Hier is mijn droom. Onze toekomst

Hamze, Sahem en Ahmed zien er uit als doorsnee 15-jarigen. Zo zijn ze, zoals veel leeftijdsgenoten, grote fans van rapmuziek. Eén groot verschil: ze werden geboren in Aleppo, Syrië.

Ik ontmoet Hamze, Sahem en Ahmed op de speelplaats van hun school, het Technisch Atheneum van Lokeren. Het is één van de 98 scholen in Vlaanderen waar OKAN georganiseerd wordt. OKAN staat voor ‘onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers’. De twaalf tot achttienjarigen worden hier opgevangen voor een Nederlands taalbad van ongeveer één schooljaar. Nadien stromen zij door naar het reguliere onderwijs.
De jongens vertellen, over Syrië, hun vlucht en een jaar school in het Nederlands.

Jullie hebben een jaar school gelopen in het Nederlands, hoe was dat?

Hamze: “Het was leuk. Ik heb veel geleerd, Nederlands maar ook wat wel en niet mag in België. Daarnaast heb ik ook veel vrienden gemaakt. Ik ga de school hier missen. In september ga ik naar een nieuwe school waar ik niemand ken. Dat is spannend.”

Sahem: “Ik ben ook bang, voor de nieuwe leerlingen, maar ook een beetje voor de taal. Ik ben bang dat ik hen niet altijd zal verstaan. Hier op school ken ik iedereen en begrijp ik het accent waarmee sommige leerkrachten spreken.”

Ahmed: “Bij mij is het anders. Mijn broer en mijn neef gaan ook naar de school waar ik naartoe ga. Ik heb er dus al vrienden.”

Jullie hebben Nederlands geleerd onder meer door een aantal grote projecten. Vertel daar eens iets over?

Hamze: “Ik heb veel gewerkt aan het radioproject. We maken daarbij een radioprogramma rond een thema. Dat kan bijvoorbeeld Kerstmis, liefde of hobby’s zijn. We doen zelf interviews, zoeken liedjes, zorgen voor een intro … Het is veel, maar leuk werk!”

Sahem: “We hebben ook samengewerkt met een museum. Elke leerling heeft één object uit het museum gekozen en dat nagemaakt. Het object moest een link hebben met ons thuisland. Daarna zijn al onze kunstwerken tentoongesteld in het museum. En wij waren zelfs één dag gids voor OKAN-leerlingen van een andere school.”

Hoe was het om naar school te gaan in Syrië?

Hamze: “Helemaal anders dan hier. Een schooldag duurt er een halve dag. Van 7 u tot 12 u kwamen de lagere schoolkinderen, nadien kwamen de 14- tot 18-jarigen. Elke week werd er gewisseld.”

Sahem: “De laatste 2 jaar niet meer. Wij waren toen de kleinsten (nvdr. Sahem was toen 10 jaar), en moesten altijd ’s morgens naar school. Dat was zo omdat het ’s morgens veiliger was. Kleine kinderen kunnen niet zo hard lopen als er iets zou gebeuren.”

Ahmed: “Ik woonde op het platteland rond Aleppo. Daar was de oorlog iets minder voelbaar dan in de stad zelf. Maar het was er wel gevaarlijk. Mijn school was al een hele tijd gesloten. Ik ben niet veel naar school kunnen gaan in Syrië.”

Hamze: “Soms vielen er bommen als we op school zaten. Dan bleven we er slapen. Er was een schuilkelder onder de school. We kregen er eten en de school verwittigde de ouders. Niet alle scholen hadden zo een kelder.”

Sahem: “Mijn school lag vlakbij een soldatenkamp. Als er gevochten werd of er gebeurde iets, was de school toe. Ik herinner me nog dat ik op mijn 11de een dag niet naar school mocht van mijn moeder omdat er iets was gebeurd. Ik ging toch. Onderweg zag ik plots een grote bom mijn richting uit komen. Ik heb toen héél snel gelopen.”

Hamze: “Ik heb ook zoiets meegemaakt. Op een dag was ik te laat voor school. Plots viel er ‘iets’ aan de overkant van de straat op een mevrouw. Ze was op slag dood. Ik ben toen direct terug naar huis gegaan. Ik heb er wekenlang over gedroomd.”

Jullie ouders beslisten om te vluchten uit Syrië. Hoe was dat?

Hamze: “Mijn vader was al in België. Een aantal maanden per jaar kwam hij naar Syrië. Omdat het te gevaarlijk werd, heeft hij ons meegenomen naar Turkije. Vandaar zijn we met een opblaasboot naar Griekenland gevaren. In Griekenland hebben we heel lang moeten stappen, met zware zakken bij ons. Daar hebben we de bus naar Duitsland kunnen nemen. De reis heeft 10 dagen geduurd en was heel moeilijk. Er werd gestolen en we kregen enkel water en af en toe een appel.”

