Het maatschappelijk succes verhaal vergrijzing?

We hebben een gesprek met demograaf Patrick Deboosere (VUB) over zijn nieuw boek ‘Lang Leve de vergrijzing’. In zijn boek antwoordt hij kritisch op de vragen van Marijke Persoone, gewezen adjunct-algemeen secretaris van ACV Puls en actief bij de burgerbeweging Hart boven Hard, over onder andere de pensioenleeftijd, welvaartsherverdeling en de onbetaalbaarheid van onze sociale zekerheid.

Wat kan een demograaf ons meer vertellen over pensioenen dan bijvoorbeeld een econoom of een andere sociale wetenschapper?

Patrick Deboosere: “Onze insteek is natuurlijk anders. Als demograaf bestudeer ik de bevolking in haar samenstelling en evolutie. Belangrijk is dat we die maatschappelijke evoluties en processen niet op zich aanschouwen en beschrijven maar inkapselen in een maatschappelijke context. Net dat zorgt voor verdieping en verrijking van een onderzoek of studie. Op die manier kan demografie veel meer inzicht verlenen aan en ondersteunend werken voor andere disciplines. Het probleem met economie vandaag is dat het een soort aura heeft gekregen van mathematische wetmatigheid. Maar net zoals met demografie is het absurd om te denken dat economie los staat van de maatschappelijke context, van hoe de mens zich gedraagt in het productieproces. Want economie is in wezen een gedragswetenschap en economen weten dat ook.”

Net zoals John Crombez, zie je vergijzing als een succesverhaal. Toch hebben velen het over de hoge kostprijs. Wat is het nu?

Patrick Deboosere: “Vergrijzing is ontegensprekelijk een succesverhaal. Strikt genomen betekent vergrijzing van een bevolking dat de proportie van ouderen toeneemt, omdat vroegtijdige sterfte wordt vermeden. We worden dus met velen oud, maar zonder dat we daarom langer leven dan vroeger, zoals sommigen geloven. Griekenland is hier een mooi voorbeeld van. Uit de overgebleven geschriften van de Griekse filosofen kunnen we perfect opmaken dat sommige filosofen 100 jaar werden. De mens heeft dus al altijd het potentieel gehad om die leeftijd te halen. Het idee dat men vroeger met moeite 30 jaar werd, klopt dus niet. Alleen werd de gemiddelde levensverwachting naar beneden getrokken door de veel hogere vroegtijdige sterfte. We zijn dus als mens genetisch niet veranderd. Wel is onze maatschappelijke context veranderd door het wetenschappelijk technologisch inzicht en onze economische ontwikkeling. Het feit dat we welvaart gelijkmatig kunnen herverdelen zorgt er mee voor dat de levensverwachting hoog ligt. De Verenigde Staten bijvoorbeeld, kent vandaag een lagere levensverwachting dan België. Zo’n 4 jaar lager om precies te zijn. Nochtans, hinkt de VS qua wetenschap en economische groei zeker niet achter op. Alleen is de ongelijkheid daar veel groter met een hogere vroegtijdige sterfte tot gevolg.”

Bij actief ouder worden denken veel mensen alleen aan economisch actief blijven. Doch, het is veel meer dan dat. Hoe komt dat denk je?

Patrick Deboosere: “Economie wordt te vaak gereduceerd tot de markt. Op die manier gooit men een hele waaier aan economisch handelen overboord. Wie op pensioen is en zorgt voor zijn of haar kleinkinderen draagt evengoed bij tot onze welvaart. Mantelzorgers en vrijwilligers die in allerlei organisaties actief zijn, generen rijkdom. Net door die mensen is heel veel mogelijk voor iedereen. Denk maar aan de talloze sportclubs en de verenigingen. Mijn stelling is dat wie wil blijven werken daartoe de kans moet krijgen. Maar iedereen zou ‘op tijd’ met pensioen moeten kunnen. Dat vastpinnen op een arbitraire leeftijd lijkt mij niet zo een goed idee. Want bij de ene mens ligt die grens vroeger dan bij de andere. Dat heeft zowel te maken met toeval, je verleden als met het werk dat je gedaan hebt. Ik kan begrijpen dat een verpleegkundige of een vloerlegger op hun 55ste zeggen: ik heb het gehad.”

Is ons pensioensysteem nog adequaat genoeg? Of gaan we er toch moeten aan sleutelen?

Patrick Deboosere: “Het idee dat we ouder worden vandaag, doet ons foutief besluiten dat we langer kunnen werken. Het pensioendebat wordt te veel gevoerd vanuit de kostprijs. Zo kan je inderdaad zeer technocratische oplossingen bieden. Als iedereen langer werkt, moet je minder pensioen uitkeren en draagt iedereen langer bij. De logica zelve. Maar als je beseft dat een 65-jarige vandaag even oud is als 20 jaar geleden, ga je de pensioenleeftijd niet optrekken. Veel belangrijker in het pensioendebat is dat we de ongelijkheid binnen de generaties verminderen. Want net die ongelijkheid wordt doorgeven van ouders op kinderen.”

Hoe komt het dat we zo vast lijken te zitten aan de idee dat enkel en alleen economische groei de noodzakelijke voorwaarde is voor welvaart?

Patrick Deboosere: “Onze productiviteit neemt altijd maar toe, een deel zetten we beter om in meer vrije tijd voor iedereen. Nulgroei is geen stilstand. Dan producereen we net evenveel als het jaar ervoor. Zouden we dan te kort hebben? Voor mij gaat economie over noden en behoeften in plaats van over groei op zich. Investeren in infrastructuur, openbaar vervoer en sociale woningen is absoluut verantwoord als groei. Maar omzet om de omzet is een soort fetisj geworden in het economisch denken. Er zijn maar 2 ultieme bronnen van rijkdom: arbeid en natuur. Die moeten we koesteren. We moeten de economie dringend herdenken. Een economie voor de 21e eeuw die zowel aandacht heeft voor de natuur als het sociaal welzijn van alle mensen.”

Om af te sluiten. Met de coronacrisis lijken we solidariteit te herwaarderen. Maar zijn die kritische stemmen sterk genoeg om het neoliberale verhaal van ongebreideld winstbejag halt toe te roepen?

Patrick Deboosere: “Dat is een permanent debat. Maar de eerste strijd is die van de ideeën. In die zin kunnen we zeggen dat er vooruitgang is ten opzichte van de crisis 2008-2010. Toen begonnen velen te beseffen dat het anders moet. En toch is uiteindelijk de bezuinigingspolitiek gaan domineren. Terwijl er heel snel opnieuw een accumulatie van rijkdom heeft plaatsgevonden. Vandaag lijkt het draagvlak om het anders aan te pakken sterker en groter. Maar we zien nog al te vaak dat kritische vragen worden weggemoffeld. Neem nu de idee van vermogensbelasting. Omdat er geen vermogenskadaster is kunnen we zogezegd geen vermogensbelasting invoeren. Met enige politieke wil is dat perfect in te voeren. Alleen is er nog veel werk aan de winkel.”

Patrick