Mijn schoonmoeder in coronatijden

Mijn schoonmoeder zit in een rusthuis. Of liever een woon-zorgcentrum, een WZC zoals we zeggen. Rusten moet ze daar niet doen, dagelijks activiteiten, en waar het kan, worden de oudjes betrokken bij het dagelijkse reilen en zeilen van zo’n instelling.

Ze is daar terecht gekomen na een spijtige val; je kent het wel, ze woonde nog thuis, en wilde met een bak vol water naar buiten gaan. Haar poes, denkende aan eten, liep voor haar voeten, en voor iemand er erg in had, lag ze in het ziekenhuis, met een gebroken heup.

De poes heeft het nooit geweten, en wat eigenlijk meeviel, zijzelf ook niet: na de operatie was een deel van haar geheugen blijkbaar weg: waar ze in het begin nog dingen zag die er niet waren ‘doe die dozen weg’ werd later stilaan duidelijk dat ze nog meer dingen begon te vergeten dan vroeger. De pijnlijke operatie en revalidatie zijn geheel uit haar geheugen gewist, alsof ze er nooit geweest zijn. Nadien kon ze niet meer terug naar huis, dus een WZC werd haar nieuwe thuis.

Ze krijgt veel bezoek; met vier kinderen, die een beurtrol overeenkwamen, ziet ze elke dag iemand. Tot corona ook daar een stokje voor stak. Eerst nog één bezoeker per week, en toen niets meer; enkel nog eens zwaaien voor het raam. In de lente viel dat nog mee, ze deed haar raam op een kier zodat een beperkte vorm van communicatie mogelijk bleef. Hoewel ze relatief doof is, wilde een gesprek wel lukken. 

Met de tweede golf sloeg ook het noodlot toe in het WZC waar ze verbleef: een bezoeker of een personeelslid, wie zal het zeggen, bracht het lelijke virus binnen, en wat voorspeld was, gebeurde: de bewoners, als ratten in de val, werden één na één besmet. Zo ook mijn schoonmoeder. De bezoekjes aan het raam stelden niet veel meer voor en mijn echtgenote besloot als vrijwilligster te helpen in het rusthuis; op die manier kon ze haar moeder van dichtbij in de gaten houden.

Tegen alle verwachtingen in, werd mijn schoonmoeder beter. Wij brengen haar nu een bezoek aan het raam, maar dat is zo mogelijk nog minder aangenaam: in de kou staan roepen naar iemand die steevast zegt dat ze liever thuis wil zijn, is niet echt hoopgevend. 

Straks vieren we de eindejaarsfeesten in beperkte kring; haar kring zal veel uitgebreider zijn. Liever in haar eentje in haar vertrouwde omgeving zegt ze. 

Ik denk dan aan mijn moeder, die vaak vraagt of ze niet beter naar een WZC zou gaan, in plaats van in haar eentje te moeten blijven. Want thuis komen in een leeg huis is vaak heel confronterend. 

14/12/2020

Auteur: Jan Steenwinckel (62) jarenlang bij KBC gewerkt als kantoordirecteur en hoofd commerciële ondersteuning. Ook werd hij hoofddelegee van BBTK bij KBC. Samen met zijn echtgenote woont hij in Laarne.