Ahmed: “Ik ben ook met de boot gekomen, zoals Hamze. Maar ik heb eerst 3 jaar in Turkije gewoond. Ik mocht er niet naar school omdat ik geen Turks paspoort had. Dus heb ik er gewerkt, strijken en naaien deed ik (nvdr. Ahmed was toen 10 jaar oud). Ik ben wel met mijn hele familie naar hier gekomen.”

Sahem: “Ik niet. Ik ben eerst met de bus naar Libanon gegaan samen met mijn zus. Daar hebben we het vliegtuig naar Turkije genomen. En dan samen met mijn broer en zijn vrouw met de opblaasboot naar Griekenland. In februari dit jaar zijn ook mijn ouders naar België gekomen, na 14 maanden! Dat was geweldig!”

Willen jullie graag ooit terug naar Syrië?

Hamze: “Enkel op vakantie. Hier leren wij en kunnen wij verder studeren. Ook na de oorlog is het moeilijk om terug te gaan. Ik moet daar sowieso opnieuw in het eerste middelbaar beginnen. Ik wil wel graag mijn familie in Syrië bezoeken. Maar mijn droom is hier.”

Sahem: “Onze toekomst.”

Ahmed: “Hier hebben we een nieuw leven opgebouwd.”

We spraken ook met Nele Waelput, vervolgschoolcoach bij OKAN in het Technisch Atheneum van Lokeren.

(lees verder onder de foto)

OKAn begeleider
Wat doet OKAN precies?

Nele Waelput: “In OKAN krijgen anderstalige nieuwkomers tussen 12 en 18 jaar gedurende ongeveer één schooljaar Nederlandse les. Het voorbije schooljaar hadden we leerlingen uit onder andere Syrië, Polen, Congo, Cyprus, Bulgarije en Roemenië. Er zijn leerlingen die gevlucht zijn uit hun thuisland omwille van oorlog, maar ook leerlingen wiens ouders verhuizen naar een ander land voor een huwelijk of voor hun job. Leerlingen kunnen instappen op eender welk moment. Vorig schooljaar zijn we gestart met 2 klassen, en geëindigd met 4.”

Hoe ziet een schooljaar eruit bij OKAN?

Nele Waelput: “We maken klassen op basis van de leerlingen die we hebben. We kijken naar het niveau van de leerlingen, niet naar de leeftijd. Leerlingen die sneller gaan, kunnen een klas opschuiven. Gaat het wat moeilijker, dan blijven ze wat langer in dezelfde klas. Tijdens het jaar komen er ook geregeld nieuwe leerlingen bij. Die draaien mee in een klas die al ver gevorderd is, maar door te differentiëren in die klas, leren ook zij de basis aan. Elke leerling heeft een andere achtergrond en andere mogelijkheden en talenten. Ze hebben niet allemaal evenveel schoolgelopen in hun thuisland. Daarom is differentiëren zo belangrijk.”

Welke vakken krijgen zij?

Nele Waelput: “De focus ligt op het leren van het Nederlands, daarvan krijgen ze 27 uur per week. We delen de lesuren in in thema’s. In het vak ‘mijn omgeving’ bijvoorbeeld, leren de leerlingen de woordenschat in verband met de dokter, het station, de post, … en brengen we die ook effectief een bezoek. In OKAN leren ze namelijk niet enkel de taal, maar het is ook een vorm van integratie in onze maatschappij. Wiskunde krijgen ze ook, maar ook hier ligt de focus op taal. Ze leren de wiskundige begrippen in het Nederlands. Verder krijgen ze godsdienst of zedenleer en sport. Na de paasvakantie gaan ze een weekje op ‘snuffelstage’. Ze draaien dan een week mee in het reguliere onderwijs in de richting die we samen gekozen hebben. Daarna volgt de schakelfase. Ze krijgen dan vakken uit het reguliere onderwijs met cursussen uit een ‘gewone’ klas. Opnieuw wordt de nadruk gelegd op het verwerven van de woordenschat van dat vak. We proberen de overstap naar het reguliere onderwijs op die manier zo eenvoudig mogelijk te maken.”

Jij bent vervolgschoolcoach. Wat is dat precies?

Nele Waelput: “Ik ga samen met het OKAN-team, de leerling en de ouders op zoek naar een geschikte studierichting. Na ongeveer één schooljaar OKAN stromen de leerlingen door naar het reguliere onderwijs. Maar het taalverwervingsproces is zeker nog niet afgerond. Dat is niet eenvoudig voor de leerlingen en ook de vervolgscholen hebben soms vragen wanneer een ex-anderstalige nieuwkomer bij hen inschrijft. Kort gezegd, bestaat mijn taak erin de scholen te informeren over de leerling en advies te geven over hoe zij die leerling verder kunnen ondersteunen in zijn taalverwerving. Ook de leerlingen kunnen mij contacteren als er een probleem is op school. We gaan dan samen op zoek naar een oplossing.”

Een job met ongetwijfeld veel voldoening?

Nele Waelput: “Ja! Een vervolgschoolcoach vormt de brug tussen OKAN en de vervolgscholen. Je staat tussen de leerlingen en je ziet hen, ook na het jaar OKAN, evolueren. Dat maakt het enorm boeiend.”