Minder zout, meer gezonde kruiden

In de plaats van de klassiekers zout en peper kan je gerust je gerechten eens kruiden met iets exotischers. Kruiden en specerijen zijn ideaal om onze dagelijkse gerechten op een snelle en makkelijke manier te pimpen. Dat levert niet alleen een meer gevarieerde, maar ook een gezondere keuken op.

Met het ouder worden kan je smaak verminderen. En dan loert het gevaar dat je extra veel zout gaat gebruiken. Er is niks mis met een beetje zout, maar we moeten niet overdrijven. Kruiden en specerijen kunnen het gebruik van vet, suiker en zout beperken.

Een seizoen, een kruid

Het tijdstip waarop het aroma van een kruid op zijn best is, is afhankelijk van het seizoen. Voorjaarskruiden zijn bijvoorbeeld kervel, peterselie, basilicum, dille, bieslook en munt.

Tot de najaarskruiden behoren onder meer tijm, rozemarijn en laurier. Sommige planten (bijvoorbeeld bonenkruid) worden omwille van hun bloemen geoogst, wat dan tijdens de bloeiperiode gebeurt. De serreteelt voorziet ons echter het hele jaar door van verse kruiden.

Smaken wennen

Aan een nieuwe smaak moet je wennen. Dus ook aan gerechten met minder zout of suiker. Onze smaakpapillen vernieuwen zich om de 7 tot 10 dagen. Na 2 of 3 weken ben je gewend aan een zoutarm(er)e voeding. Geleidelijk aan minder zout toevoegen, kan ook helpen. Breng je eten zoutarm op smaak met deze tips:

• Kies een kruidige groentesaus in plaats van een vette en energierijke roomsaus.
• Breng een witte saus verder op smaak met bijvoorbeeld nootmuskaat en peper.
• Verse kervel, koriander of bieslook kunnen dienen als topping voor soep. 
• Vervang een deel suiker in appelmoes of een melkdessert door een andere smaakmaker zoals kaneel.
• Stel zelf een kruidenmix samen voor gebak en koek met bijvoorbeeld kaneel, kruidnagel, nootmuskaat, anijszaad, witte peper, gember(poeder) en kardemom.
• Andere lekkere smaakmakers zijn bijvoorbeeld kappertjes, lente-ui, citrussap, citrusschil, azijn, ajuin, look en sjalot.

Meekoken of niet?

De meeste verse kruiden zoals basilicum, bieslook, dille, koriander, munt, oregano, peterselie en salie kook je best niet mee in het gerecht om de smaak en het aroma maximaal te behouden. Voeg ze pas op het einde toe of als garnering. Gedroogde kruiden en verse rozemarijn, tijm en lavas (maggieplant) geven hun aroma beter af terwijl ze meekoken. Voeg ze daarom aan het begin van de bereiding toe. Sommige kruiden zoals selderblaadjes geven een zeer sterke smaak af waardoor je ze best maar kort laat meekoken.
 
Experimenteer met diverse kruiden en geniet van je nieuwe smaakcreaties! 

 

Bron: voedingsmagazine Nutrinews en www.nice-info.be. Op de website van het voedingsinformatiecentrum NICE vind je ook een kruidenwijzer, die je leert welk kruid of specerij best past bij welk gerecht.