Armoede

door Jan

Nu corona stilaan uit ons dagelijkse leven verdwijnt, zijn we begonnen met wat verloren feestjes in te halen. Je kent het wel, niemand durfde een deftige verjaardagsfuif te geven, en op restaurant gaan was al helemaal uit den boze. Maar sinds een tijdje mag het weer, en de goesting is er helemaal.

In onze vriendenkring zijn we met drie die ongeveer op hetzelfde ogenblik jarig zijn. Het ligt dus voor de hand dat we dat even samen vieren. 
Met drie koppels op restaurant gaan, vergt een terdege voorbereiding. Tijdig reserveren hoort daar bij. Gelukkig kennen onze vrienden de uitbaters van een pizzeria goed, en daardoor konden we op het laatste ogenblik aanschuiven aan een gezellig tafeltje.

Waar praat je over tijdens zo'n etentje? Al snel ging het over, hoe kan het anders met onze leeftijd, het pensioen. Wij hadden tijdens een eerder bezoekje aan Gent, kennis kunnen maken met een bijzonder vriendelijk koppeltje gepensioneerde leerkrachten. De oudste was een stuk in de tachtig, maar was nog zeer kranig. Ze leefden in een serviceflat vertelden ze, en dat konden ze goed betalen van hun pensioen van dik tweeduizend euro.  

'Tweeduizend euro!' Riep mijn tafelgenoot in de pizzeria. Hijzelf werkt nog als zelfstandige, en “mypension” leert hem dat hij het met ongeveer de helft zal moeten doen.

Mijn echtgenote werkte heel haar actieve loopbaan als verpleegster, met weekend, avond en nachtwerk, en moet het stellen met heel wat minder. Ikzelf heb goed mijn boterham verdiend, maar krijg nu ook een pak minder dan de genoemde tweeduizend. Maar we klagen niet, we hebben niets te kort. We stellen het beter dan onze ouders. Nu we op pensioen zijn, geven we wat minder uit. “Men moet zaaien naar zijn zak” hebben we geleerd. Het andere koppel was stil, ook daar mensen uit het onderwijs. Om de sfeer er wat in te houden, besloten ze het onderwerp te veranderen. Iets wat minder gevoelig leek.

Toen we jong waren, werd het aangeraden aan de kinderen om veel melk te drinken. Deze melk werd in de scholen beschikbaar gesteld. Tegen betaling kon je kiezen uit een paar melkproducten. 'Wij hadden het thuis niet breed,' sprak een tafelgenoot. 'Zo kregen wij geen chocomelk op school, maar moesten wij het stellen met gewone melk.' 'Ik niet,' sprak de zelfstandige. 'Wij mochten chocomelk drinken, en in mijn klas de meeste kinderen.' Mijn echtgenote beaamde: 'Wij enkel melk.'

Ik heb maar wijselijk gezwegen: wij hadden thuis niet genoeg geld om de melk op school te betalen, dus ik heb nooit melk gedronken. Nooit op sneeuwklas geweest ook niet. 

Maar alles is relatief: ik klaag niet want ik weet dat nu kinderen naar school gaan zonder eten in hun broodtrommeltje. Wij hadden wel altijd eten. 

Zo zie je maar dat er gradaties bestaan in armoede. En hoe slecht je het ook meent te hebben, er zijn er altijd die het met nog minder moeten doen.