Fietsvakantie deel 2

door Jan

Fietsen op de heide. The Ramblers zongen het al in de jaren 40 van vorige eeuw. Moet leuk zijn als familie-activiteit, dus toen mijn broer een voorstel deed moesten we niet nadenken. We schreven ons dadelijk in.

Na de perikelen met de batterij van de gehuurde e-bike, hadden we heel wat tijd verloren. Het zou niet eenvoudig zijn om tijdig aan het nieuwe hotel te komen. Daar wachtte ons ook een lekker maal, en dat wilden we niet missen. Maar wellicht zouden ze wel wat wachten op ons.

Omdat ik mee reed op een gewone fiets, had ik de fietstas (die behoorlijk zwaar was) aan mijn echtgenote gegeven: zij reed immers elektrisch.

Bij een doortochtje aan het Zilvermeer gebeurde het onvermijdelijke: wij waren een groep fietsers die niet gewoon waren samen te rijden, en we hadden geen echte afspraken, dus toen mijn schoonbroer rechtdoor fietste, terwijl we rechtsaf moesten, ging mijn schoonzus hard in de remmen. Mijn broer stopte, maar mijn echtgenote kon haar fiets niet houden. Wellicht mede door de zware fietstas, werd ze naar beneden getrokken, en belandde onzacht op haar pols en onderarm. Gelukkig dragen wij altijd een helm als we fietsen, maar ze had haar arm behoorlijk pijn gedaan.  

Ze beweerde dat het zou gaan om verder te fietsen, en in eerste instantie leek het haar te lukken. Maar na een paar kilometer was het nodig haar pols in te tapen. Gelukkig hadden we alle benodigde spullen meegebracht. Vandaar de zware fietstas.

Die fietstas had ik van haar overgenomen, en ik zag dat ze het moeilijk had.  We moesten nog zo'n twintig kilometer rijden, en ons groepje was toch al wat gehavend. Op zo'n vijf kilometer van het nieuwe hotel was mijn lichtje aan het uitgaan; ik had sinds het ontbijt nog niets gegeten, behalve wat snoepjes, en dat begon zich wat te wreken. Ik zag dat ook mijn broer (op de gewone fiets) verlangde naar de verlossende eindstreep.

Toen we in het hotel toekwamen, hadden ze alle begrip voor ons laattijdig toekomen, en we konden ons verfrissen, voor we aanschoven aan een uitgebreid diner.  Aan tafel met een flesje wijn, en lekker eten, vergeet je snel de miserie.

Maar 's anderdaags zou het voor mijn echtgenote niet meer lukken om te fietsen. Mijn broer bood ons aan ons met zijn wagen op te pikken, maar we besloten met ons tweetjes te voet de afstand te overbruggen naar het volgende (en laatste) hotel. We hadden hiervoor een ganse dag. De kortste afstand was 16 km. Dit ging wonderwel, en we kwamen ongeveer gelijktijdig toe met de rest van ons gezelschap.

Toen we thuis kwamen bleek, na controle in het ziekenhuis, de arm van mijn echtgenote inderdaad gebroken. Veel last heeft ze er gelukkig niet van. 

Van al de beestjes die ons hebben aangevallen in het bos echter des te meer.