Het einde van het jaar

door André

Ik had me voorgenomen niet over corona te schrijven. Nu, dat de herberg niet open was, dat kwam door corona, ja. Anders zou de patron die mensen zeker binnen hebben gelaten. Ik ken hem. Hij is niet altijd vriendelijk, kan redelijk stug zijn als het hem niet bevalt, maar als ’t erop aankomt, zal hij nooit iemand in de steek laten. 

Dat die mensen niet binnen zijn geraakt, daar kan die vent nu dus ook niets aan doen. Neem er nog bij dat de politie al een hele tijd op de toppen van de tenen loopt en er was niet veel nodig om dat koppel in de problemen te brengen. Ze zagen er ook niet uit. Alle twee in overschotten van kleren, zij duidelijk in een positie waarin ze niet meer op stap zou moeten zijn en hij met een blik die zei dat hij het ook liever allemaal anders had gezien.

En al bij al, ze waren heel rustig, zochten echt geen problemen te maken, maar tussen dat volk dat daar bijna klaar was om in een of andere kartonnen doos de nacht door te komen, voelden ze zich zeker ook niet op hun plaats. Hoewel, het was niet duidelijk of ze eigenlijk nog wisten waar hun plaats was. Ze schuifelden daar maar rond en probeerden in een of andere onbegrijpelijke taal iets te vragen.

Dat was het moment waarop ik die grote agent op hen toe zag stappen. Hij had gezien dat dat hier geen gewone vluchtelingen waren, maar mensen die binnen de kortste keren ouders zouden worden. Ik zag hem naar hen toe gaan met zijn collega, een poging doen om te luisteren naar wat de man vertelde. Dan legde hij zijn arm over diens schouder en deed teken dat ze hem mochten volgen. Neen, over corona wilde ik niet schrijven.