Bang van de wilde dieren?

door André Vansteenbrugge

Het nieuws van het voorbije jaar (en van even voordien). Er zijn weer wolven in ons land. Echte dan. De andere, de Isegrims die met hun ijzeren masker de welvaart van de samenleving afromen, zijn natuurlijk  nooit weggeweest. Die zullen we ook niet wegkrijgen. En voor wie eraan mocht twijfelen, die wolven vind je niet alleen in Wall Street.

Maar dan de wolf, tot voor kort een dier dat bij ons enkel bekend was van sprookjes. Een vals en gevaarlijk beest moesten we wel denken. Hoe dan ook moest die wolf het altijd tegen de mens afleggen. Maar nu er hier en daar zo’n wolf weer over de grenzen is gekomen, lijkt de rust voor sommigen danig verstoord. De reacties op die terugkeer zijn dan ook heel verschillend.

De liefhebbers van de vrije of wilde natuur zijn heel enthousiast. Leve de biodiversiteit! Dat enthousiasme is best te begrijpen als we kijken hoe weinig wij van onze natuur nog hebben overgehouden. In een dicht gebouwd land roept de wolf een romantisch idee op van de oernatuur die het ogenblik gekomen vindt om terug te slaan. Plots krijgen sommigen het warme gevoel dat het hier stilaan weer beter gaat. Met de natuur dan wel.

Daarnaast heb je de boer of de kleine schapenhouder. Die zijn helemaal niet zo opgezet met de komst van de wolf. Elk doodgebeten schaap is dan snel het slachtoffer van die vreselijke jager. Dat er geregeld schapen door loslopende honden worden aangevallen en gedood, wordt gemakshalve wat genegeerd. Maar het spreekt voor zich dat die mensen deze nieuwe gast liever niet te dicht zien naderen.

Intussen is er al een Wolvenplan en er worden maatregelen getroffen om de schade door wolven te beperken. Maar misschien moeten we hier ook de natuur haar gang wat laten gaan. Als de wolven merken dat ze niet met de mens kunnen samenleven, zullen ze vanzelf verhuizen. Want anders loopt het, net als in de sprookjes, slecht met hen af.