Lange termijn denken. Zinloos of zinvol?

door Ronald Goossens

Juist na nieuwjaar viel er een grote witte briefomslag op de mat. Een cadeau. Van een revisorenkantoor waarmee ik jaarlijks even in contact kom. Dat geschenk is een jaarlijkse traditie, maar nu toch een verrassing.  Het was geen zakagendaatje, zoals andere jaren. Nu was het een A4 schrift met daarin een planningskalender voor de komende tien jaar, iets dat lang zou moeten meegaan.

Het doorbladeren van dat schrift voerde me tot 2031. Een gedachte kwam op. Wat betekent het als ik vandaag op een verre datum, bv. 15 januari 2031, een concreet uit te voeren actie zou inschrijven? Is zoiets zinvol?

Voorspelbaarheid van concrete zaken is niet mogelijk, zeker al niet op lange termijn. 

De omstandigheden, de technologie, de levenswijze, de transportmiddelen, kortom alle elementen veranderen in zo’n periode fundamenteel. 

Mijn schriftje gaat tien jaar ver. Tegen dan ben ik 78j en … volgens de site van “Statistiek Vlaanderen” aan de statistische grens van de ‘gezonde levensverwachting voor mannen’Ook die ‘voorspelling’ is  onzeker. Het heeft weinig zin om nu concrete zaken in dat schriftje te noteren op die concrete datum …

Dezelfde redenering kun je zelfs maken voor een periode van één jaar. Niets is zeker… maar wat moeten we dan? Beslissingen worden genomen, gebeurtenissen volgen elkaar op. Dat vormt een stroom in de tijd, een trend. Hoe die trend interpreteren, hoe zijn verloop verklaren en beïnvloeden ? Dat kan enkel als je een idee hebt waar je naartoe wil.  Een toekomstvisie hebben dus.  

Velen onder ons hebben kinderen, kleinkinderen en misschien zelfs achterkleinkinderen. Wij zijn hun ‘voor’ouders.  Dat betekent dat we hen een betere wereld zouden moeten achterlaten. Anders gezegd: we moeten rekening houden met de toekomstige generaties, ook met de kinderen van onze achterkleinkinderen. Dat is niet simpel.

De algemeen heersende toekomstvisie is al decennia lang en tot op vandaag té zeer gericht op de korte termijn.  We zitten er bijna aan vast, want een alternatief is moeilijk denkbaar. Omdat heel onze economische, sociale en politieke omgeving er op is ingesteld. Politici die niet verder kijken dan de volgende opiniepeiling, bedrijfsleiders die enkel kijken naar de volgende kwartaalcijfers, consumenten die pas gelukkig zijn als ze alsmaar meer kunnen kopen, …  Die levenswijze dreigt te leiden naar een ecologische ramp waarbij de huidige COVID-epidemie een detail in de geschiedenis zal lijken. 

Hoe dan een ‘goede’ voorouder zijn* ? Een toekomstvisie ontwikkelen, zowel individueel als maatschappelijk, die vertrekt van de erkenning dat het niet meer verder kan zoals het nu gaat. En die steunt op visie voor de lange termijn. Inderdaad, niet gemakkelijk: vele zgn. verworvenheden  moeten we in vraag stellen.  Moeten we allemaal een eigen auto hebben, moeten we elke dag vlees eten, moeten we elk seizoen andere kleren en schoenen kopen, etc.? En maatschappelijk: hoe moet onze economie in elkaar steken, hoe moet het politieke leven zich afspelen, … om te kunnen komen tot een samenleving die voor de komende generaties niet enkel kommer en kwel zal zijn ?

Lange termijn denken: zinvol, zelfs noodzakelijk. Werk aan de winkel …

* Zie bv. het essay van filosoof Roman Krznaric : “De vooruitkijkende Samaritaan” in “De groene Amsterdammer” van 7 januari 2021, pp 48-51