Arne Kenis over de zorg die hij en zijn team verlenen

“Wat wij doen, is mensen met elkaar verbinden. Naast zorg is dat onze voornaamste taak”, Arne Kenis (44) is  al 12 jaar directeur van het OCMW-woonzorgcentrum Ter Ursulinen in Brussel. Hij legt nadruk op het sociale contact tussen de bewoners. Dagelijks rekent hij op een toegewijd team om dat sociaal contact te doen openbloeien.

Wat betekent het voor jou om zorg te verlenen aan iemand?

“Ons uitgangspunt is altijd het individu zelf. We zien niet enkel de zorgvraag, maar kijken naar de volledige mens: de familie, de vroegere job, de interesses… Zorg is een hulpmiddel waarmee je mensen op weg helpt zodat zij opnieuw andere dingen kunnen doen.”

Hoe speel je in op het individu in je woonzorgcentrum?

“Het woonzorgcentrum is in de eerste plaats een nieuwe thuis. Elke gang heeft zijn eigen straatnaam. Het bezoek van het kuispersoneel, dat plannen we in met de bewoners. Wij komen niet zomaar onverwachts binnen. Soms begint het gewoon simpelweg met iemand die zegt: ‘Ik wil iets doen met…’. We blokken dat niet af, maar bekijken de opties. Een aantal jaren geleden wilde een vrijwilliger ‘iets doen’ met zijn tuktuk voor onze bewoners. Nu neemt hij 1 bewoner mee die zelf de bestemming uitkiest. Alles wat ongeveer binnen een uur ligt en haalbaar is voor onze vrijwilliger behoort tot de opties. Voor de bewoner is het een vrij moment: even niks in groep doen en een eigen keuze maken.”

“We passen de situatie aan, niet de mensen.”

Hoe maak je gebruik van de ruimte van het rusthuis?

“Je kan niet om het feit heen dat dit een woonzorgcentrum is, maar we proberen zoveel mogelijk om de situatie aan te passen aan een persoon en niet omgekeerd. Zo is er een dochter die altijd het haar heeft geknipt van haar moeder. Of ze dat kan blijven doen? Geen probleem voor ons. Het kuispersoneel uitte dan de bezorgdheid dat er onverwachts vuil op de kamers kan komen. Daarom boden we aan de dochter aan om zelf gebruik te maken van ons kapsalon. Het is ook hun thuis, dus dat kan.”

Op welke manier is het woonzorgcentrum verbonden met de buurt?

“Een woonzorgcentrum is in de eerste plaats een ruimte voor de bewoners en je ontvangt er familie van hen. In de tweede plaats willen we niet enkel met de bewoners naar buiten, maar willen we mensen van buiten een inkijk geven. Zo ontstaat er spontaan contact. Dat maakt het aangenaam voor onze bewoners.

We organiseren  bijvoorbeeld geen opendeurdag maar een dansnamiddag op hetzelfde moment dat de skateboarders aan de overkant van ons gebouw hun concert geven. Onze dansnamiddag is open voor hen. We feesten samen. Op het einde van de dag kan niemand van de bewoners zeggen: ‘Ik heb geen bezoek gehad’, wat wel kan gebeuren bij een opendeurdag.

Dat vraagt natuurlijk veel meer van je personeel. Ik ben blij dat ik kan rekenen op hen. Je moet durven nadenken over veiligheid, comfort en vertrouwen.

Weet je, mensen zijn in essentie sociale wezens. Dat houden we altijd in ons achterhoofd wanneer we zorg verlenen.”