Pensioenrechten bij een wettelijke scheiding

Wettelijke scheiding

Bij een wettelijke scheiding (ook echtscheiding genoemd) is het huwelijk wettelijk ontbonden. Het huwelijk houdt op te bestaan vanaf het moment dat de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente is ingeschreven.

Invloed op het pensioen

De pensioenstelsels van de werknemers en van de zelfstandigen kunnen aan de ene ex-huwelijkspartner pensioenrechten toekennen op basis van de tewerkstelling van de andere ex-huwelijkspartner.

Opgepast: In het pensioenstelsel van de vast benoemde ambtenaren zijn er geen pensioenrechten voorzien in geval van scheiding.

Voorwaarden

Om recht te verkrijgen op een pensioen als wettelijke gescheiden echtgenoot moet je gelijktijdig aan verschillende voorwaarden voldoen:

  • Je was gehuwd. De ontbinding van een wettelijke samenwoning is dus niet voldoende.
  • De echtscheiding moet definitief zijn, door overschrijving in de akten van de burgerlijke stand (er is dus geen recht tijdens een lopende procedure).
  • Je bent nooit uit de ouderlijke macht ontzet.
  • Je bent niet veroordeeld voor zaken waardoor je het recht op erven van je ex-huwelijkspartner verloor.
  • Je ex-huwelijkspartner verrichtte tijdens de huwelijksperiode een tewerkstelling als werknemer en/of als zelfstandige.
  • Je bent zelf ten minste 65 jaar, of je voldoet aan de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden om zelf vervroegd met pensioen te kunnen gaan. (De leeftijd van je ex-huwelijkspartner is van geen belang.)

Pensioenrechten

Bij een wettelijke scheiding heb je, voor de periode van je wettelijk huwelijk, in principe recht op een bedrag dat gelijk is aan de helft van het gezinspensioen van je ex-huwelijkspartner. Om de helft van het gezinspensioen te bepalen, wordt rekening gehouden met 62,5 % van het beroepsinkomen van je huwelijkspartner tijdens het betrokken kalenderjaar.

          Voorbeeld:

Liesbeth en Bart waren gehuwd van 1980 tot en met 2010.  Het huwelijk werd ontbonden door een echtscheiding.

Vóór, tijdens en na hun huwelijk was Liesbeth huisvrouw.

In 2020 bereikt Liesbeth de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar.

Voor ieder kalenderjaar van het huwelijk ontvangt Liesbeth een pensioen, berekend op 62,5 % van het inkomen van Bart voor het betrokken kalenderjaar.

Werkte je zelf tijdens de huwelijksperiode, dan wordt jaar per jaar nagekeken op je eigen beroepsinkomsten groter of kleiner zijn dan 62,5 % van de beroepsinkomsten van je ex-huwelijkspartner voor het betrokken kalenderjaar. 
Voor de kalenderjaren waarin je eigen inkomsten lager waren, kan je een aanvulling krijgen onder de vorm van een pensioen als uit de echt gescheiden echtgenoot. Was je inkomen hoger, dan is er geen aanvulling voor het betrokken kalenderjaar.

          Voorbeeld:

Geert en Johan huwden in 2000. Door een echtscheiding kwam er in 2005 een einde aan dit huwelijk. Zowel vóór, tijdens als na hun huwelijk hadden beiden eigen beroepsinkomsten.

Johan gaat in 2020 met pensioen.

Voor de periode van het huwelijk kijkt de pensioenkas na of Johan een aanvulling op het eigen pensioen kan krijgen, onder de vorm van een pensioen als uit de echt gescheiden echtgenoot.

Kalenderjaar

  Inkomsten   Johan

62,5 % van de inkomsten van Geert

Toekenning pensioen uit de echt gescheiden echtgenoot?

2000

€ 30.000

€ 27.000

Nee

2001

€ 33.000

€ 31.000

Nee

2002

€ 34.000

€ 33.000

Nee

2003

€ 35.000

€ 36.000

Ja

2004

€ 36.000

€ 36.000

Nee

2005

€ 36.000

€ 37.000

Ja

 

Johan krijgt bovenop zijn persoonlijk rustpensioen een bedrag aan pensioen als uit de echt gescheiden echtgenoot voor de kalenderjaren 2003 en 2005.

Overlijden van de ex-huwelijkspartner

Overlijdt je ex-huwelijkspartner, dan heb je geen recht op een overlevingspensioen voor de kalenderjaren dat je ex een tewerkstelling als werknemer of als zelfstandige verrichtte.
Je blijft wel verder je pensioen als uit de echt gescheiden echtgenoot ontvangen.

Was je overleden ex-huwelijkspartner een vast benoemde ambtenaar, dan verkrijg je wel recht op een (gedeelte van het) overlevingspensioen als je na de echtscheiding niet hertrouwde.

Nieuw huwelijk

Stapte je na je echtscheiding opnieuw in het huwelijksbootje, dan verlies je je recht op het pensioen als uit de echt gescheiden echtgenoot. Dit recht kan opnieuw ingaan wanneer ook aan dit nieuwe huwelijk een einde is gekomen door het overlijden van je nieuwe huwelijkspartner of door een nieuwe echtscheiding.

Invloed op je eigen rustpensioen

Ben je wettelijk gescheiden en ontvangt je ex-huwelijkspartner een pensioen als uit de echt gescheiden echtgenoot op basis van jouw tewerkstelling, dan heeft dit geen enkele invloed op jouw pensioenbedrag. Je pensioenbedrag wordt niet verminderd met het gedeelte dat aan je ex-huwelijkspartner wordt toegekend.

 

Praktische info
Voor advies over je pensioen kan je terecht bij je ziekenfonds
Antwerpen: 03 285 44 42
Vlaams-Brabant en Brussel: 02 506 99 17
Limburg: 011 278 305
Oost-Vlaanderen: 09 333 57 90
West-Vlaanderen: 056 230 230 (optie 2)