80-plussers op een gelijkwaardig niveau praat, merk ik hun hunkering naar intellectuele prikkeling. Ze hebben televisie en boeken, maar de interactie met anderen valt weg. Ik denk dat organisaties daar meer aan tegemoet kunnen komen. Zelf heb ik dankzij dit boek mooie mensen ontmoet. Mensen die ik anders nooit had leren kennen als persoon, maar als een ‘80-plusser’ was blijven beschouwen. Met sommigen raakte ik bevriend. Dat hoor je niet vaak hé, dat iemand 80-plussers in zijn of haar vriendenkring heeft. (lacht) Ik wel en ik vind het een verrijking!”

Cover grijsgedraaid