Liefde in het koren

door André

Van bijna alles kan je tegenwoordig televisie maken. Mensen die aankomen en vertrekken op een luchthaven, families die hun eigen verveling in een of ander kasteel laten filmen, koks die wat toveren met eten, enz. Het hoeft echt niet over veel te gaan, als de beelden maar bewegen. Zet er een commentaarstem bij en het klinkt snel als iets van belang.

Veel families in Vlaanderen hoeven niet ver in de stamboom terug te gaan om de agrarische wortels te vinden.

In die categorie scoort sinds een aantal jaar ook de reeks “Boer zoekt vrouw” heel goed (we vergeten even de vele oude grappen over de melkboer). De makers van die reeks moeten ervan uitgaan dat boeren nu eenmaal te dom, te lomp of te onaantrekkelijk zijn om aan een vrouw te geraken. Je moet als jonge vrouw wel redelijk hopeloos zijn om je leven aan dat van een boer te binden. Zeker als hij ook nog landbouwer is. Nochtans was nog geen eeuw geleden een groot deel van onze bevolking met de landbouw verbonden. Veel families in Vlaanderen hoeven niet ver in de stamboom terug te gaan om de agrarische wortels te vinden. Het bewerken van het land en de veehouderij zorgden ook voor een behoorlijke werkgelegenheid.

Maar toen kwam ook daar de mechanisatie. Steeds groter wordende machines, loonwerkers die daarmee de handenarbeid overnamen en de boerenstiel werd bijna een job als een andere. De stallen werden megastallen en het mestoverschot steeg. Terzelfder tijd verdween de mogelijkheid om met je liefje even in het koren te verdwijnen en daar wat meer te ontdekken dan de schoonheid van het landschap. Zo’n maaier werkt snel en blind. Weg was de romantiek van het platteland. Straks dus een nieuw programma voor hopeloze jongemannen. “IT’er zoekt vrouw”.