Leve de zomer!

door Jan

Een dagje strand in juni, dat moet lukken na de kletsnatte, koude maand mei. Omdat ik geboren ben in Oostende, gaan we graag daarheen, we kennen het daar, en worden telkens gecharmeerd door de combinatie van diverse zaken: rijkdom en armoede gaan er vaak hand in hand, kunst en kitsch zijn twee facetten van de stad, en er altijd wel wat te doen. Oostende heeft veel gezichten.

Mijn lievelingsplekje is aan het oosterstaketsel. Ter hoogte van het Fort van Napoleon liggen minder gekende stranden. Hier kun je nog echt uitwaaien, terwijl je weet dat stad maar een stap verder is. Nadeel misschien dat je op het strand wel eens een hond, of godbetert een paard tegenkomt, maar we klagen niet.

Toch wilden we eens echt van de zon genieten zoals toen we jong waren: plakkerig van de zonnecrème factor 50 (!) op een ligbed bakken en braden ter hoogte van het Lido.

De zee heeft op mij altijd al een rustgevende uitwerking gehad; de branding lijkt sterk op een ademhaling, de ademhaling van de aarde zeg maar, en alle geluiden worden gedempt door de enorme weidsheid van het strand en de zee. Omdat het nog een maand duurt voor de schoolvakantie begint, was er niet teveel volk op het strand. We konden in alle rust zonnebaden.

Maar dat viel toch wel een beetje tegen: er vloog een vliegtuig langs dat blijkbaar niet mocht landen, en de opdracht had gekregen om te cirkelen langs de kustlijn. Ik heb het zes keren zien (en horen) overvliegen. Wat er nadien mee is gebeurd, weet ik niet, maar ik heb niets gelezen in de krant...

Op de dijk was er een kerel druk bezig een dakgoot te verven met een hoogtewerker. Telkens als hij die verplaatste, ging dat gepaard met hetzelfde biepgeluid dat een vrachtwagen produceert als die achteruit manoeuvreert.
En naast ons, ja, hoe zal ik het zeggen, waren mannen druk bezig om de strandbar voor Q-Music in mekaar te flansen. Die werkten tegen de klok, want de zaak moet wellicht af zijn tegen begin juli. Daarom werden grote middelen ingezet: kranen met kletterende rupsbanden, en cirkelzagen met hoog toerental.

Niet echt een rustige sfeer, maar dat kon ons even niet schelen, want het zonnetje zat uit, en in de straalblauwe lucht kon je geen enkel wolkje ontdekken.
Maar toen we rond vijf uur besloten op te kramen, bleek ik de factor 50 niet overal gelijkmatig verdeeld te hebben. De binnenkant van mijn rechterknie en de linkerkant van mijn hals zien nu wat roder dan normaal. Maar ik zie het als een bewijs dat we echt op het strand waren.

Na het nuttigen van een Keyte (Oostends belegeringsbier) was de pijn al voor de helft weg.
Daarna een douche en een restaurantje zoeken om opnieuw sinds lang eens uit te eten. 

Leve de zomer!