Boodschappen

door Jan

Met het pensioen komen niet alleen ontspanning en rust, maar ook een aantal nieuwe verantwoordelijkheden. Ook worden bestaande taken uitgebreid.

Bij ons is dat niet anders: sinds mijn pensionering (mijn echtgenote was al met pensioen) ben ik zo onder meer verantwoordelijk voor wat er op tafel komt, en alle boodschappen die eraan vooraf gaan.

Nu ben ik wellicht een uitzondering, maar ik heb steeds graag boodschappen gedaan. Misschien heb ik als kind de microbe van het zoeken naar het juiste product meegekregen. Ik deed als kind de boodschappen thuis. Hoe dan ook, mij kun je niet straffen door me op een zondagse markt te laten zoeken naar vergeten groenten, of onvindbare oosterse kruiden.

Maar vaak gaat het over vergeten ingrediënten: de boter of de melk is op, we zitten zonder brood, je kent het wel, je denkt dat je alles in huis hebt, tot de kast leeg blijkt te zijn...

Voor die zaken ga ik sinds kort te voet naar een buurtwinkeltje, dat, hoe kan het ook anders, in de buurt ligt. Eigenlijk is het een benzinestation, met een uit de hand gelopen sigaretten- en snoeprek. Sinds een paar jaar verkopen ze er ook groenten, brood, vlees en diepvriesproducten. Een echte supermarkt dus. Ik moet enkel 500 m fietspad trotseren om er te geraken. 

Toch is dat in deze corona tijden vaak een hele hindernis. Omdat ook de Scheldedijk in de buurt ligt, en blijkbaar ook een parcours waar fietsers zich te buiten kunnen gaan aan mountainbiken, moet je steeds je ogen op je achterhoofd open houden voor de fietsende medemens. Geen enkele fietser heeft nog een bel, tenminste ik heb er nog nooit een gehoord. Aan de kruispunten wordt er geroepen: auto! Naar rechts! Hier afslaan! Rechtdoor! Maar nooit: voetganger! Soms hoor ik opeens roepen: pas op! Blijkbaar slaat dat op mij, en wil dat zeggen: uit de weg! Ga in het gras lopen!

Maar vaak is er geen gras enkel een sloot. Ik vertik het daar in te gaan staan om de fietsers te laten passeren, dus stel ik mij aan de kant, en trek mijn buik in. Vaak doe ik mijn ogen dicht om de fatale klap niet te zien aankomen. Tot op heden is het altijd al goed afgelopen; hout vasthouden.

Maar ik dwaal weer af, want ik wilde iets anders vertellen: deze week kwam ik onze buurvrouw tegen. Ze woont net naast ons, en ze kon mijn dochter zijn. Toen ik haar zag, besefte ik dat ik haar een tijd niet had gezien. Maar in de winter is het contact hoe dan ook minder.

Toen de eerste coronamaatregelen van kracht werden, stond ze met een potje soep aan de deur: we moeten mekaar helpen, zei ze, en we hebben wat soep over. Ze is heel zorgzaam, en dat is lief. Wellicht zijn wij stokoude mensen in haar ogen, want al met pensioen.

Maar daar op het fietspad vertelde ze mij dat ze corona had gehad, en dat ze wel heel ziek was geweest. Zeker veertien dagen in bed had ze gelegen, en pas nu, na een maand ongeveer begon ze een beetje reuk en smaak terug te krijgen. Ze werkte terug, maar was nog heel moe, en vaak moest ze na de middag naar huis terugkeren.

Ik was wat verward dat we niets gemerkt hadden. Ook haar man had niets laten blijken, anders hadden we haar zeker een potje soep gebracht. Tenslotte zijn we wel met pensioen, maar geen stokoude mensen.